Personal tools
You are here: Home C Can Documenten CANISIUS, Petrus
Document Actions

CANISIUS, Petrus

by admin last modified 2004-09-30 10:41 PM

Nederlands jezuïet (1521-1597)

tevens heilige en kerkleraar,

* Nijmegen 8.5.1521 – Freiburg, in Zwitserland, 21 dec. 1597

Canisius P

Hij was de zoon van burgemeester Jacob Kanis, deed zijn studies te Keulen, waar hij een uitgave bezorgde van de mystieke werken van Tauler onder het pseudoniem Petrus Noviomagus. In 1543 werd hij opgenomen in de Sociëteit van Jezus; drie jaar later ontving hij de priesterwijding. Zijn plechtige kloostergeloften deed hij in 1549 te Rome in aanwezigheid van Ignatius van Loyola. In hetzelfde jaar promoveerde hij te Bologna tot doctor in de godgeleerdheid. Daarna doceerde hij aan diverse Duitse universiteiten. Van 1556 tot 1571 was hij provinciaal van de Opperduitse provincie van de jezuïeten en bleef intussen ijveren voor de doorvoering der dogmatische en disciplinaire decreten van het Concilie van Trente. Van 1571 tot 1577 predikte hij vooral te Innsbruck en omstreken, in 1580 vertrok hij naar Freiburg in Zwitserland, waar hij bleef doceren en schrijven. Hij wordt beschouwd als een der belangrijkste leiders van de Contrareformatie. Het beroemdst is zijn drievoudige catechismus: de grote voor studenten: Summa doctrinae christianae (1555); de kleine voor scholieren: Catechismus parvus catholicorum (1558); de kleinste, Catechismus minimus, voor kinderen en het gewone volk (1556). De kleinste uitgave geldt als de beste. In zijn verschillende vormen en vertalingen beleefde de catechismus 400 uitgaven. Canisius werd in 1864 zalig en in 1925 heilig verklaard; tevens kreeg hij de titel van kerkleraar. Feestdag 21 dec. (in Duitsland 27 april).

WERK: De verbi Dei corruptelis (1571); De Joh. Baptista (1577); De Maria Virgine (1577); Notae in evangelicas lectiones (2 dln., 1591–1593); (vertaalde selectie) Werken van Petrus Canisius (1925).

UITG: O. Braunsberger, Beati Petri Canisii epistulae et acta (8 dln., 1896–1923); F. Streicher, Catechismi lat. et germanici, ed. crit. (2 dln., 1933–1936); Idem, Meditationes (3 dln., 1957–1963).

 

CANISIUSVERENIGING

Heet eigenlijk De Apologetische Vereniging Petrus Canisius,

17 Mei 1904 door Vlaming, Sloet en Ermann S.J. in Nederland opgericht, welke zich ten doel stelt de geloofswaarheden beter te doen kennen en tegen tegenwerpingen te verdedigen. De Canisiusvereniging geeft een Annuarium uit sedert 1909. Tot 1924 werkte ze met secties, nl. theologie, filosofie, geschiedenis, kunst en letteren. Thans kent zij negen commissies: inlichting en propaganda, uitgaven voor Israël, redactie Geert Groote Genootschap, voorlichting in het N. des lands, bijbelvertaling, liturgie, redactie "Het Schild", de K.R.O. Haar tijdschrift is Het Schild (1919), daarnaast geeft ze nog uit de Mededeelingen, sinds 1930 Apologetisch Leven genoemd.

Op 1 mei 1948 werd zij omgezet in de Sint-Willibrordvereniging.


"Het was een zware opgaaf', schreef Jan Toorop over het portret dat hij in 1925 had getekend van de kort daarvoor heilig verklaarde Petrus Canisius (1521-1597). De reden waarom Toorop zoveel moeite had met het maken van een beeltenis van deze eerste Nederlandse jezuïet, was dat hij maar weinig betrouwbare voorbeelden had. Van Canisius, die als Peter Kanis in Nijmegen is geboren, zijn maar twee portretten naar het leven bekend.

Eén daarvan maakt deel uit van de portretten op een drieluik dat Petrus' vader, de Nijmeegse burgemeester Jacob Kanis, voor de Nijmeegse Stevenskerk had besteld. Het toont Peter op ongeveer zesjarige leeftijd. Het andere portret, een werk dat verloren is gegaan en alleen nog via prenten uit de zestiende en zeventiende eeuw bekend is, kwam tot stand tegen het einde van Canisius' leven, toen hij oud en ziek was. Hij is daarop voorgesteld als een ineengedoken gestalte, die met een doffe blik voor zich uit staart.

