Personal tools
You are here: Home D Dann DANTE, Alighieri
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

DANTE, Alighieri

by admin last modified 2007-06-12 05:10 PM

Italiaans schrijver en dichter (1265-1321)

* Florence 9.5.1265 – † Ravenna 14.9.1321


De ‘sommo poeta’ (opperste dichter) van het Italiaanse volk en schepper van de Italiaanse literatuurtaal, stamde uit een oud Florentijns geslacht, kreeg een zorgvuldige opvoeding, leerde Latijn, Frans en Occitaans, tekende, zong en was bevriend met vooraanstaande mannen van zijn stad. Opgroeiend te midden van de heftige partijstrijd tussen de Welfen en de Ghibellijnen, had hij een levendige belangstelling voor politiek en behoorde tot de Welfen. Toen deze zich te Florence splitsten in de Zwarten (Neri) en de Witten (Bianchi), koos hij voor de meer gematigde Witten.
        Van 15 juni tot 15 aug. 1300 was hij een der zes priori (stadsbestuurders). Bij de verdediging van de stadsvrijheden tegen paus Bonifatius VIII kwam hij echter in conflict met de Curia en toen in 1301 de (curiale) Zwarten in Florence aan de macht kwamen, werd Dante op een lage aanklacht tot levenslange ballingschap veroordeeld. Rusteloos zwierf hij langs de hoven van Midden- en Noord-Italië. In die tijd verwijdde hij zijn politieke blikveld. Hij droomde van een herstelde eenheid van de westerse wereld in een herboren Romeins rijk van vrede en vrijheid, waarin de Duitse keizer, maar uiteindelijk Italië, weer een leidende rol zou hebben te spelen. Toen zich in 1316 de gelegenheid voordeed naar Florence terug te keren, op voorwaarde dat hij zich eerst een deemoediging als ‘misdadiger’ zou laten welgevallen, wees Dante dit voorstel van de hand. De laatste drie jaar van zijn leven woonde hij in Ravenna, waar zijn stoffelijk overschot rust in een tombe bij de S.-Francescokerk.
        Als jong lyricus beïnvloed door Cavalcanti en Guinizzelli, overtrof Dante reeds spoedig zijn voorgangers in de dolce stil nuovo. Het relaas van zijn ideale liefde voor Beatrice is te vinden in de Vita nuova, een verzameling sonnetten en canzoni die reeds vroeger waren ontstaan en die hij in ca. 1292 bundelde en van een verbindend prozacommentaar voorzag. Zijn andere lyrische verzen uit verschillende perioden, de rime, zijn ongelijk van kwaliteit, maar er bevinden zich enige onovertroffen canzoni onder (o.a. Tre donne, een allegorie op het recht); zie canzona (letterkunde).
    Kort na zijn verbanning begon Dante aan twee (onvoltooid gebleven) prozawerken: De vulgari eloquentia (ca. 1304) over de Italiaanse taal en de dichtkunst (hier en daar zeer ‘modern’) en Il convivio (ca. 1307), een poging om de scholastieke wijsbegeerte voor ongeletterden (vandaar in het Italiaans geschreven) toegankelijk te maken aan de hand van commentaren op enkele van zijn eigen verzen. Zijn vurig aansporende brieven aan Hendrik VII, de ‘Luxemburger’, in wie hij de bevrijder van Italië uit de anarchie zag, schreef hij tussen 1310 en 1312; hij werkte ze volledig uit in zijn beroemde Latijnse traktaat Monarchia (waarschijnlijk 1313). De grondidee van dit boek, dat het doel van de beschaving is het bundelen van alle menselijke potenties, waartoe wereldorde, vrede en vrijheid eerste vereisten zijn, houdt nog steeds gezag. Zijn leer, afgeleid van Augustinus‘ gedachte over de aardse en de hemelse staat, de leer omtrent 's mensen tweeërlei bestemming en tweeërlei gidsen daarheen, nl. de paus voor het hemelse en de keizer voor het aardse leven, bracht hij uit de sfeer van kerk en staat over op het leven van de enkeling; deze leer zou tevens deel worden van het allegorische raam voor zijn levenswerk La divina commedia. Uit zijn laatste levensjaren dateren o.m. twee pastorale Latijnse gedichten, de Eclogae en de verhandeling Quaestio de aqua et terra.
    Worstelend in de cultuureenheid van de christelijke middeleeuwen, leverde Dante daarvan het sluitstuk. Zijn werk bestrijkt het gehele leven van zijn tijd; hij was de grote dichterlijke vormgever van het christelijk wereldbeeld.

#
Links: Miniatuur (begin 15de eeuw) toegeschreven aan Giovanni del Ponte
Rechts: Beatrice en Dante miniatuur.
Onder Illustratie van Dantes ‘Divina Commedia’door William Blake.


