DAY-LEWIS, Daniel
Brits filmacteur (1958- )
|
*1958, London, England Education: Bristol Old Vic; Bristol Arts Centre
Daniel Day-Lewis is a rare hybrid in contemporary Hollywood: a serious actor with an impressive background on the British stage and screen who also demonstrates potential for becoming a genuine US movie star. One has to look back to the young Laurence Olivier for an adequate comparison. Intense and chameleonlike, Day-Lewis first gained international notice for a pair of drastically different portrayals in two 1985 British features: his tough yet touching Johnny, a South London street punk, who transgresses by loving a middleclass Pakistani school chum in Stephen Frears's MY BEAUTIFUL LAUNDRETTE; and the less appealing Cecil Vyse, a priggish, bookish fop, whose love is rejected by Helena Bonham Carter in Merchant/Ivory's A ROOM WITH A VIEW. Viewed individually, each is an impressive supporting performance; viewed together, they demonstrate the remarkable versatility of the performer. Day-Lewis trained at the Bristol Old Vic, which he joined as an ensemble member, and appeared in works by Shakespeare, Farquhar and Marlowe. In 1982, Day-Lewis went on to assume the lead role in Another Country, which ran for nine months. He also snared a bit part in Richard Attenborough's GANDHI. Alternating between theatre and film, he toured as Romeo in an RSC production of Romeo and Juliet, then played a sailor who remains loyal to Anthony Hopkins's Captain Bligh in THE BOUNTY (1984). Day-Lewis secured leading man status in THE UNBEARABLE LIGHTNESS OF BEING (1988) with his portrayal of the ambiguously shaded Tomas, a womanizing surgeon caught up in the Soviet occupation of Prague. For MY LEFT FOOT (1989), he won a Best Actor Oscar for his realistic, unsentimental rendering of quadriplegic Irish artist Christy Brown. After starring in the National Theatre production of Hamlet (1989), a surprisingly muscular Day-Lewis returned to the screen as the ax-and-flintlock-wielding Hawkeye in Michael Mann's popular adaptation of THE LAST OF THE MOHICANS (1992). Ever restless, he returned to the drawing room and the opera box for Martin Scorsese's THE AGE OF INNOCENCE (1993). Day-Lewis then reunited with MY LEFT FOOT director Jim Sheridan to star in IN THE NAME OF THE FATHER (1993), earning an Oscar nomination for his intense portrayal of Gerry Conlon, the Irish loyalist who was wrongly accused and imprisoned—along with his father and other members of the group that became known as "The Guildford Four"—for the IRA bombing of a British pub. Academy
Awards® Filmografie 1982 Gandhi .... Colin - South African Street Tough 1982 "Frost in May" (mini) TV mini-series .... Archie Hughes-Forret 1982 How Many Miles to Babylon? (TV) .... Alex 1983 "Play of the Month"
.... Gordon Whitehouse (1 episode, 1983) 1985 My Beautiful Laundrette .... Johnny Wasserette-drama. In het armoedige zuiden van Londen krijgt de Pakistaanse jongen Omar van een criminele oom de leiding over een wasserette. Hij huurt de knappe blanke Danile Day-Lewis om hem bij te staan. De twee kunnen het goed met elkaar vinden en tussen hen ontstaat een echte mooie liefde. En dat terwijl Daniel vroeger tot een neo Nazigroep behoorde die af en toe – bij wijze van uitje – Pakistani in elkaar sloeg. Deze film kreeg wereldroem 1985 My Brother Jonathan (TV) .... Jonathan Dakers 1988 Stars and Bars .... Henderson
Dores 1988 The Unbearable Lightness of Being .... Tomas 1989 My Left Foot: The Story of Christy Brown .... Christy Brown
Voor veel
vrouwen (en wellicht iets minder mannen) was het even schrikken om de anders zo
aantrekkelijke Daniel Day-Lewis de rol van de gehandicapte Christy Brown te
zien vertolken- Van het knappe gezicht van Lewis was totaal niets meer over en
zijn spastische houding in de rolstoel maakte hem er niet echt aantrekkelijker
op. Maar Lewis maakte alles goed met zijn schitterende acteerprestatie in 'My
Left Foot'. Het waar gebeurde verhaal draait om Christy Brown, die aan het
begin van de jaren dertig werd geboren in een straatarm gezin. Christy heeft
veel hulp nodig vanwege zijn spastische linkervoet. Bovendien kan hij niet
praten en wordt daarom vaak als debiel beschouwd. Dat verandert wanneer hij met
zijn voet begint te tekenen en schrijven. Hij krijgt eindelijk erkenning en
zelfs waardering vanuit verschillende hoeken. Het gevolg is dat Christy meer
mogelijkheden krijgt om zich te ontwikkelen en het leven weer zin krijgt.
