DAVID, Félicien
Frans toondichter (1810-1882)
|
* 8.3.1810 te Cadenet, Vaucluse - † 28.1.1882 Parijs.
Hij was achtereenvolgens tweede muziek-directeur in de schouwburg en kapelmeester in de kerk van Sauveur te Aix. In het conservatorium te Parijs voltooide hij zijn muzikale studiën. Voor de secte der s. Simonisten, waarvan hij een aanhanger was, schreef hij verscheidene koorliederen en, toen de broederschap ontbonden werd, ging hij met enige geestverwanten naar het Oosten, vanwaar hij na veel gevaren en ontberingen geleden te hebben, in 1835 naar Parijs terugkeerde en daarna zijn ‘melodieën orientales’ uitgaf, die echter geen bijval vonden. Eerst in 1844 verwierf hij zich een buitengewoon succes met ‘Le désert’, een Odesymfonie, zoals hij haar noemde, waarvan de tekst door zijn vriend en medereiziger Auguste Colin geleverd was. Minder succes hadden zijn volgende werken: ‘Moïse au Sinaï’ (1846); ‘Christophe Colomb’ (1847); ‘La perle du Brésil’ (1857); ‘Herculaneum’ (1859) en ‘Lalla Rookh’ (1862).
# |