Op de tentoonstelling die het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan ter gelegenheid van de vierhonderdste sterfdag van Petrus Canisius wijdt aan de beeldvorming van deze heilige in de Nederlandse kunst van de negentiende en twintigste eeuw, is de bepalende invloed van dit laatste portret duidelijk zichtbaar. Hoewel er ook nieuwe typen werden ontwikkeld, zoals Petrus Canisius als leraar of als auteur van zijn catechismus, oogt de heilige vaak 'stroef en vermoeid' - zoals Paul Begheyn, de samensteller van de catalogus, het noemt. De portretten zijn vrijwel steeds gemodelleerd naar de enige vera effigies, of 'ware afbeelding', die voorhanden was van de volwassen Canisius. Uitzonderingen zijn er natuurlijk ook: de extatische kop bijvoorbeeld van het gipsen borstbeeld van de heilige, dat de Antwerpse beeldhouwer Egidius Everaerts in 1917 maakte, of een schilderij uit 1927 van de Amsterdammer Willem Adolfs, van een bijna angstaanjagende Canisius die de beschouwer met grote, expressieve ogen aankijkt en een crucifix, geklemd in de gebalde vuist van zijn linkerhand, dreigend opheft. 

Maar in de meeste geëxposeerde voorstellingen van de heilige - schilderijen, beelden, penningen en borduurwerk, die vooral na Canisius' zaligverklaring in 1864 en zijn canonisatie in 1925 zijn gemaakt - keert het in zichzelf gekeerde, vermoeide type vaak terug. Toch moet Petrus Canisius een krachtdadige en wilskrachtige geestelijke zijn geweest. Energiek bereisde hij vooral de Duitse landen, schreef traktaten en stond, om zijn fanatieke verdediging van het rooms-katholicisme, bekend als de 'hamer der ketters'. En een tijdgenoot die hem in 1565 in de Nijmeegse Sint Steven had zien preken, verklaarde dat "toen hij de preekstoel afdaalde en de kerk doorging, het was alsof een vorst door ons midden schreed".

Vooral de gedachte aan deze kant van Canisius' persoonlijkheid ligt ten grondslag aan Jan Toorops, verzuchting dat het zo moeilijk was een portret van de nieuwe heilige te maken. Hij kende de oudere: afbeeldingen, maar noemde die, "mismaakt en niet genoeg scherp, waar en echt, zooals ik droomde Canisius moest geweest zijn".

 

De kunstenaar, die zich in 1903 tot het katholicisme had bekeerd en van 1908 tot 1916 in Canisius' geboortestad woonde, was er duidelijk op gebrand een waarachtig portret van de nieuwe heilige te maken en beoogde dat te doen door zich te verdiepen in diens levenswandel en gedachtewereld.

Een uitzonderlijk levendige potloodtekening van een pater in de kracht van zijn leven, was het resultaat van Toorops inspanningen. Het werk, dat in 1925 werd geëxposeerd op de tentoonstelling ter gelegenheid van de canonisatie van Canisius, raakte na 1950 spoorloos. Pas kort geleden werd het teruggevonden in een kast in het Vaticaan. De tekening is nu een van de blikvangers van de tentoonstelling in de Commanderie. Die behelst naast portretten van de heilige ook andere 'Canisiana', zoals de schrijn uit het atelier Meijers-Ruyten. Deze is in 1945 gemaakt om wat er na het bombardement van Nijmegen resteerde van Canisius' relikwieën in op te bergen.

De herontdekking van de tekening vormde tevens de aanleiding voor een tweede tentoonstelling, met alleen werken van Toorop. Het zijn voornamelijk schetsen, uitgewerkte tekeningen en ontwerpen voor bijvoorbeeld glas-in- loodramen uit de eigen collectie van de Commanderie van Sint Jan. Daarnaast is een aantal werken te zien uit het bezit van de Nederlandse jezuïetenprovincie. De geëxposeerde werken uit deze laatste collectie zijn voor een belangrijk deel afkomstig uit het Nijmeegse Canisius College - het voormalige jezuïeteninternaat dat ie naam droeg van de illustere heilige met het flegmatische imago.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004