Personal tools
You are here: Home D D D' AMBROSIO, Charles
Document Actions

D' AMBROSIO, Charles

by admin last modified 2006-09-23 12:11 PM

Amerikaans schrijver

Hij publiceerde verhalen in gezaghebbende tijdschriften als de New Yorker en de Paris Review. In de loop van dit jaar zal zijn eerste verhalenbundel verschijnen. Uitgeverij Meulenhoff nam het verhaal 'De Punt' van hem op in de bundel Prachtig weer verhalen.

Een fragment daaruit. (illustraties  Raoul de Leeuw)

Ik lag nog wakker na mijn nachtmerrie, een nachtmerrie waarin mijn vader en ik helium ballonnen kochten bij een circus. Ik bond de mijne om mijn vingeren vader bond de zijne aan een boontje en raakte hem kwijt. Daarna lag ik in het donker te woelen; ik kon niet slapen van het zand tussen mijn lakens en de herrie in de woonkamer. Toen ging de deur open en even werd ik verblind door de flits fel licht. Het feest was nog in volle gang en toen mijn ogen begonnen te wennen zag ik door de deuropening in het licht de zilverwitte rook wervelen en de mensen die erin dreven, zwevend als engelen in de hemel, een soort hemel waarin de gastheer whiskysoda schenkt en de mannen sigaren roken en de vrouwen allemaal naar rottend fruit ruiken. Het was er een hysterisch gedoe, de mannen lachten, het ijs rinkelde, de vrouwen krijsten. Er kwam een vrouw naar me toe, die op de rand van mijn bed ging zitten en zich over me heen boog. Het was mijn moeder. In het tegenlicht was ze een vaag, dreigend silhouet, maar ik rook lelietjes-van-dalen en nog iets, citroen van het bittere schilletje dat ze altijd opkauwde als ze de waterige bodem van haar wodkatonic had bereikt. Toen vader nog leefde dronk ze zelden, maar sinds hij zich had doodgeschoten kon je wel zeggen dat ze zich volkomen liet gaan.

     'Schat?' zei ze. 'Hoi, mam,' zei ik. 'Je ouwe moeder is teut, schat, hartstikke teut.' 'Het geeft niet,' zei ik. Ze bekende me dat soort dingen graag, al was het altijd duidelijk hoe zat ze was, en het kon me nooit iets schelen. Ik beschouwde mezelf als een kenner op dit gebied. 'Het is toch een feestje,' zei ik achteloos. 'Neem het er maar lekker van.'

'O god,' lachte ze. 'Ik weet niet hoe het zover is gekomen.' 'Wat is er, mam?'

'Ja schat,' zei ze. 'Er was iets.' Ze keek uit het raam naar de zeilwitte maan achter de zwarte takken van de appelboom en toen keek ze me recht aan. 'Wat was er ook weer?' Haar ogen waren vochtig en vertoonden een web van rode adertjes. 'Ik had een reden om hier te komen,' zei ze, 'maar nu ben ik het vergeten.' 'Misschien kom je er weer op als je teruggaat,' opperde ik. Juist op dat moment verscheen mevrouw Gurney in de deuropening. 'Nou?' zei ze terwijl ze op de vloer in elkaar zakte. Mevrouw Gurney had zilverblond haar en ze was bruin verbrand, zoals de vrouwen hier in de buurt worden wanneer hun huwelijk op de klippen loopt. Ik zag de lussen van de grove, gouden kettingen om mevrouw Gurneys donkerbruine hals glinsteren in het zwakke licht tot waar ze wegzonken in de donkerder kloof tussen haar borsten.

'Dat was het,' zei moeder. 'Mevrouw Gurney. Ze is er erger aan toe dan ik. Zij is lidder... lodder... ? ladderzat?'

'Geef mijn pyjama even aan,' zei ik. Ik trok onder de deken mijn zwembroek aan. Al jaren hielp ik deze oude dronkaards over het zanderige speelveld, over de slingerende planken paden en de door het zout gebleekte trap van hun huis op, waarna ik koffie zette, toost maakte of restjes opwarmde, in het medicijnkastje zocht naar aspirine en vitamine B, een glas water op het nachtkastje zette, of op de salontafel als ze op de bank waren neergestort, en één keer zelfs een ouwe zak lekker instopte in zijn lakens van donkerrode zijde. Ik bracht deze zatlappen naar huis en hoorde verhalen aan over de alma mater, Theta XI, splitsingen van aandelen Boeing, Cadil- lacs, scheiding, nembutal en ontrouw, en vaak gaven de mensen die ik naar huis hielp drie of vier dollar voor het aanhoren van al hun droevige verhalen. Het was waarschijnlijk beter dan een krantenwijk.

