CAMPANELLA, Tommaso
Italiaans wijsgeer, dichter en politiek denker (1568-1639)
officiële voornamen: Giovan Domenico
* Stilo, Calabrië, 5.9.1568 – Parijs 21.5.1639.
Onder een portret ban F. Cozza – Roma Palazzo Caetani
Op 15-jarige leeftijd trad hij toe tot de orde der dominicanen.
Hij werd weldra doelwit van de Inquisitie en trok, steeds op de vlucht, door Italië. Hij werd in 1599, beschuldigd van samenzwering tegen de Spaanse regering, te Napels gevangengezet. In 1626 door de Spanjaarden vrijgelaten, werd hij te Rome nog drie jaar door de Inquisitie in verzekerde bewaring gehouden, tot paus Urbanus VIII hem in 1629 definitief vrijliet.
In 1634 vluchtte Campanella naar Parijs, waar hij, lichamelijk gebroken, onder bescherming van Richelieu zijn laatste jaren doorbracht in het dominicanenklooster in de Rue St-Honoré.
In zijn vele werken – o.a. filosofische en ascetische gedichten, geschriften op het gebied van de wis-, natuur-, sterren- en geneeskunde en bovenal wijsgerig werk – deed hij zich kennen als een tegenstander van de scholastiek en een anti-Aristoteliaan.
In zijn Philosophia sensibus demonstrata (1590) – geschreven ter verdediging van Bernardino Telesio – trachtte hij in een universalistisch concept zowel de naturalistische filosofie als de katholieke dogma's te combineren. Door deze opstelling geraakte hij in een isolement zowel ten opzichte van de Rooms-katholieke Kerk als van progressief denkende tijdgenoten in Europa.
Het meest bekend is zijn Città del Sole (= Zonnestad, in het Latijn in gedeelten verschenen in 1623, in 1702 integraal uitgegeven), een van de meest verheven sociaal-politieke Utopia’s. De sociale relaties in dit droomland, gedacht in de Indische Oceaan, zijn ‘communistisch’ en functioneel geordend.
De burger gaat op in de gemeenschap, privé-bezit is afgeschaft, waardoor criminaliteit ontbreekt. Economische taken en onderwijs staan voorop: de lonen zijn voor allen gelijk en de regering is in handen van degenen die over de hoogste kennis beschikken.
Anders dan in Plato's utopische Republiek is de Zonnestad doortrokken van een religieuze spiritualiteit, bijv. door middel van verplichte ascese voor alle burgers; Campanella's utopia krijgt aldus het karakter van een kloosterorde of een pauselijke theocratie: de Zonnestad symboliseert de Stad Gods.
UITG: en VERT: Città del sole (1623/1702, herdr. 1920; 1941 uitg. d. N. Bobbio; Eng. vert. d. W.J. Gilstrap: The city of the sun, 1952). –
Gedichten: d. T. Adami (1622); d. M. Vinciguerra (1938); d. G. Gentile (1939); als ‘La lirica di Campanella’, d. A. Momigliano (1945); Verz. werk. d. A. d'Ancona (1854).