Personal tools
You are here: Home D Dali DALTON, John
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

DALTON, John

by admin last modified 2006-10-14 01:40 PM

Engels natuur- en scheikundige (1766-1844)


 * Eaglesfield 6.9.1766 - † Manchester 27.7.1844.


Vanaf 1793 leraar aan het College te Manchester, is de hij de grondlegger van de moderne stoomtheorie. Hij is de ontdekker van de wet van de "veelvoudige verhoudingen" (multiple proporties), volgens welke de gewichtshoeveelheden van een element A, hetwelk met een ander element B verscheidene verbindingen kan vormen, in die verbindingen, berekend op dezelfde gewichtshoeveelheid van B, zich steeds verhouden als eenvoudige gehele getallen, zoals bijv. de chlooroxiden: CL­2O7, alO., alO. en Cl.O.

Bij legeringen, zoals Cu6Zn8 en Cu.1Sn8 is echter nauwelijks meer sprake van eenvoudige getallen. Ook heeft hij zich bekend gemaakt door zijn atoomgewichtbepalingen en door zijn onderzoekingen over gassen en gasmengsels (wet van de partiële spanningen; wet van Dalton). De nauwkeurigheid van zijn experimenten was, ook met de maatstaf van zijn tijd gemeten, niet zeer groot. Hij ontzag zich echter soms niet de uitkomsten enigszins pasklaar te maken voor zijn theoretische overwegingen. Niettemin was Dalton ongetwijfeld een onderzoeker van grote intuïtieve begaafdheid. Hij gaf ook de grondslag voor een chemisch tekenschrift. Hij bestudeerde bij zichzelf en zijn broeder de kleurenblindheid, die men naar hem Daltonisme noemt.

  Links: Detail van een tekening van W. Walker.

John Dalton’s belangrijke verhandelingen zijn merendeels te vinden in de Memoir sof the Literary and Philosophical Society of Manchester, in de Philosophical Transactions en in Thomson's Annals of Philosophy. Op het gebied van de meteorologie heeft hij zich eveneens bewogen, getuige o.a. zijn Meteorological observations and essays (1793, 2de dr. 1834).

LITT.: R. Hooykaas, Chem. Weekblad 44, 339, 409 (1948) ; J. P. Millington, John D. (!906).  

 

Dalton, Wet van, zegt, dat in een mengsel van scheikundig niet op elkander inwerkende gassen de totale druk gelijk is aan de som van de drukkingen, die ieder gas, in het totale volume alleen aanwezig, zou uitoefenen. Voor verzadigde damp is aldus ook de drukking in een met gas gevulde ruimte dezelfde als in een ledige ruimte. Men drukt dit ook aldus uit, dat de totaaldruk gelijk is aan de som van de partiaaldrukken van de gassen afzonderlijk. Deze wet geldt, evenals die van Boyle-Gay Lussac, streng slechts voor ideale gassen. Ten gevolge van de wisselwerking van de moleculen bij de reële gassen is meestal de totaaldruk geringer dan deze som, maar bij hoge dichtheden kan ook het omgekeerde het geval zijn. Dit geldt evenzo voor de druk van een verzadigde damp in tegenwoordigheid van een ander as.

 
Type kleurenblindheid
vastgesteld in 150 jaar  oude gedroogde ogen  

200 Jaar geleden gaf de Engelse chemicus John Dalton een verklaring voor zijn eigen kleurenblindheid. Hij kon rood niet van groen onderscheiden en zag ook het verschil niet tussen roze en blauw. Rode zegellak zag er voor hem net zo uit als een vers laurierblad. Hij veronderstelde dat zijn glasachtig lichaam blauwgetint was waardoor (sommige) kleuren naar kortere golflengte zouden verschuiven. Dalton wilde dat zijn hypothese na zijn dood werd onderzocht.

Op 28 juli 1844, een dag na Daltons dood op 78-jarige leeftijd, was het zover. Medicus Joseph Ransome verwijderde beide ogen. Het glasachtig vocht van een oog was, bekeken in een horlogeglas, kleurloos transparant. Van het andere oog schraapte de autoptist een laagje van de achterkant af. Keek hij door het Daltons dode oog naar rode en groene voorwerpen dan veranderden die niet van kleur.

Daltons hypothese was dus verkeerd. In Daltons tijd bestonden er verschillende theorieën over het kleuren zien en over kleurenblindheid. Dalton beroemd geworden door de atoomtheorie in de scheikunde, dacht aan filters. Maar tijdgenoot Thomas Young, die de golftheorie van het licht opstelde, postuleerde dat bij Dalton een van de drie vezels die licht opvangen in de retina afwezig zou zijn. Young hield het op de vezel die rood detecteert. Young gebruikte de toen al gangbare driereceptor theorie van het kleuren zien. Die bestond ondanks het feit dat die receptoren nog niet waren gezien.

       Tegenwoordig weten we dat er echt drie eiwitreceptoren in het netvlies zitten. De kortgolvige receptor heeft een maximumabsorptie bij 420 nanometer (violet), de middelste en langgolvige receptoren liggen vlak bij elkaar in het groen en geelgroen (maxima bij 530 en 560 nm). Kleurenblinden missen meestal een van beide langgolvige receptoren. Behalve de receptoren spelen ook de hersenen een rol in het kleuren zien. Kleurenblinden switchen kennelijk soms van receptor om het informatiegat te vullen. Dalton zag roze geranium in daglicht als helderblauw, maar bij kaarslicht als oranjeachtig.

Dalton’s ogen zijn bewaard gebleven. De gedroogde resten kwamen in de collectie van de Manchester Literary and Philosophical Society. Nu er genen op het X-chromosoom bekend zijn die coderen voor de receptoreiwitten in het netvlies was het het proberen waard om nog eens te kijken met welke vorm van kleurenblindheid Dalton door het leven ging.

Dalton was een deuteranoop, stelden genetici en oogheelkundigen van de universiteiten van Londen en Cambridge vast (Science, 17 febr). Hij miste het eiwit voor de middelste van de drie fotoreceptoren die het kleuren zien bepalen. Daarmee krijgt Young maar gedeeltelijk gelijk.

Young dacht dat Dalton een protanoop was, een kleurenblinde die de receptor voor het langgolvige licht mist.

LITT.: A.J.Smyth, J.Dalton (1966 met Bibl.)

#

Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004