CANDOLLE, Augustin Pyramus de
Zwitsers bioloog (1778-1841)
* Genève 4.2.1778 – aldaar 9.9.1841.
Hij genoot zijn opleiding hoofdzakelijk in Parijs tussen 1798 en 1808, waar hij nauwe relaties onderhield met aldaar vertoevende belangrijke botanici (A.L. de Jussieu, Michel Adanson, R. Desfontaines, C.L. L'Héritier de Brutelle, Jean-Baptiste Pierre Antoine de Monet Lamarck). Hij werd overtuigd van de noodzaak het plantenrijk grondig opnieuw te beschrijven en daarbij het door Adanson en A.L. de Jussieu voorgestane natuurlijke systeem te volgen. Met De Candolle eindigt de periode van de dominantie van het kunstmatige systeem van Carlos Linnaeus en vinden moderne documentatiemethoden ingang in de plantensystematiek. In zijn Parijse periode publiceerde De Candolle monografieën van o.a. vetplanten: Historia plantarum succulentarum (1798–1835; samen met Pierre Joseph Redouté) en Astragalus, voorts een geheel nieuwe versie van Lamarcks Flore française. Van 1808 tot 1816 was hij hoogleraar te Montpellier. Hier publiceerde hij zijn belangrijkste theoretische werk, de Théorie élémentaire de la botanique (1813), en vatte hij het plan op tot een algemene synthetisch-monografische beschrijving van het plantenrijk. Dit samenvattende werk zou een moderne Species plantarum worden, uitsluitend gebaseerd op eigen studie van materiaal en oorspronkelijke literatuur. Het eerste deel van deze Regni vegetabilis systema naturale kwam uit in 1817, kort nadat hij te Genève hoogleraar in de botanie was geworden. Het bleek al spoedig dat zijn grote werk op een bescheidener schaal voortgezet moest worden indien hij een kans wilde hebben het ooit te voltooien. Deze eenvoudiger versie werd de Prodromus systematis naturalis regni vegetabilis, waarvan hij tijdens zijn leven acht delen zag verschijnen. Het werk werd door zijn zoon en zijn kleinzoon samen met talrijke Europese taxonomen in 1873 voltooid en omvatte ten slotte 17 delen. De grote betekenis van De Candolle ligt vooral in zijn methodologische en in zijn samenvattende publicaties. Hij bezat een sterk synthetische geest en had een in zijn eeuw ongeëvenaarde invloed op de ontwikkeling van zijn wetenschap. Met zijn herbarium en bibliotheek legde hij de grondslag voor een van de rijkste taxonomische documentatiecentra ter wereld (te Genève