DAVID van Dinant
Zuid Nederlands Wijsgeer (1160-1200)
* ca. 1160 – † 1200 Middeleeuws theoloog en wijsgerig schrijver, was afkomstig uit Dinant en verbleef, naar men aanneemt, te Parijs, in Griekenland en aan het hof van paus Innocentius III. In 1210 veroordeelde een provinciale synode te Parijs zijn Quaternuli, waarmee vrijwel zeker zijn door Albertus Magnus vermelde werk De Tomis, hoc est de divisionibus werd bedoeld. Op enkele fragmenten na is dit, evenals andere werken van David, verloren gegaan, zodat men voor de kennis van zijn leer is aangewezen op de kritiek die ertegen is ingebracht door Albertus, Thomas van Aquino en Nicolaas van Cusa. David verdeelt alle zijn werken in drie klassen: lichamen, zielen en eeuwige substanties; de lichamen zijn gevormd uit stof (hylè), de zielen uit geest (Gr.: nous, Lat.: mens), de eeuwige substanties uit God. Aangezien deze drie ondeelbare beginselen door geen vorm bepaald zijn, zijn ze niet onderscheiden, zodat alles wezenlijk één en hetzelfde is. Deze identiteit verklaart meteen dat de geest de stof en God kan vatten, niet door abstractie van een vorm, maar door directe assimilatie. Het pantheïsme van latere denkers als Bruno en Spinoza vertoont zekere overeenkomst met Davids gedachten. In 1215 werd Davids leer, evenals die van zijn medestander Amalrik van Bena, nogmaals kerkelijk verboden. LITT. : F. G. Hann, Über Amalrich von Bena und D. v. D. (1882); G. Théry, Autour du décret de 1210, D. v. D. Etude sur son panthéïsme matérialiste (Bibl. thomiste VI, Kaïn, Belg. 1925); R. Arnou in: Festgabe zum 60. Geburtstag von J. Geyser I (1929); E. Valla, La concezione panteistica de D. de D., in: Rivista di filosofia XVIII (1927). # |