UITGAVE: Opere, Edizione nazionale d. Società Dantesca Italiana te Florence (1965 vv.); Tutte le opere, d. L. Blasucci (1965); La commedia secondo l'antica vulgata, d. G. Petrocchi (4 dln., 1966–1967); Opere minori, d. P.V. Mengaldo e.a. (1979); d. G. Bárberi Squarotti (2 dln., 1986–1987); Monarchia, d. P.G. Ricci (1965), d. B. Nardi (1979); La divina commedia, d. U. Bosco en G. Reggio (3 dln., 1988).
VERT: Nederlands: Divina commedia, d. F. Bremer (3 dln., 1941–1943; herdr. 1988) en o.d.t. De goddelijke komedie, d. C. Kops en G. Wijdeveld (71985) en d. F. van Dooren (1987); Vita nuova; Het nieuwe leven, d. F. van Dooren (1988); De monarchie en andere politieke teksten, d. R. Brouwer (1993). – Engels: The divine comedy, d. C.S. Singleton (6 dln., 1970–1975).
#
Onder een tekst pagina met zijn handschrift

Onderstaand een paar sonates van hem:

SONNET
Gij, die 'k voorbij langs Amor's weg zie schrijden, Nu wilt aandachtig beiden:
Zaagt ge ooit een smart gelijk de mijne groot
O wilt mijn klacht niet ongeduldig mijden; Hoort hoe aan alle lijden
Mijn ledig 'hart sleutel en toevlucht 'bood.

Niet naar gering verdienst mij te onderscheiden, Maar uit gena bereidde
Amor me een leven, zoet als geen genoot;
En dikwijls hoorde ik heimelijk mij benijden: Wat deugd kon zulk verblijen
Schenken een hart dat vreugde vroeger vlood!

Maar 't lot kwam mij de arm'oede ontstelen,
Die 'k zelf ontnam aan liefde's schone schat,
En zó arm bleef ik dat
Ik zelfs de moed mis 't andren mee te delen.

En, als uit schaamt' gebrek dat hij bezat
Zo menigeen der wereld wou verhelen,
Des blijden rol blijft spelen.
Terwijl mijn hart smelt in der tranen nat.  

SONNET
Zo zuiver en zo zedig ingetogen
Is mijner vrouwe minnelijke groet,
Dat ze ieders tong siddrend verstommen doet.
En geen waagt tot haar op te slaan zijn ogen.
Zo schrijdt zij voort en hoort haar lof verhogen,
Verherelijkt in deemoeds blanken gloed:
De hemel zond tot de aarde een engel zoet,
Dat ze op een vlekkeloos wonder konde bogen.

Wie haar zo zacht en nederig ziet gaan,
Voelt in zijn hart een innigheid ontbloeien,
Die geen bevat zo hij 't niet ondervond;
En 't is of van haar teer-bewogen mond,
Een adem als van liefde zelf komt vloeien,
Die zucht: verlangen zij uw deel voortaan.  

In bezit Literatuur:
1967 - The Life and Times (B) ***
1988 - Divina Commedia (B) ***

Een tekst pagina met zijn handschrift

Onder: Dante in de hwl, Florantijns miniatuur (einde 14de eeuw) Bibliotheca Laurenzians Florance. In dit deel van de ‘Divina Commedia’(1308-1331) ontmoet Dante o.a. de dichters Guido Cavalcanti en Brunetto Latini en schildert hij de verschrikkingen die de zondaars in het hiernamaals wachten. Het werk heeft een enorme invloed gehad op de beeldende kunsten en de literatuur in Europa.#

RECHTSVERDRAAIERS IN DE HEL 

Onder het schrikwekkend geleide van een drom duivelen gaan de beide dichters de vijfde helle-omgang verder langs en zij aanschouwen een schermutseling tussen duivelen en rechtsverdraaiers.

Menigmaal zag ik ruiters uit de legerplaats opbreken, de storm beginnen, of hun monstering doen, en menigmalen de terugtocht blazen:

Ren-vendels zag ik door uw land, o Aretijnen, en woudpatrouilles zag ik er lopen, spiegelgevechten houden bij drommen en bij tweeën,

dan eens met trompetten, dan met klokken, met trommelen en met vestingsignalen, en met in. en uitheemse dingen,

maar nooit met zo verscheiden blaastuig zag ik ruiters of voetknechten optrekken, noch schip op land of hemelteken manoeuvreren.

Wij gingen met de tien duivels; wee om het woest gezelschap! maar in de kerk verkeert men met heiligen en in de taveerne met gulzigaards.

Steeds maar was mijn aandacht gevestigd op het pek om de ganse inhoud van het kokende vocht en al het volk, dat daarin brandde, te zien.

Gelijk de dolfijnen, wanneer zij de zeelieden met de boog van hun rugge-graat een teken geven, dat zij er op bedacht moeten zijn om hun hulk te bergen;

Zó vertoonde, om zich de pijn te lenigen, soms een der zondaren de rug, en verborg die weer in minder tijd dan het bliksemt.

En gelijk aan de slootkant de kikvorsen met de muil naar buiten staan, zodat zij de poten en het overige dikke verbergen;

zo stonden aan alle kant de zondaren; maar toen Ruigbaard nader kwam, trokken zij zich zo terug onder de kook bellen.