Vader, die legerarts was geweest in Vietnam, gaf me dit klusje toen ik tien was en op mijn dertiende zag ik mezelf als een doorgewinterde veteraan die iedere tocht als een missie opvatte.

'Oké, mevrouw Gurney,' zei ik, 'hopla.' Ik pakte haar uitgestoken hand, leunde achterover en trok haar overeind. Ze bleef een poosje staan, heen en weer zwaaiend als een matroos die al lang geen haven meer heeft aangedaan.

Moeder gaf haar een natte zoen op de lippen en zei toen tegen mij: 'Kom gauw naar huis.'

'Ik ben bezopen,' verklaarde mevrouw Gurney. 'Straal bezopen.

De maan was vol en maagdelijk wit in de blauw-zwarte hemel. De straat van Saragota ving als een fuik de wind die hard uit het noorden woei, en mevrouw Gurney en ik worstelden ons ertegenin, laverend over het speelveld. Mevrouw Gurney sloeg haar arm in een wurggreep om mijn nek en zo zwalkten we verder. Zandkorrels vlogen in onze ogen en verblinden ons.

'Houd uw hoofd naar beneden, mevrouw Gurney! Ik kijk wel uit voor u!'

Ze liet zich in het zand zakken, zich nestelend alsof ze een ei ging leggen. Ze gespte haar sandalen los en gooide ze achter zich. Ik rende terug en raapte ze op uit het zand. Haar rok wapperde in de wind, vloog in haar gezicht. Haar zilverkleurige haar, dat meestal met een dikke laag lak in de vorm van een valhelm werd gehouden, barstte en waaide in sprieten uiteen als een bosje stro.

'Waarom heb ik zoveel gedronken, verdomme?' schreeuwde ze. 'Ik ben bezopen, echt, Kurt, ik ben straalbezopen. Had ik verdomme maar niet zoveel gedronken.'

'Het is nu eenmaal gebeurd, mevrouw Gurney,' zei ik terwijl ik me over haar heen boog. 'Dat is nu het probleem niet. Het probleem is hoe we u thuis krijgen. , 'Waarom, verdomme!'

'Geloof me, mevrouw Gurney. U moet gewoon naar huis. ,

Eén raad bij die dronken lui: naar mijn mening is het op den duur het beste om je zo strikt mogelijk aan je opdracht te houden. We gaan gewoon naar huis, verzeker je hun, en morgen is het allemaal anders. Als je te ver af raakt van het simpele doel ze thuis en in slaap te krijgen, haal je jezelf een hoop onnodige ellende op de hals. Je krijgt alles te horen over hun treurige bestaan, en ineens moet allereerst alles in orde worden gebracht, en wel meteen. Bepaalde dingen in het leven zijn  onherstelbaar, zoals in vaders geval, en dat is altijd triest, maar ik geloof dat niets in het leven kan worden verholpen onder invloed van een stuk of vijf glazen rumpunch.

Mevrouw Gurney woonde zo'n achthonderd meter verderop aan het strand in een bungalow met gotische elementen. Volgens de roddels was mevrouw Gurney niet gescheiden maar hield haar man niet van haar. Dat soort kennis behoorde tot mijn werk, iets wat ik niet leuk vond maar accepteerde als een noodzakelijk kwaad. Ik kende alle roddels, alle geruchten, de wisselende lotgevallen van mijn moeders vrienden. Na een zomer wist ik alle praatjes over iedereen, of ik het wilde of niet. Maar ik had een priesterlijk besef van mijn positie, en wat iemand me ook vertelde in een vlaag van zatte, zwetsende biechtzucht, was even veilig en geheim alsof het in een pauselijke audiëntie onder vier ogen was uitgesproken.

