DANILEWSKY, Nikolaj Jakowlewitsj
Russisch bioloog (1812-1883)
|
Tevens cultuurfilosoof en panslavist * Oberets, gouvt. Orlow 28.11./10.12.1822 - † Tiflis 7/19.11.1883 Hij was de zoon van een geletterd generaal, studeerde botanie te St Petersburg, werd in 1849 korte tijd gevangen gezet, verdacht van medeplichtigheid aan de samenzwering van Petrasjewsky (wat ongegrond bleek) en van revolutionaire gezindheid (hij was toen een bewonderaar van Fourrier), daarna voor enige tijd verbannen naar Samara. Sinds 1853 nam hij deel aan een groot aantal expedities, die ten doel hadden de visstand in de Russische wateren (zeeën, meren en rivieren) op te nemen, van welke expedities hij weldra de leiding kreeg. Daarnaast ontwikkelde hij een zeer veelzijdige
publicistische werkzaamheid. De 3de druk verscheen na Danilewsky's dood in 1888 met een inleiding van N. Strachow, waarin ook een levensschets van Danilewsky. In dit werk ontwerpt Danilewsky een systeem van geschied- en cultuur-beschouwing, dat in zijn grondslagen aan Spengler doet denken, zodat de gedachte van ontlening door de laatste gerezen is. Danilewsky keert zich tegen het Europa-centrische beeld van de wereldgeschiedenis. De Europese cultuur, dat is die van de Romaans- Germaanse volken, is slechts één van de vele culturen, waarvan Danilewsky er tot dusver 10 telt. Elk van deze culturen kent als een biologisch wezen zijn geboorte, groei, bloei, vruchtdraging en afsterving. De groeitijd is de periode van de staatsvorming (voor Europa de Middeleeuwen), dan volgt de bloeitijd met de hoogste prestaties op het gebied van filosofie en kunst, daarna de tijd van de vruchtdraging, waarin de meeste resultaten in de positieve wetenschappen worden bereikt. Nu is echter de afsterving nabij. De Europese (Rom.-Germ.) cultuur bevindt zich in dit stadium; de Slavische daarentegen is in opkomst. Wanneer zij haar staatsvorming zal hebben voltooid door vereniging van de Slavische volken in een federatie onder Russische leiding, zal zij haar hoogte bloei tegemoet gaan. Danilewsky's denkbeelden zijn een naturalistische voortzetting van de Slavofile idee van Ruslands religieussociale roeping tegenover het door rationalisme en gewelddadigheid zieke Westen. De Krimoorlog is hem het bewijs van de principieel vijandige houding van het Westen tegenover Rusland, dat niet tot Europa gerekend wordt. Danilewsky verwacht in de toekomst een beslissende strijd, die door de opkomende jonge Slavische wereld gewonnen zal worden en Rusland van zijn Europese schijncultuur zal bevrijden. In het licht van het moderne gebeuren, van de moderne aantasting van de West-Europese suprematie en ook van het Europeaancentrische geschiedbeeld (het laatste o.a. door Toynbee), mag Danilewsky's theorie zeker merkwaardig heten. PROF. DR TH. J.G. LOCHER Bibl. en Litt. Van D.'s hoofdwerk is in 1920 een Duitse vertaling verschenen door Karl Nötzel (Rusland und Europa); Vgl. verder: M: Schwarz, Sprengler en Danilewsky, twee typen van cultuurmorrologie (Russ.) in Sowremeon Va Zapiski; Th. I. G. Locher, Een Russ. voorloper van Spengler, Verslag 4de Contre. van Ned- H;.tnr;r; ,noA iR..u,m..\ litique (1965), La Trinité et Ie mystère .de I' existence (1968). L' avenir # |