DALEM, Cornelis van
Vlaams kunstschilder (ca.1530-1573)
|
Hij was naast Pieter Bruegel de Oudere de belangrijkste Zuid-Nederlandse schilder van midden 16de eeuw. Hem wordt een vrij beperkt oeuvre van hoge kwaliteit toegeschreven, bestaande uit rotslandschappen en architectuur stukken van een klare vormgeving en met een zeer typische kleuren behandeling. De figuren in de landschappen werden geschilderd door o.a. Gillis Mostaert of Jochim Beuckelaer. Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam heeft voor een absoluut recordbedrag uit zijn geschiedenis een paneel aangekocht van de relatief onbekende Vlaamse kunstenaar Cornelis van Dalem (vóór 1534-1573). Het werk, waarvoor aan een anonieme Nederlandse particulier 2,25 miljoen gulden is betaald, is het grootste van de zes panelen die van deze Antwerpse schilder bekend zijn. De andere stukken bevinden zich in het Louvre in Parijs, in het Prado in Madrid, de Alte Pinakothek in München en het University Museum in Stanford. Ook de staatsmusea van Berlijn bezaten een Van Dalem maar dat paneel is in 1945 tijdens de bombardementen van de geallieerden verloren gegaan. Het 'meesterwerk', zoals Jeroen Giltay, hoofdconservator Oude Schilder en Beeldhouwkunst van Boijmans, het paneel van 88 bij 165 centimeter noemt, komt enigszins overeen met dat van Berlijn. Het laat een diepbruine rotsformatie zien, waarop geiten en bokken grazen. Een gat in de wand verleent uitzicht op een wazige verte. Bovenop de rotspartij groeien verschillende soorten, zeer precies weergegeven bomen. Voor weer- gave van de lucht had Van Dalem nauwelijks ruimte. Dankzij enkele flauw-roze geschilderde steenvlakken en minuscule bloempartijen die zich tussen de rotsen bevinden, oogt het paneel in zijn bruin geschakeerde donkerte elegant. De titel luidt Het begin van de beschaving. Vermoedelijk zijn de in dierenvellen gehulde volwassenen en kinderen die zich temidden van hun primitieve behuizing aan de voet van de rotspartij ophouden, aangebracht door een collega van Van Dalem. Een enkel kind leert hoe het moet lopen, terwijl anderen bij het water hun behoefte doen. Een oude grijsaard loopt in het midden van het paneel over een wankel bruggetje en de hut die rechts op de voorgrond op palen staat moet een 16de-eeuws wc zijn, die vaak in die vorm boven het water werd gebouwd. Middenin de rotswand brandt een bijna onzichtbaar vuurtje, terwijl zich, links, nog een echtpaar ophoudt. De koopman en schilder Cornelis van Dalem komt in het Schilder Boeck uit 1604 van biograaf en schilder Carel van Mander voor bij de Vlaamse kunstenaar Bartholomeus Spranger, die bij hem in de leerwas. Spranger hield zich voornamelijk bezig met lezen, zo vertelt Van Mander, aangezien Van Dalem alleen maar schilderde als hij af en toe zin had. Zijn leermeester moet een rijk en zeer gelovig man geweest zijn, een Antwerpse intellectueel met een grote bibliotheek. Vanwege zijn ketterse sympathieën voor de wederdopers, vestigde Van Dalem zich later in Breda, waar hij een buiten liet bouwen, genaamd 'de Ypelaar'. In 1920 kwamen de fundamenten daarvan te voorschijn als ook een steen waarop de naam van een ketter was gebeiteld die bij Van Dalem in huis woonde. Van Mander maakt verder nog melding van de schilders Gillis Mostaert of Joachim Beuckelaer, die voor de figuurschilderingen tussen de rotsen en landschappen zorgdroegen. Temeer omdat Van Dalem zo'n kleine oeuvre heeft nagelaten, raakte hij volstrekt in de vergetelheid. Pas in 1924, nadat Berlijn zijn paneel had verworven, werd er weer studie naar hem verricht. Het thema van Boijmans' nieuwe aanwinst doet vermoeden dat de schilder bekend was met het boek De Rerum Natura van de Romein Lucretius (ca. 99-55 voor Christus), die beschrijft hoe de eerste mensen van de wereld op jacht gingen 'met steenworp en de slagen van een zware knots; zij wonnen meest, maar hielden zich voor sommige (dieren, red.) schuil. Bij 't vallen van de nacht begaven zij zich naakt, ter ruste op den grond als 't borstelig everzwijn, zich 't lijf bedekkend met gebladerte rondom.... Conservator Giltay wist al vijftien jaar dat dit paneel in particulier bezit was. De eigenaar bepaalde dat het na zijn dood in Boijmans onderdak moest vinden. "Het past 1ier schitterend tussen het werk fan Pieter Bruegel van Jeroen Bosch", aldus Giltay, die het ondenkbaar acht dat er ooit nog een dergelijk werk op de markt komt. Ten tijde van de fondswerving, die anderhalf jaar in beslag nam, stond het paneel in het museumdepot. Daar is het inmiddels gerestaureerd en schoongemaakt. De drie planken, waaruit het is samengesteld, waren een millimeter gaan wijken, waardoor horizontale, stotende lijnen ontstonden. " Verder verkeert het in voortreffelijke staat", aldus Giltay, die onderstreept dat talrijke instellingen en fondsen de aankoop hebben gefinancierd. Landschap met herten – olieverf op hout – 47 x 68 cm. Prado Museum Mardrid. ‘Saint Jerome in penitence’ - olieverf op panel - 20.2 x 28.3 cm. ‘Het begin van de beschaving’- een paneel vaan 88 x 165 cm Museum Boymans van Beuningen
# |