Toch hoopte ik dat mevrouw Gurney zich aan het hoofddoel zou houden en niet zou beginnen over hoe triest en eenzaam ze was, of hoe wreed haar man was en wat er van ons allemaal moest worden enzo. De wind rammelde aan de schommels met hun knarsende kettingen en ranselde de gerafelde vlag, die halfstok hing. Eerder die zomer was Crutchfield, specialist in assurantierecht, overboord gevallen en verdronken toen hij zijn krabbenfuik binnen haalde.

Mevrouw Gurney zat gehurkt op de grond, greep handenvol met zand en liet het door haar vingers  glijden; de korrels stroomden weg als ineen zandloper.

'Mevrouw Gurney? Zo komen we niet erg veel verder. Ze stond op, greep zich vast aan mijn broekspijp, mijn mouwen toen mijn hals. We begonnen weer te lopen. Het zand was diep en mul, en met iedere stap zonken we in de zachte laag weg tot we vaste grond vonden in het dicht opeengepakte zand eronder, zodat we met kleine pasjes vooruit kwamen.

Het was een heldere nacht met veel schaduwen, alles, zelfs de minuscule pluimpjes van de wieren die door het zand staken, had een schaduw, en dat maakte de wereld dieper, ze leek dikker, met lagen en nog meer lagen en dan een duisternis waarin ik niets kon zien.

'Weet je,' zei mevrouw Gurney, 'het zit zo met die feesten, met al dat drinken, weet je, zo godvergeten zat worden is...' Ze zweeg en probeerde haar verwilderde haren weer glad te strijken, maar nu ze niets anders meer vasthad dan haar hoofd, viel ze op haar kont in het zand.

Ik wachtte tot ze haar zin zou afmaken, maar gaf het op in de wetenschap dat die voorgoed verloren was. Haar lippenstift, zag ik, zat in clownachtige strepen om haar mond gesmeerd, waardoor haar lippen een grimas of misschien een grijns vormden. Ze rook anders dan mijn moeder, naar peper, vond ik, en bananen. Ze was langer dan ik en een beetje mollig en haar neus had precies dezelfde vorm als haar hoofd, een miniatuurreplica midden in haar gezicht.

Eindelijk lieten we het speelveld achter ons en kwamen we op het pad van planken dat voor de zeewering langs liep. Een houten kar stond gekanteld in het zand. Ik zette de kar rechtop.

'Daar gaan we, mevrouw Gurney,' zei ik terwijl ik naar de kar wees. 'Spring erin.'

'Het gaat best,' protesteerde ze. 'Het gaat prima. Prima de luxe.

'Het gaat niet prima, mevrouw Gurney.'

De opzichter maakte die karren van oude dekken van patrouille boten. Ze waren zwaar, lelijk en duurzaam. Als ze eenmaal op gang waren gekomen rolden ze gemakkelijk.

Mevrouw Gurney stapte in, niet zonder een hoop kouwe drukte, en toen ik haar eindelijk zover had dat ze haar mond hield en ging zitten, begon ik te trekken. Ik had haar nog nooit naar huis gebracht, maar op een schaal van een tot tien, waarbij tien het weerspannigste was, gaf ik haar op dat moment ongeveer een zes.

Ze ging liggen als Cleopatra die op haar boot over de Nijl dreef. 'Stop the world, zong ze. 'l want to get off '

Ik bleef staan om op adem te komen en mevrouw Gurney was verdwenen. Ze zat op de planken, een paar huizen terug. 'Moetje al die huizen zien,' zei mevrouw Gurney zwaaiend met haar armen.

'Kom, mevrouw Gurney.' 'Weer een mooie rotzomer op de Punt. De wind leek mevrouw Gurney te bekoelen, maar dat viel moeilijk te voorspellen. Dronken mensen konden bijna nuchter worden en dan, net als ze een aardig evenwicht hadden gevonden, stortten ze aan de andere kant weer in een depressie.

'Arme Crutchfield,' zei mevrouw Gurney. We stonden voor het huis van meneer Crutchfield. Boven brandde licht -in de slaapkamer, zo wist ik, terwijl de lagere verdiepingen donker en leeg waren. 'En Lucy, god, wat een verdriet. Ze hielden van elkaar, Kurt.' Mevrouw Gurney fronste haar wenkbrauwen. 'Ze hielden van elkaar. En nu?'!

