DAVIS Jr., Sammy
Amerikaans (film)acteur, danser (1925-1990)
|
* 8.12. 1925, Harlem, New York - † 16.5 1990, Beverly Hills, CA. (complicaties bij keelkanker)
Hij trad reeds als driejarige naast zijn ouders op in Will Mastin's Gang, de show waarmee zijn oom door het land trok. Hij speelde zijn eerste filmrol in Rufus Jones for president (1933). In 1943 meldde hij zich vrijwillig bij de luchtmacht, maar werd daar als zwarte niet toegelaten en kwam vervolgens terecht bij de infanterie, van waaruit hij tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als entertainer voor de Amerikaanse troepen optrad. Na de oorlog voegde hij zich weer bij de groep van zijn oom en bekwaamde zich intussen verder als (tap)danser en leerde verscheidene instrumenten te bespelen. In 1954 bracht Davis, die inmiddels met beroemde personen als Frank Sinatra en Dean Martin optrad, zijn eerste platenalbum uit, Starring Sammy Davis jr. In datzelfde jaar verloor hij bij een auto-ongeluk zijn linkeroog. Uit dank aan een rabbijn die hem bijstond, bekeerde hij zich – tot dan toe rooms-katholiek – in het ziekenhuis tot het joodse geloof. Hij was op de top van zijn vorm in 1954, toen hij een autoongeluk kreeg endit kostte hem zijn linker oog en nog een aantal beschadigingen, het leek er op alsof dit het einde van zijn carrière was. Maar hij bewees het tegendeel en was zo energiek dat hij steeds in de belangstelling beleef. Zijn eerste grote rol op Broadway in 1956 en 1957 was de musical Mister Wonderful. Wereldberoemd werd hij als ‘Sportin' Life’ in de verfilming van Porgy and Bess (1960). Andere succesrijke musicals waren Golden boy (1965) en Stop the world, I want to get off (1978). Davis speelde in ca. 20 films (o.a.: The Benny Goodman story, 1956; Anna Lucasta, 1958; Pepe, 1960; Johnny Cool, 1963; Robin and the seven hoods, 1964; Threepenny opera, 1965; Sweet charity, 1968; One more time, 1970 en Save the children, 1973). Bekende songs van hem zijn o.a.: Candy man, Hey there, Birth of the blues, The lady is a tramp, Gonna build a mountain, Who can I turn to en Mr. Bojangles. Davis was bovenal een allround entertainer, die zijn publiek urenlang kon amuseren met zang, dans, conferences en als imitator van bekende sterren. Zijn memoires zijn opgetekend in Yes, I can (1965), gevolgd door Hollywood in a suitcase (1980).
Filmografie 1955 THE BENNY GOODMAN STORY 1958 Anna Lucasta .... Danny Johnson song 1959 Porgy and Bess .... Sportin' Life song 1960 Ocean's Eleven .... Josh Howard 1960 Pepe .... Himself, Cameo appearance at Sands 1962 REPRIEVE/Convicts 4 .... Wino 1962 Sergeants 3 .... Jonah Williams 1963 Johnny Cool .... Educated 1963 THREE PENNY OPERA/Die Dreigroschenoper .... Ballad Singer 1964 Nightmare in the Sun (1965) .... Truck driver 1964 Robin and the 7 Hoods (1964) .... Will 1966 A Man Called Adam (1966) .... Adam Johnson 1968 Salt and Pepper (1968) .... Charles Salt 1969 The Pigeon (1969) (TV) .... Larry Miller 1969 Sweet Charity (1969) .... Big Daddy Brubeck 1970 One More Time (1970/I) .... Charles Salt 1971 The Trackers (1971) (TV) .... Ezekiel Smith 1973 Poor Devil (1973) (TV) .... Sammy 1973 Save the Children (1973) .... Himself 1978 LITTLE MOON & JUD MCGRAW/Gone with the West .... Kid Dandy 1979 Sammy Stops the World (1978) .... Littlechap 1981 The Cannonball Run .... Morris Fenderbaum 1982 Heidi's Song (voice) .... Head Ratte 1983 SMORGASBORD/Cracking Up .... Mr. Billings 1984 Cannonball Run II .... Morris Fenderbaum 1985 That's Dancing! .... Himself/Host 1986 The Perils of P.K. 1988 Moon Over Parador (performer: "Begin the Beguine") 1989 Tap .... Little Mo 1990 The Kid Who Loved Christmas (TV) .... Sideman # |