Alleen in de liefde wil het niet zo lukken, totdat verpleegster Mary in zijn
leven komt. Vooral de scène waarin Christy met zijn anders zo bikkelharde vader
naar de kroeg gaat, is er een om de zakdoeken bij gereed te houden. 'My Left
Foot' is drama van de bovenste plank. Het knappe van Daniel Day-Lewis is, dat
hij een karakter heeft weten neer te zetten, dat de vertolker doet vergeten. En
het is daarom niet meer dan terecht dat hij voor deze uiterst moeilijke
prestatie beloond werd met een Oscar. 1989 Eversmile, New Jersey .... Dr. Fergus O'Connell 1992 The Last of the Mohicans .... Hawkeye (Nathaniel Poe) Het is 1757 in het voormalige Nieuw-Amsterdam dat New Vork heet. Franse en Engelse bezetters bestrijden elkaar om de heer- schappij van heel Amerika. Tussen deze twee koloniale krachten wordt de Indiaan gebroken. De film van Michael Mann is
gebaseerd op het onsterfelijke jongensboek van James Fennimore Cooper. Het is
een romantische liefdesstory die niet zoveel te maken heeft met de echte
koloniale oorlog. Daniel Dav Lewis is Hawkeve, de laatste der Mohikanen. Madeleine
Stowe is Alice, de dochter van een Engelse kolonel. Het is het oude verhaal van
de onmogelijke liefde en al het daarmee gepaard gaande gelazer. Verder wordt de
film opgevuld met mooi gefilmde veldslagen vol stofwolken en vallende lijken,
precies zoals we dat gewend zijn. 1993 In the Name of the Father .... Gerry Conlon Regie: Jim Sheridan. Hoewel gefinancierd door Universal Pictures is In
the Name of the Father een Europese film, namelijk een Iers-Engelse
coproductie, geregisseerd door de Ier Jim Sheridan. Een belangrijk verkoopargument voor In the Name of the Father is dat de film gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal: niet in details, maar wel in grote lijnen. De Noord-Ierse kruimeldief Gerry Conlon (Daniel Day-Lewis) bracht vijftien jaar door in een Engelse gevangenis, na te zijn veroordeeld voor een IRA-bomaanslag in Guildford. Politie en justitie verdonkeremaanden zijn kloppende alibi en negeerden later de bekentenis van de echte dader. De reden was eerst dat de publieke opinie schreeuwde om het vonnissen van een schuldige, later dat het toegeven van een gerechtelijke dwaling een te grote blamage zou betekenen voor degenen die zijn schuld fabriceerden. Deze simpele politieke lijn in de film, het schandaal van de zogenaamde Guildford Four, overtuigt volledig, als de mechanische afwerking van het soort linkse thriller, waar Costa-Gavras in de jaren zeventig patent op had. Het is een tamelijk magere basis, vooralomdat Sheridan relatief weinig aandacht heeft voor de manier waarop de tegenpartij redeneert, zijn macht ontplooit en daarna in paniek het onderspit delft, altijd de meest aantrekkelijke kant van zo’n politiek correcte, antiautoritaire thriller. Zodra Emma Thompson in beeld verschijnt als de advocate die de onderste steen boven haalt, is het duidelijk dat we met haar innemende heldendom zullen moeten stellen. De indruk ontstaat dat het Sheridan in eerste instantie ook niet te doen is geweest om het ontmaskeren van de perfiditeit van het Thatcher-régime en zijn handlangers bij justitie, ook al is dat aspect publicitair leuk meegenomen. Net als in zijn eerdere films, My Left Foot en The Field, etaleert Sheridan liever aloude Ierse stereotypen, gebed in de wat dik aangezette presentatie van getroebleerde familieverhoudingen. De spastische dichter die Day-Lewis in My Left Foot speelde en diens, soms ongelooflijke worsteling met het ouderlijk milieu, staat niet zo ver af van de zich emanciperende slappeling Conlon. De aantrekkelijke, bijna nostalgisch gefilmde wederwaardigheden van een, nota bene voor de IRA naar Londen gevluchte losbol in het hippie-milieu van de vroege jaren zeventig, krijgen een logisch vervolg in zijn karakterloze overlevingsstrategie in de gevangenis. Pas als hij met zijn vader (de evenals Day-Lewis en Thompson voor een Oscar