CAMORRA
(Sp., = strijd) Geheim genootschap 16de eeuw
(Sp., = strijd),
Links: Handgemeen tussen leden van de Camorra, naar een lithografie uit de 19de eeuw.
Geheim genootschap dat in het koninkrijk Napels in de 16de eeuw moet zijn ontstaan. Pas ca. 1830 trad de Camorra duidelijk naar voren. Zij bleek vnl. uit de volksklassen te zijn gerekruteerd en over een zeer hechte organisatie en discipline te beschikken. Smokkelen, het organiseren van rekwisities onder bedreiging, het plegen van betaalde moorden e.d. misdaden vormden haar reden van bestaan. In het gehele Napelse gebied oefende zij terreur uit. De Camorra nam regelmatig het openbaar gezag het heft uit handen. Zij had in elke provinciehoofdstad een centraal bestuur en in Napels twaalf van zulke besturen. De door de leden gekozen leiders van deze besturen bezaten onbeperkte macht. Soldaten, politieambtenaren e.d. waren van het lidmaatschap uitgesloten. Onder Ferdinand II (1830–1856) was de regering geneigd van de diensten van de Camorra gebruik te maken. Toen er echter na 1848 contact tussen de Camorra en de nationaal-liberale revolutionaire stromingen in het Napelse ontstond, werd de Camorra fel vervolgd. In 1860 kreeg de Camorra weer vrijheid van handelen en zij oefende grote invloed op de verkiezingen uit. Na 1862 begon men echter weer maatregelen tegen haar te nemen. Tot 1900 bleef de organisatie een belangrijke factor in de Napelse politiek. Bij de verkiezingen van 1901 werden haar aanhangers beslissend verslagen, maar nog bleef haar macht groot, totdat een geruchtmakende moord in 1911 aanleiding werd om haar leiders uiterst streng te straffen. Daarna heeft de fascistische dictatuur het fenomeen verder teruggebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog is de Camorra, zij het in andere vormen, teruggekeerd. Zij infiltreerde in het handelsverkeer, vanouds een enorm uitgebreide en ondoorzichtige sector van het maatschappelijk leven in het Napelse gebied, en wist de wapen- en sigarettenhandel geheel in handen te krijgen. Eveneens kwam de woningbouw in haar greep. De achteruitgang van de economie in de jaren zeventig deed de activiteiten van de Camorra verder toenemen, en sinds de jaren tachtig manifesteerde zij zich vooral in de drugshandel en in spectaculaire gijzelingsacties.
Eind jaren tachtig en begin jaren negentig, toen de overheid bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad een doorbraak bereikte dankzij de bekentenissen van afvallige leden (pentiti), werden ook honderden leden van de Camorra gearresteerd en in massaprocessen veroordeeld. Desondanks bleef de Camorra, die nauwe contacten met christen-democratische politici bleek te hebben, de misdadige activiteiten voortzetten.
LITT.: A. Consiglio – Camorra (1959)