Onder: Voorstelling van de hel, maar opvatting van Dante. (prent uit een uitgave van de ‘Divina Comedia’ (1520).

Ik zag, en nog gruwt mijn hart er van, één wachten, zoals het wel gebeurt dat de ene kikvors achterblijft, terwijl de ander ver wegspringt.

Een bullebijter, die het meest tegenover hem was, sloeg hem met de bepekte haren aan zijn vork en trok hem naar boven, zodat het mij een visotter scheen.

Ik wist reeds van alle de naam, zo goed had ik er op gelet, toen zij werden uitgekozen, en voorts als zij dan geroepen werden, merkte ik mij hoe,

‘O Roodmond, maak dat gij hun klauwen in de rug zet, zó dat gij ze vilt’, zo riepen te zamen alle verdoemden.

En ik zeide: ‘Mijn meester, maak, indien gij kunt, zodat gij weet wie de rampzalige is, in de handen gevallen van zijn tegenstanders’.

Mijn gids klampte hem van ter zijde aan, vroeg hem vanwaar hij was, en gene antwoordde: "Ik was geboortig uit het rijk van Navarre.

Mijn moeder stelde mij tot een knecht bij een heer, daar zij mij gewonnen had van een brasser, verderver van zich"zelve en van zijn goederen.

Voorts was ik lijfknecht van den goeden koning Tibaud: daar zette ik mij er toe om schelmerijen te bedrijven, waarvan ik nu rekenschap geef in dit hete."

En Everzwijn, bij wien aan elke kant een slagtand uit de mond stak als bij een varken, deed hem gevoelen hoe de ene tand sta.

Tussen kwade katten was de muis gekomen, maar Ruigbaard sloot hem in zijn armen en zei: ‘Blijft gijlieden daar, terwijl ik hem aan de vork. Houd’.

En naar mijn meester wendde hij het gezicht en: ‘Vraag hem’,  zeide hij, ‘zo gij nog meer van hem verlangt te weten, voordat een ander hem stukscheurt’.

De gids: ‘Dan spreek van de andere slechten: kent gij er een onder het pek die uit Italië is?’ En hij: ‘Zo even ging ik weg van een, die daar uit die buurt was: mocht ik daar nog zo goed geborgen met hem zijn, daar ik noch klauw noch gaffel vreesde’.

En Bes-luster: ‘Te lankmoedig zijn wij geweest’, zei hij en greep zijn arm met zijn vork, zó dat hij, rijtende, het ene lid er van weghaalde.

Ook Drakemuil wilde hem grijpen onder aan de benen; waarom hun aanvoerder zich met kwade blik omdraaide.

Toen zij een weinig tot bedaren waren gekomen, vroeg mijn gids zonder vertoef aan hem die nog zijn wond beschouwde:

‘Wie was dat, van wien gij zei, dat gij tot uw leed gescheiden werd om op de oever te komen?’

En hij antwoordde: ‘Dat was broeder Gomita, die van Gallura, een vat van alle ongerechtigheid, die de vijanden van zijn heer in zijn macht had, maar ze zo behandelde, dat ze hem allen prezen’.

#
Onder: Links:Prent van John Flaxman (York 1755-Londen 1826)
Illustratie van Dante’s Purgatorio – potlood, pen en grijze inkt. 

Onder: ‘Het Paradijs. Detail van de muurschildering door Giovanni di Paolo (1403-1482)
Academie voor beeldende kunsten Sienna.


Links:  De versmaat, door Dante in zijn Divina nuova gebruikt, is de danreske terzine:
elke strofe bestaat uit drie verzen van elf lettergrepen met een zgn. ‘kettingrijm’.

 ‘De zielen van de verdoemde nabij de Acheron’, illustratie van Renate Guttoso voor
de ‘Divina Commedia’.  De bijtende kracht van Guttuso’s tekening geeft op een dramatische
wijze de diepe wanhoop weer van de verdoemden op de oever van de ‘droevige rivier.

Onder ‘Dante en Vergilius in de Hel’ Schilderij van Eugène Delacroix, Parijs Louvre.
Het Danteske thema van het eeuwifge lijden in de hel wordt in deze indrukwekkende
compositie die de overtocht van de Acheron uitbeeldt, op een ontstuimigeromantische
wijze geïnerpreteerd.


Onder links: Dante, naar een fresco van Rafaël in het Vaticaan. De meeste afbeeldingen
van Dante op rijpe leeftijd zijn overgenomen van Taddeo Gaddi

Onder rechts: Onder de Grafkapel ter nagedachtenis van Dante in 1780 gebouwd bij
de St. Frabciscuskerk in Ravenna, in de stad waar hij overleed.
Zijn stoffelijke resten bevinden zich in een sacrofaag in deze kapel.

  

Onder de 2de ontmoeting van Dante met Béatrice op de kade van de Arno.
Zij zijn 18 jaar samen geweest. (schilderij van Henry Holliday)

het ‘Dodenmasker van Dante (Collectie Baron Kirkup)

   

Rechts de brochure van de Dante Sociëteit




Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004