Mevrouw Gurney ging op de romp van een omgekeerde reddingboot zitten. Haar hand verdween onder haar rok en ze trok haar kousen uit, rolde ze af langs haar benen en  liet nu de kleine zwarte donuts in de wind wegwaaien. Ik haalde ook die op en stopte ze tussen de riempjes van haar sandalen. 'Dat scheelt,' zei ze. 'Het is niet ver meer, mevrouw Gurney.

We zijn zo thuis.' Ze slaagde erin zonder hulp op te staan. Ze zweefde langs me heen in de richting van de zee. De weg werd versperd door een massa spookachtig grijs wrakhout oude boomstronken, losse stukken giek, planken, zo verraderlijk, dat ze er in haar dronkenschap niet overheen zou komen, dacht ik, maar mevrouw Gurney liep domweg door met haar dat wapperde in de wind, terwijl haar rok als een zeil opbolde en haar armen op en neer bewogen als bij een trapezewerker hoog op het koord.

'Mevrouw Gurney?' riep ik.

'Ik wil...' begon ze, maar haar woorden werden door de wind weggeblazen. Ze ging op een stuk hout zitten en toen ik bij haar kwam, hield ze haar hoofd in haar handen en zat ze tussen haar benen te braken. Braaksel en de aanblik van brakende volwassenen behoorden tot de minder aangename kanten van dit werk. Ik vond het afschuwelijk die mensen in zo'n vernederende toestand te zien. Maar na drie jaar wist ik van heel wat huizen op de Punt in welke kast de dweilen, sponzen en schoonmaakmiddelen werden bewaard. Ik klopte mevrouw Gurney op haar rug en zei: 'Toe maar, toe maar, laat maar gaan. U voelt zich veel beter als het er allemaal uit is.' Ze kokhalsde en spuugde en er hing een zilveren draad van haar lip tot op het zand. 'Godverdomme, Kurt. Godverde,  godverde, godverdomme.' Ze hief haar hoofd. 'Moetje mij nou zien, moetje mij nou toch eens zien.'

Ze zag er wel zielig uit maar verder in orde. Ik had erger meegemaakt.

'Neem een sigaret, mevrouw Gurney,' zei ik. 'Kom maar even tot uzelf.'

Zelf rookte ik niet, ik vond het een smerige gewoonte, maar ik wist van vorige gelegenheden dat een sigaret lekker moest smaken voor iemand die net heeft overgegeven. Een sigaret of twee kon mensen kennelijk helemaal kalmeren en bood hun iets simpels om zich op te concentreren.

Mevrouw Gurney gaf me haar sigaretten. Ik schudde er een uit het pakje en stak die in mijn mond. Ik streek een stuk of vijf lucifers af voordat het me lukte er een brandende te houden, waarbij ik het vlammetje met mijn hand beschermde tegen de wind, in de stijl van de oude oorlogsfilms. Ik pufte de rook uit. Ik reikte mevrouw Gurney de sigaret aan en zij nam een trek, terwijl ze afwezig in de verte staarde. Ik wachtte en liet haar rustig roken.

'Ik voel me beroerd,' kreunde mevrouw Gurney.

'Het gaat wel over, mevrouw Gurney, u bent dronken. We moeten u gewoon naar huis zien te krijgen. , 'Moet je mijn rok zien,' zei ze.

Die was inderdaad nogal vies, want ze had hem ondergekotst, maar dat kon met wat water en zeep wel worden verholpen. Dat zei ik tegen haar.

'Hoe oud ben ik, Kurt?' repliceerde ze.

Ik deed of ik erover nadacht en schatte laag.

'Negenentwintig? Goeie god!'

Mevrouw Gurney keek over het water naar de diepe, zwarte schaduw van Hat Island, en ik keek ook en het was ongelooflijk hoe die duisternis zich aftekende tegen de duisternis eromheen. Maar daarover kon ik me in mijn eigen tijd verbazen.

'Ik ben achtendertig, Kurt,' gilde ze. ' Achtendertig, achtendertig, achtendertig!'

Ze begon me te ontglippen. Ze steeg naar tien op de schaal van tien.

'Als je op een donkere avond staat te springen,' zei ze, 'zie je het verschil niet tussen achtendertig en veertig. Vijftig! Zestig!’ Ze schoot haar sigaret weg in een hoge, kromme boog die in een regen van gouden vonken uiteenspatte tegen een blokhout. 'Waar ga ik heen, verdomme?' 'U gaat naar huis, mevrouw Gurney. Hou vol.'

