DANTZENBERG, Johan Michel
Belgisch Nederlandstalig schrijver (1808-1869)
* Heerlen 6.12.1808 – † Elsene 4.2.1869 Hij was medeoprichter in 1857, en jarenlang bezieler van De Toekomst, een belangrijk tijdschrift voor onderwijzers. Op 42-jarige leeftijd debuteerde hij als dichter. Hij stelde de verfijning van gevoel en geest en de keurige vorm tegenover de romantische uitbundigheid van zijn tijd, en bewonderde de Duitse vormkunstenaars Rückert en Platen. Hij trachtte antieke metra en strofen te doen inburgeren, verwierp de alexandrijn en streefde naar een grotere natuurlijkheid. Zijn formalistische vernieuwing werd voortgezet door Fr. de Cort, J. van Droogenbroeck, Pol de Mont e.a. Werken: (o.a.): Gedichten (1850); Beknopte prosodia der nederduitsche tael (1851); Volksleesboek (met Pr. van Duyse; 1854); Verspreide en nagelaten gedichten (1869); Horatius' oden; vert. m. inl. d. M. Sabbe). # |