EARLE, Steve
Amerikaans folksinger
Steve Earle is gearriveerd. En van de verwelkoming die hij kreeg had hij alleen maar kunnen dromen. Eén elpee was voldoende om hem vanuit het niets naar een vrij behoorlijke positie op de populariteitsladder te brengen. De perskritieken op zijn MCA-debuutlangspeler "Guitar Town" liegen er niet om. Men kan nét niet spreken van superlatieven, maar veel scheelt het niet. Misschien is dit allemaal wat té voorbarig. Maar één ding staat rotsvast: Steve Earle heeft een aanzienlijke portie talent in zijn gelederen.
Steve Earle is een 'working class'-muzikant zonder enige allures en laat dat in zijn tekst- en ook niet onbemerkt. Mede daardoor werd hij al vergeleken met mensen als Springsteen en Cougar Mellencamp, wat mij wat ál te sterk overdreven lijkt.
Steve Earle heeft eigenlijk meer weg van een modern-day Buddy Holly. Earl heeft datzelfde frisse, dat onaangetaste, dat pure! Earle richt zich met z'n muziek niet tot één bepaalde categorie publiek, wat uit de variëteit van "Guitar Town" blijkt. Earle brengt zijn sociaal bewuste songs zowel naar het country als het rockpubliek. En vooral uit laatstgenoemde groep mensen kreeg en krijgt Earle prima response.
"In de regel doen we countryconcerten, maar als we in clubs etc. spelen, zijn het meestal rockclubs", zegt Earle. "Dat komt vooral door de P.A. ( = geluidsinstallatie) die, in de regel daar beter is dan in countryclubs, en ook omdat het rockpubliek meer open oor heeft dan de bezoekers van een countryclub. Ze komen voornamelijk vanwege de muziek", aldus Earle. Hij wil daarmee het countrypubliek zeker niet voor het hoofd stoten, omdat ! hij 't een fijn publiek vindt en temeer daar hij r zelf 'straight from the roots' is.
"Mijn mening is dat je de energie, het gevoel en de emoties, die altijd een belangrijke rol in de countrymuziek speelden, moet blijven behouden, en muzikaal niet stil moet blijven staan je moet je blijven verder ontwikkelen en de innoverende activiteiten binnen de ziek niet uit de weg gaan", zegt Earle. Steve Earle hecht erg veel waarde aan kwaliteit. Gelukkig zien zijn producers Emory Tony Brown (twee 'zware' jongens) "My records are pretty simple, but they’re pretty hi-tech records. You can mess around with instrumentation", zegt Steve. Guitar Town" is derhalve ook digitaal opgenomen en inmiddels op compact disc verkrijgbaar.
Steve is een rasechte Texaan. Hij is jaargang ‘55 en absorbeerde in zijn jonge jaren bijna alles wat Texas te bieden had. Rond zijn twaalfde kreeg Steve van één van zijn ooms de eerste beginselen van rock & rollguitar bijgebracht. Vanaf dát tijdstip had hij dan ook geen oog meer voor andere zaken. Wat later kwam hij in het folk-circuit terecht en speelde in koffiebars en dancings.
In november 1974 komt hij in Nashville en omgeving terecht.
Voordien had hij bij zijn rondzwervingen door Texas mensen ontmoet als Townes van Zandt ("Poncho & Lefty"), Richard Dobson en David Olney ("The Contender"). Al deze mensen trokken later ook richting Nashville. In Nashville leerde hij Rodney Crowell, Guy Clark en Susanna Clark kennen: een drietal buitengewoon getalenteerde songwriters. Tien jaar later hebben ze allang een gevestigde naam. Steve noemt naast Rodney, Townes, Richard, Guy en Suzanna nog twee wat oudere songwriters waarvan hij zegt beïnvloed te zijn, namelijk Floyd Tillman en Hank Cochran ("from listening to records they kinda taught me to say what I had to say in a little bit less time").
Steve speelde bas in de eerste groep van Guy Clark in 1975. Guy hielp hem ook een uitgever te vinden voor zijn songs. Deze uitgever werd later aan een andere maatschappij verkocht en daarmee begonnen de moeilijkheden.
Steve vertrok naar Noord-Mexico om daar bij vrienden onderkomen te vinden. Hij vond daar ook 'n mogelijkheid om muzikaal actief te blijven.
In 1979 was Steve klaar voor een tweede 'aanval' op Nashville. Hij had zich als songwriter aardig geprofileerd en speelde in Nashville in diverse formaties. De ommezwaai was nu in aantocht. Carl Perkins nam Steve's kompositie "Mustang Wine" op, Zella Lehr zette "Live Wire" en "Heartache to Heartache" op vinyl. Johnny Lee bracht een kompositie van Steve en John Scott-Sherrill ("When Vou Fall In Love") in de top-10! Dat was in 1981. Steve mocht dus niet klagen. Tevens vestigde hij de aandacht op een aantal platenbonzen en pluggers. Hij richtte ook zijn eerste eigen formatie op: The Dukes. En zo heten ze nu nog, maar in een geheel andere line-up dan in '82. The Dukes 1982 waren Pat Carter, Ron Kling, Dale Sellers, Martin Parker (nu drummer bij Ricky Skaggs) en Steve zelf natuurlijk.
