Personal tools
You are here: Home D D D' ANNUNZIO, Gabriele
Document Actions

D' ANNUNZIO, Gabriele

by admin last modified 2006-09-23 12:52 PM

portret

Door John Woodhouse: Gabriele D'Annunzio. Defiant archangel. Clarendon Press, 406 blz. f 100,75  Januari 2000

Op het eerste gezicht lijkt het een merkwaardige vraag: wat mag er van een schrijver worden verwacht? Romans, verhalen, gedichten, essays. Natuurlijk. Wat anders. Maar dat je er daarmee niet bent, is wel gebleken tijdens de recente misère op de Balkan. Bij menige Nederlandse auteur meldde zich een vertegenwoordiger van de nieuwsmedia met het verzoek zijn opvattingen over het Bosnië of Kosovo, conflict te geven.

Ergens is bij het publiek blijven hangen dat de schrijver bij uitstek een bijzonder talent voor morele verontwaardiging heeft en de natuurlijke aandrang om daarover te schrijven. De heer Voskuil heeft met zijn varkens bewezen dat er nog steeds authentiek maatschappelijk engagement onder Nederlandse letterkundigen bestaat?

Alles goed en wel, maar wat als de auteur stiekem van oorlog geniet en van gevaar houdt, als hij bommenwerpers en tanks mooi vindt of gefascineerd wordt door andermans ellende en al helemaal niet om varkens geeft? Wat als de dood op het slagveld voor hem niets weerzinwekkends is? Dan zal iedereen over hem heen vallen.

Dat is niet altijd zo geweest. Het 'foute' dan wel 'weinig moreel correcte' maatschappelijke engagement van Louis-Ferdinand Céline, Ernst Jünger, Régis Debray, Yukio Mishima, Maksim Gorki, Giuseppe Ungaretti, J.P. Sartre en al die anderen dat ons nu een gevoel van onbehagen geeft, was ooit respectabel.

In het licht van de fiasco's die in het nabije verleden hebben plaatsgevonden zijn we nu geneigd onze blik op de gebeurtenissen van toen te vernauwen en de wereld met onze achteraf kennis in te delen in de simpele categorieën 'goed' en 'kwaad'. Dat men daarmee zijn blik niet alleen vernauwt, maar ook vertroebelt, blijkt wanneer we het engagement van de Italiaanse dichter en activist Gabriele D' Annunzio (1863-1938) onder de loep nemen, over wie een biografie is verschenen van de Britse hoogleraar John Woodhouse.

Als hartstochtelijk, maar ook wat slordig lezer van Nietzsche omhelsde D'Annunzio ideeën waarvan thans menig weldenkende burger nog gruwt. Hij was gefascineerd door Nietzsche’s concept van de Übermensch en raakte ervan overtuigd dat hij zo'n uitverkorene was: iemand die niet naar de regels van de burgerlijke moraal hoefde te leven en slechts eigen wetten gehoorzaamde.

Aanvankelijk paste het beeld dat de jonge dichter had van zijn grootse rol in de wereld nog geheel in de sensuele atmosfeer van het fin de siècle. De jeugdige superuomo, kampvechter van het schone en verhevene, bleek in de praktijk een egoïstische supermacho, wiens heroïsch slagveld vooralsnog in het slaapsalet lag. Maar hij zag toen al in dat hij de openbaarheid moest zoeken, wilde hij werkelijk kunnen schitteren. Als dandy-journalist ontpopte hij zich in korte tijd tot de arbiter elegantiarum van de Romeinse beau monde. Dankzij zijn literair talent, weinig scrupuleuze machinaties en een trouwe claque werd hij een gevierd man. Door zijn krantenstukken en zijn scandaleuze en extravagante levenswijze werd hij een publiek figuur. De eerste voorwaarde voor een geslaagd engagement was vervuld: de dichter was iemand, er werd naar hem geluisterd. Nu kwam de volgende stap.

Politiek gezien was D' Annunzio een gefrustreerde nationalist. De hereniging van Italië had niet de grote, sterke natie voortgebracht waarop hij en velen met hem hadden gehoopt. De voornamelijk Italiaans sprekende gebieden in het oosten behoorden nog aan de Oostenrijks -Hongaarse dubbelmonarchie, voor het weinig slagvaardige parlement in Rome haalde men de schouders op. D' Annunzio besloot zich als volksvertegenwoordiger verkiesbaar te stellen. Hij deed dat op geheel eigen wijze. In zijn kiesdistrict nam hij het als 'Kandidaat van de Schoonheid' op tegen de kandidaat van de Republikeinse partij. Zijn programma was eenvoudig: Italië was de bakermat van de schoonheid in de wereld en het was aan de dichter - politicus om die oeroude gedachte nieuw even in te blazen. Dat hij als talentvol manipulator van de massa verzekerd  was van een groot publiek is in onze ogen niet verwonderlijk, wel dat zijn politiekesthetische' betoog aansloeg. Toch moet D' Annunzio's engagement serieus worden genomen. Naar hij meende was alleen de superuomo, een derivaat van Nietzsche’s Übermensch, in staat in verheven sferen met het ware, dat wil zeggen het schone, te verkeren. Zo stond hij natuurlijk boven de gewone man. Die nam daar geen aanstoot aan. De kandidaat van de schoonheid wist zijn missie overtuigend te brengen.

