DAVID, Gerard
Zuid-Nederlands schilder (1460-1523)
|
* Oudewater ca. 1460 – Brugge 13 aug. 1523
Hij werd in 1484 meester in het schildergilde te Brugge en in 1515 in het Sint-Lucasgilde te Antwerpen. Zijn vroegste werken laten vooral in de weergave van het landschap een vorming in Haarlem veronderstellen. Van 1484 tot ca. 1498 onderging David invloeden van Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memling, waaraan hij motieven en soms composities ontleende (bijv. de Aanbidding der Wijzen, Alte Pinakothek, München; naar Van der Goes). Zijn persoonlijkheid komt tot uiting in de vrij gedrongen personages en in een warm, doch somber kleurengamma. Tussen 1498 en 1511 ontstonden Davids meesterwerken: het Oordeel van Cambyses (1498; Groeningemuseum, Brugge), de Bruiloft te Kana (Musée du Louvre, Parijs) en de Virgo inter virgines (1509; Musée des Beaux-Arts, Rouen), waarin een harmonisch evenwicht is bereikt. In het Doopsel van Christus (1502–1507; Groeningemuseum, Brugge) zijn de plastische personages in het landschap geplaatst en niet meer ervoor, en er is een atmosfeer van een bos geschapen, evenals in Twee landschappen (altaarvleugels, Mauritshuis, 's-Gravenhage). Zijn palet werd koeler. Men neemt aan dat David tussen 1511 en 1515 in Noord-Italië vertoefde; daarna vestigde hij zich te Antwerpen. Onder invloed van Q. Matsys en het nieuwe milieu won zijn stijl aan zachtheid en bekoorlijkheid, verloor echter aan grootsheid, bijv. in Rust op de vlucht naar Egypte (Museu nacional de arte antiga, Lissabon) en Madonna met de paplepel (Kon. Mus. voor Schone Kunsten van België, Brussel). Hoewel hij beschouwd wordt als de laatste van de Vlaamse Primitieven, hoort David reeds tot de kunst van de 16de eeuw, zowel door de monumentaliteit van zijn personages als door zijn verworvenheden in de landschapschildering. Te Brugge bleef zijn stijl, enigszins verzwakt en gemaniëreerd, naleven in het werk van A. Isenbrant, A. Benson en A. Cornelisz. David was vermoedelijk ook miniaturist. Maria Boodschap ![]() ![]() Vlucht naar Egypte62 x 41½ 'Rust tijdens de vlucht 45 × 44,5 cm. ![]() Moeder en Kind Maria met de melksoep 35 × 29 cm. ![]() De doop van Christus.
Jezus sterft aan het Kruis.
De Heilige Vrouwen - Antwerpen Koninklijk Museum
Rechts: drie vermoorde jongetjes uit een pekelkist redde en tot leven wekte. Een andere versie van deze legende vertelt dat Nicolaas drie studenten redde, die door een herbergier zijn gedood en gepekeld. Het vlees komt in zijn handen. Hij vertrouwt het niet, brengt de jongens terug tot leven en bekeert de herbergier en zijn vrouw. Verder zou hij een ontvoerd jongetje hebben gevonden en een baby gered hebben die in een badje boven het vuur zat.
Onderstaand schilderijen uit Olga’s Gallery |














#