Nashville's countrypromotor nr. 1 John Lomax III nam Steve onder de armen en werd zijn manager. Nu ging het bergopwaarts.
De debuutsingle ("Nothin' But You") deed het bescheiden goed in de countrycharts. De opvolger -"Squeeze Me In" - deed het al wat beter. Bijna alle songs die Steve opnam lagen in het rockabillysfeertje. Zo ook de twee singles. Op "Guitar Town" zijn hiervan nog sporen te horen (luister maar naar "Think It Over" en de titelsong). Steve Earle is echter verre van een rockabillyvertolker pur sang.
Gelukkig heeft hij zich niet in dat hokje laten wegdrukken. Steve manifesteert zich eenduidig als innovator en vermengt country, rhythm & blues en rock & roll op een vernuftige wijze. Net als Springsteen en Mellencamp is Earle er trots op dat hij "Born in the USA" is, maar dat wil niet zeggen dat ze kritiekloos zijn... integendeel. Earle is vooruitstrevend. Hij werd geboren in een 'small town' maar wil daar zeker niet blijven rondhangen.
Someday I’m gonna let go
‘cause I know there's a better way
and I wanna know what's over that rainbow
I'm gonna get out of here someday.
(uit “someday" / Steve Earle)
Earle is nóch optimist nóch pessimist, meer een nuchter denkend individu die zich niet laat verblinden door de glitterende fassade van het leven zoals die door de media wordt voorgespiegeld. Opnieuw uit "Someday" komt de zinsnede:
You go to school and learn to read
and write, so you can walk into the
county bank and sigb away your life”
In zijn ogen hebben de hiernavolgende generaties dus weinig positiefs meer te beleven. Dat wil niet zeggen dat het anno 1986 allemaal nog wel o.k. is.
My brother's standing on a Welfar Line
and any minute now I might get mine”
(uit Good Ol' Boy" / Earle-Bennet)
Steve schrijft songs die zowel country music's verleden reflecteren, alsook songs die deel uitmaken van de stroomversnelling waarin countrymuziek zich bevindt. "Hank Williams gebruikte blues, gospel en honky-tonk om zijn verhalen te vertellen, omdat het de beste muzikale muziekvormen waren die hem destijds ter beschikking stonden", zegt Steve. "Als Hank Williams niet toen maar nu geleefd zou hebben zou hij veel anders klinken, omdat hij uit veel meer muzikale bronnen zou kunnen putten. Het is belangrijk om een song in de meest energieke manier te brengen als maar mogelijk is", aldus Steve Earle.
Het vooruitstrevende denken van Earle vertoont sterke gelijkenis met dat van 'uitvinder' Gram Parsons, pakweg 15 jaar terug. Stilstand betekent achteruitgang.
Steve vindt dat zijn songs ook iets te zeggen moeten hebben. Maar hij beklaagt zich erover dat in de laatste jaren solide teksten binnen de countrymuziek een rariteit geworden zijn, terwijl teksten toch altijd heel belangrijk zijn geweest (en nog zijn). Gelukkig zijn een aantal lieden wakker, die bouwen naar een herleving van de teksten/thema's etc.
Meer en meer artiesten worden overtuigd van Earle's capaciteiten. Vince Gill nam zijn "Lucy Dee" op en Waylon Jennings de kompositie "The Devil's Right Hand".
Ook Steve Wariner en Connie Smith namen materiaal van hem op. Hopelijk blijft Earle in de komende tijd in de goede handen van 'veteranen' Emory Gordyen Tony Brown, die tot de meest ervaren en denkende producers überhaupt behoren. Als Earle op het team Gordy/Brown nog een tijd lang kan bouwen, kan hij straks misschien zelf als producer uit je voeten. Erg belangrijk voor een muzikant om zo flexibel mogelijk te zijn.
Met nieuwsgierigheid kunnen we uitkijken naar het volgende werkstuk van Steve. De verwachtingen zijn veelbelovend... ja, wat wil je na zo'n schitterend en overtuigend debuut.
DISCOGRAFIE STEVE EARLE: Singles
1983 Epic 04070,
“Nothin' But You" / "Continental Trailways Blues"
1983 Epic 04307,
”Squeeze Me In" / "Devil's Right Hand"
1984 Epic 04666,
“What 'll You Do About Me" / "Cry Myself To Sleep"
1985 Epic 04784,
“A Little Bit In Love" / "The Crush"
1986 MCA 52785,
“Hillbilly Highway" / "Down The Road"
1986 MCA 52856,
“Guitar Town" / "Little Rock & Roller"
E.P.1982 LSI 8209 E-1,
“Pink & Black", met 4 songs: "Nothin' But You" / "Continental Trailways Blues" / “Squeeze Me In" / "My Baby Worships Me"
L.P.1986 MCA 25300 (Europa)
“Guitar Town"
Tevens is Steve te horen op:
L.P. 1975 Guy Clark "Old No.1"
(background vocals Steve Earle).