Een citaat uit een verkiezingstoespraak: 'Verwelkom mij als je zou doen met een zuiverder, doorschijnender broeder. Laat ten minste voor een dag de mantel van licht die ik voor jullie heb geweven op jullie neerschijnen. Arbeiders, bedenk dat er geen tegenspraak bestaat tussen de werken waarin jullie je kracht verwezenlijken en de goddelijke vooruitzichten waarvoor ik mijn vleugelen geef. 

D' Annunzio won de verkiezingen. Op het parlementaire toneel kon hij echter niet schitteren zoals hij wilde.

Hij baarde nog opzien door over te lopen naar links, maar bij de volgende verkiezingen werd hij kansloos verslagen. Het flamboyante heldendom van de buitenparlementaire actie is nu eenmaal niet bestand tegen partijen fractiediscipline of het sluiten van verwaterde compromissen.

D' Annunzio bleef een nationale figuur. Zijn nu niet altijd meer leesbare romans haalden hoge oplagen, zijn toneelstukken trokken volle zalen, zijn eindeloze stoet van afgedankte maîtresses, met als 'hoogtepunt' de schone en beroemde actrice Eleonora Duse, vulden de kolommen van de kranten. Als supermens was alles onmatig en mateloos aan hem, vooral zijn. Schulden.

Tussen de bedrijven door vond hij de tijd om de Alcyone te schrijven, waarin hij de schittering van een pseudo-klassieke, mythische wereld oproept, waar de dichterziener ook tegelijk de dichterheld is. Deze achtentachtig gedichten mogen tot zijn beste werk gerekend worden.

 In de Eerste Wereldoorlog bleef Italië aanvankelijk neutraal, tot ergernis van D' Annuzio die zijn niet te negeren populariteit in de strijd wierp om de regering te dwingen de kant van Frankrijk en Engeland te kiezen en de oorlog Oostenrijk-Hongarije de oorlog te verklaren met het doel de volksgenoten in Fiume en Dalmatië te bevrijden. Toen Italië ten slotte de oorlog inging, D' Annunzio zou later verklaren dat de wereld dat aan zijn optreden te danken had, meldde hij zich, tweeënvijftig jaar oud, als oorlogsvrijwilliger. Hoewel hij beslist niet bang was uitgevallen, behaalde D' Annunzio zijn talloze onderscheidingen vooral door zijn opzienbarende stunts, waarover hij zelf in de krant schreef. Vanuit een tweezitter gooide hij bommen op de Oostenrijkers, pamfletten op Wenen, een van zijn bekendste wapenfeiten, en schoot hij op de Adriatische zee van een torpedoboot op Oostenrijks-Hongaarse oorlogsschepen.

Het waren niet alleen politieke denkbeelden die hem dreven, ook esthetische. Zijn in wezen amorele engagement was alleen mogelijk dankzij de beschermende mantel van de literatuur. Zo was voor iemand die werkelijkheid en fictie nooit uit elkaar heeft kunnen houden er niet alleen een oorlog, maar ook een mythische titanenslag aan de gang.

In 1919, in de rommelige tijd na de wapenstilstand haalde hij een huzarenstukje uit waarmee hij de geschiedenis is ingegaan. Tijdens de naoorlogse onderhandelingen bleven Fiume en Dalmatië onder Oostenrijks bestuur staan en het leek er niet op alsof daarin verandering gebracht zou worden. Met een groepje ongeregelde veteranen bezette D' Annunzio de omstreden stad voor Italië, waarover hij bijna twee jaar als een condottiere uit de Renaissance zou heersen. Het volk werd tevreden gehouden met vlammende redevoeringen en gekaapte goederen. Het was een dolle boel. De fraai geüniformeerde dichter en oorlogsheld, hij was inmiddels luitenant-kolonel, leefde er als een absolute vorst op een dieet van drank, vrouwen, drugs en feesten.

Ziehier het meest sublieme wat er voor een politiek geëngageerde kunstenaar mogelijk is: de dichter als absolute vorst, de verbeelding aan de macht. Alle dagen feest. Onder de Italianen die hem om dit optreden bewonderden was er een die het nodige van de dichter opstak: Benito Mussolini. Zijn beruchte mars op Rome van 1922 was eigenlijk een navolging van D' Annuzio's mars op Fiume. De duce vergat niet, wat hij aan de dichter te danken had. D' Annunzio werd door Mussolini in de watten gelegd, verheven tot prins en benoemd tot senator voor het leven.

Niemand kan D' Annunzio's politieke en maatschappelijke engagement ontkennen, maar wij verstaan er toch liever iets anders onder, iets fatsoenlijkers, iets wat uit een volgeschoten gemoed opwelt. Schrijvers waren traditioneel hiervoor de aangewezen figuren. Gabriele D' Annunzio kon in zijn heldenrol groeien omdat in zijn wereld het geschreven woord nog niet was verdrongen door het beeld. Dat is nu wel het geval. De rol van de politiek geëngageerde dichter is overgenomen door de bekende Nederlander, vaak een sociaal bevlogen cabaretier. Schrijvers hebben altijd nog de varkens.

 

 

#


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004