DAMHOUDERE, Joost de
by
admin
—
last modified
2007-03-27 09:10 PM
Zuid-Nederlands rechtsgeleerde (1507-1581)
* Brugge 25.11.1507 – † Antwerpen
22.1.1581
Hij studeerde te Leuven, Padua en Orléans, was in
1533 procureur te Brugge, waar hij in 1537 raadpensionaris en in 1550
griffiercrimineel werd.

In 1552 werd hij door
Maria van Hongarije benoemd tot lid van de Raad van Financiën. Zijn roem dankt
hij vooral aan zijn handleidingen inzake straf- en civiel recht: Praxis rerum
criminalium (1554; 22 Latijnse, 11 Nederlandse, evenals Duitse en Franse
drukken) en Praxis rerum civilium (1567; vert. in het Nederlands, Duits en
Frans). Beide werken zijn hoofdzakelijk plagiaten van de geschriften van de
Gentse jurist Filips Wielant.
Zijn invloed op de
strafrechtelijke opvattingen van zijn tijd was echter zeer groot: tot in
Zuid-Rusland toe heeft zijn Praxis rerum criminalium, dankzij de Porzadek van
de Poolse jurist Groicki, zijn invloed doen gelden. In het in 1620
gecodificeerde strafrecht van het hertogdom Pruisen werden vele bepalingen
letterlijk uit zijn werk overgenomen. De Praxis rerum civilium gold als een van
de hoofdwerken van het Europese procesrecht.
WERK: (behalve genoemde):
Patrocinium pupillorum: legum et praxeos studiosis non minus utile quam
necessarium (1544); De magnificentia politiae amplissimae civitatis Brugarum
(1544); Subhastationum compendiosa exegesis (1546); Enchiridion Parium aut Similium
Utriusque Iuris (1568); Paraeneses Christianae
#
|