DALBERG, Karl Theodor Anton Maria
Vrijheer von Dalberg (1744-1817)
|
* Herrnsheim, bij Worms, 8.2.1744 - † Regensburg 10.2.1817 Kameraar van Worms; Laatste keurvorst van Mainz en aartskanselier, later vorstprimaat van de Rijnbond en groothertog van Frankfort Hij was achtereenvolgens lid van het domkapittel te Mainz (1768), stadhouder te Erfurt (1772), coadjutor van Mainz en Worms (1788), bisschop van Konstanz (1800) en van Mainz (1802). In 1803 werd het bisdom door de "Reichsdeputationshauptschlusz" geseculariseerd, maar Dalberg bleef aartskanselier van het Roomse rijk en werd schadeloos gesteld met Regensburg, Aschaffenburg en Wetzlar. Hij was het type van de zeer beschaafde, kosmopolitisch ingestelde en " verlichte" geestelijke van die tijd en een krachtig voorstander van de Napoleontische hervormingen. Zo werd hij in 1806 vorstprimaat van de Rijnbond. Toen hij in 1810 Regensburg aan Beieren moest afstaan, werd hij groothertog van Frankfort. In 1813 werd hem die waardigheid afgenomen en werd hij, nu uitsluitend geestelijke, bisschop van Regensburg. In deze kwaliteit verdedigde hij de onafhankelijkheid der Duitse bisschoppen tegen de Curie. # |