CAMPEN, Jacob van
martelaar 1505-1535)
(ook Kampen, Coopmans en Jacob Jansz geheten.)
Doopsgezind "bisschop" en martelaar
* IJselmuiden 1505 - † Arnsterdam 10.7.1535.
Hij volgde te Amsterdam Jan Volkertsz Trijpmaker op en doopte februari 1534 met Pieter Houtzager, die hem gemachtigd had, zonder opspraak een honderdtal gelovigen. Hij behoorde tot de stille Dopersen, was tegen het Munstersedrijven en tegen alle oproer. In zijn Schriftopvattingen week hij van Obbe Philips af met de mening, "dat de scriftuer steunde op twe claeuwen", d.w.z. hij verdedigde de allegorische interpretatie. Hoewel hij niet te maken heeft gehad met de aanval op het stadhuis te Amsterdam 10 mei 1535, is hij ten gevolge daarvan als martelaar, en met grote moed, gevallen. Zijn naam is het eerst bekend uit het Friese placaat van 23 februari 1534.
LITT: W. J. Leendertz, Melchior Hofmann (1883); L. Knappert, Ontstaan van het Protestantisme (1924); W. J. Kuhler, Gesch. der Doopsgezinden (1932).