DALIN, Olof von
Zweeds dichter en geschiedschrijver (1708-1763)
|
* Vinberg, Halland, 29.8.1708 - † Drottningholm 12.8.1763. Hij werd in 1737 bibliothecaris van de koning, in 1750 leermeester van
de kroonprins (later koning Gustaaf III), werd in de adelstand verheven en
benoemd tot rijkshistoriograaf en ten slot te tot hofkanselier. Hij wordt
beschouwd als de grondlegger van het moderne Zweedse proza, vooral door zijn
tijdschrift Den Svenska Argus (1732-34), waarin hij naar Engelse, Franse
en Nederlandse voorbeelden de dwaasheden van de maatschappij geselt en dat
buitengewone opgang maakte. Bekend is zijn satire Sagan om hästen, een
allegorie, waarin het paard, dat van de ene hand in de andere overgaat, Zweden
onder zijn verschillende koningen voorstelt. Daarnaast schreef Dalin
verschillende toneelstukken, zoals het in Fransklassieke stijl geschreven
treurspel Brynilda en het blijspel Den avundsjuke in de trant van
Holberg. Zeer bekend is vooral zijn epos Svenska Friheten, waarin hij
een warm pleidooi voor het bewaren van de vrijheid tegen de gevaren van het
partijwezen houdt. Dit werk was aanleiding voor de regering om hem het
schrijven van een Zweedse geschiedenis op te dragen. Zo schreef hij in populaire stijl Svea rikes historia, waarvan bij zijn dood 4 delen voltooid waren, die de Zweedse geschiedenis tot in Gustaaf Adofs tijd omvatten. Bibl. Vitterhets arbeten (6 dln. 1767) Poetiska arbeten (2 dln, 1782-17; Valda skrifter (1872).
|