'Ik wil dood.'

Een paar schepen deinden in de wind en een zeemeeuw krijste klaaglijk op het duikplatform, de kreten werden van ons weggevoerd naar het zuiden, met de wind mee. Een rode waarschuwingsboei flitste op de zandbank.

Mevrouw Gurney klauterde over het wrakhout en liep slingerend over het natte zand naar de zee. Ze stond aan de rand van het water en heel even dacht ik dat ze zich in de branding zou storten, maar dat deed ze niet. Ze stond bij de rand van het strand, de witte golven wervelden om haar voeten en ze liet haar rok naar haar enkels zakken. Eronder droeg ze een witte, satijnen onderrok die als een fietsreflector glansde in het maanlicht. Ze waadde het water in, hurkte en boende haar rokschoon. Toen kwam ze het water uit en ging in het zand liggen. 'Mevrouw Gurney?'

‘Ik ben duizelig, verdomme.’

Haar ogen waren dicht. Ik stelde haar voor ze open te doen. 'Dat scheelt,' zei ik. 'En kom overeind, mevrouw Gurney. Dat scheelt ook.'

'Heb jij dat wel eens gehad?' vroeg mevrouw Gurney. 'Vertel me niet dat je stiekem de drankkast van je moeder plundert, Kurt Pittman. Vertel me dat niet. Alsjeblieft, spaar me. Jezus Christus, ik zou het niet aankunnen. Echt, dat kan ik niet aan, Kurt. Hou verdomme je kop erover, ja?' Ik had nog nooit van mijn leven alcohol gedronken. 'Ik drink niet, mevrouw Gurney.'

'Ik drink niet, mevrouw Gurney,' herhaalde ze. 'Brave Hendrik. ,

Ik vroeg me af hoe laat het was en hoe lang we al weg waren.

'Weet je hoe onverwacht het leven kan veranderen?' vroeg mevrouw Gurney. , Hoe erg het kan worden ?'

Eerst zei ik niets. Dit soort gesprekken leidden tot niets. Mevrouw Gurney was dronken en strijdlustig. Ze zocht een vijand. 'We moeten zien dat u thuis komt, mevrouw Gurney,' zei ik. 'Dat is mijn enige zorg. 

'Je enige zorg,' zei mevrouw Gurney me opnieuw na. 'Ben jij even gelukkig.

Ik stond daar, iets achter mevrouw Gurney. Ik begon moe te worden, maar als ik in het zand ging zitten zou ze misschien denken dat we daar prima zaten en dat was niet zo. We moesten door deze fase heen, deze lastige fase van in het zand kruipen en depressieve gevoelens, en ze moest  slapen.

'Zo komen we nergens,' zei ik. 'Ik heb een tong als leer,' zei mevrouw Gurney. Ze maakte visachtige bewegingen met haar mond. Ze gilde ook. Ze sloeg haar armen om haar knieën en stak haar hoofd tussen haar benen in een poging zich op te rollen als een coloradokever .

'Kurt,' zei mevrouw Gurney naar me opkijkend, 'vind je me mooi?'

Ik bracht de sandalen van mijn ene naar mijn andere hand. Eerst zal ik vertellen wat ik zei en dan wat ik dacht. Ik zei ja, en wel direct. En waarom? Omdat ik aanvoelde dat vragen waar niet onmiddellijk antwoord op kwam in stilte wegzonken en nooit werden beantwoord. Ze werden in het zwarte gat gezogen. Dat had ik eerder gezien en ik wist dat het zaak was het gat in mevrouw Gurneys geest te dichten, die angstaanjagende stilte tussen vraag en antwoord te overbruggen. Ze zat daar dronken, misselijk, rillend en liefdeloos in het zand en ze vroeg mij, een jongen nog, of ik haar mooi vond. Ik zei ja, omdat ik wist dat het geen kwaad kon en mij niets meer kostte dan één miezerige ademhaling, al was dat niet echt mijn antwoord. Mijn antwoord school in mijn ogenblikkelijke, snelle reactie zonder een spoor van onzekerheid of aarzeling.

'Ja,' zei ik. .

#


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004