genomineerde Pete Postlethwaite, eerder formidabel als de vader in Terence Davies' Distant Voices, Stll Lives) in het reine is gekomen, is Conlon rijp voor het gevecht tegen het onrecht dat hen beiden is aangedaan. Dat Sheridan vader en zoon, in strijd met de waarheid, een cel laat delen, is van cruciaal belang voor deze vorm van dramatisering. Volgens de regisseur staat het vader-zoon conflict ook nog eens voor de metaforische relatie tussen Engeland en Ierland, maar dat element wordt niet erg duidelijk uitgewerkt. Men moet Sheridan nageven dat zijn film loopt als een trein, enkele momenten van visueel vuurwerk telt en ook overdondert door een uitgekiende, zeer effectieve geluidsband in digitale Dolby-stereo. Wie zich eens een avond wil laten meeslepen door een zowel politiek correcte als lekkere film, die ook nog ergens over lijkt te gaan, hoeft zich niet bekocht te voelen. Maar een genuanceerde waarheid, een betekenis onder de oppervlakte, een niet-geprogrammeerd moment van ontroering zal men niet aantreffen in deze instant-succesfilm, die wel het hart op de goede plaats draagt. HANS BEEREKAMP 1996 The Age of Innocence .... Newland Archer Edith Wharton, de schrijvende telg uit een New Yorkse elite familie (1862-1937), schildere in vrijwel al haar boeken een nogal afstandelijk beeld van de toenmalige stijve ‘High Siciety’ in haar stad. The Age of Innocence is daar een goed voorbeeld van. Filmmaker Martin Scorsese daarentegen is de zoon van een Italiaanse immigrant in dezelfde stad, die de kost moest verdienen als perser in de confectie. Die zoon heeft in een jaar of twintig een buitengewoon indringend film-oeuvre afgeleverd, dat zich voornamelijk richt op de onbehouwen zelfkant: straatboeven, oplichters, boksers, psychopaten of mafiosi. Wat heeft Scorsese nu ineens bewogen zo'n uiterst verfijnd verhaal uit de Newyorkse Belle Epoque te verfilmen, waarin uitsluitend luxe-problemen van de upper ten uitvoerig uit de doeken worden gedaan? En waarom heeft hij uitgerekend deze film opgedragen aan zijn (onlangs overleden) vader? Volgende vraag: waar gaat de film nou helemaal over? Welnu: de Dure Advocaat Newland Carter (Whartons meisjesnaam luidde overigens Newbold Jones) gaat trouwen met het Dure Meisje Mae. Voor het zover is (en daar namen ze in 1870 in die kringen ruim de tijd voor) raakt hij hopeloos verliefd op de iéts frivolere, want oorspronkelijk Europese gravin Olenska. Het Newyorkse keurslijf van conventies dwingt hem echter tot het huwelijk met Mae, en de comtesse lointaine reist met een geknakte reputatie en een gebroken hart terug naar de Oude Wereld. Zij konden bij elkander niet komen - daar gaat het kostuumdrama The Age of Innocence over. Scorseses film is intussen al vergeleken met werk van het duo Merchant-Ivory, die immers ook zoveel fraai gestileerde elitaire hypocrisie in hun films doen. Maar dat is een heel ander verhaal: die heren maken er zo ongeveer hun levenswerk van, en hebben geleidelijk aan wereldwijde erkenning vergaard op dit terrein (getuige bijvoorbeeld hun recente Howards End). Voor Scorsese is het echt wennen geblazen. Dat blijkt gelukkig niet uit zijn visualisering van al die prachtige diners, goede gesprekken bij de open haard, of andere beschaafde ontspanning in de vorige eeuw, dat ziet er allemaal piekfijn uit. Newland Carter wordt gespeeld door Daniel Day-Lewis, zijn lieve gedienstige vrouwtje door Winona Ryder, en de levenslustige gravin door Michelle pfeiffer, waarachtig geen kleine namen. De laatste weet haar rol veel emotionaliteit mee te geven; sterker nog: dit is haar beste rol tot nu toe. Innocence biedt een lange serie oogstrelende plaatjes van Fijne Luyden, interieurs en toestanden. Een interessant uitstapje van Scorsese, al zien wij hem liever terugkeren naar zijn eigen weerbarstige en grimmige wereld: die van de gestampte pot. 1996 The Crucible
.... John Proctor 1997 The
Boxer
.... Danny Flynn # |







