CANNING, Charles John, graaf
Brits staatsman (1812-1862)
* Londen 14.12.1812 – aldaar 17.6.1862.
Hij was de zoon van George Canning, werd in 1836 lid van het Parlement en nam in 1837 met de titel van viscount zitting in het Hogerhuis. Ten tijde van het ministerie-Peel was hij (1841–1846) onderstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken. daarna enige maanden oppercommissaris der bossen. In jan. 1853 werd hij postmeester-generaal onder het ministerie Aberdeen.
In 1855 werd hij benoemd tot gouverneur-generaal en in 1858 tot eerste onderkoning van Brits-Indië, nadat de Oost-Indische Compagnie had uitgediend. Hij bestuurde dus Brits-Indië tijdens de Sepoy-opstand (1857) en heeft zich onderscheiden door een politiek van vergaande clementie: streng optreden tegen de leiders van de opstand, maar vergiffenis voor alle ‘geleiden’. Eerst werd dit door de Engelsen in Indië zeer veroordeeld, op den duur bleek dat de rust daardoor spoedig terugkeerde. In 1859 werd hij tot graaf verheven.
LITT.: H.S.Cullllingham, Earl C. (Rulers of lndia) (1891); A.J.C. Hare, The 5tory of two noble lives (1893); G. Fitzmaurice, The life of Lord Granville, I (1906).