CALLAS, Maria
Amerikaans zangeres (sopraan) (1923 - 1977)
eigenlijk Cecilia Sophia Anna Maria Kalogeropoulos.
* New York 2.12.1923 – Parijs 16.9.1977.
Zij was van Griekse afkomst, studeerde in Athene bij Elvira de Hidalgo en verwierf internationale erkenning toen zij in Verona in 1947 met enorm succes was opgetreden. In 1955 debuteerde zij in de Metropolitan Opera te New York in de titelrol van Bellini's Norma. Maria Callas bracht met Joan Sutherland het zuivere bel canto weer in de belangstelling door het zingen van zware dramatische coloratuurpartijen. Zij zong ook rollen voor mezzosopraan. Het oeuvre van Bellini, Donizetti, Verdi en Puccini nam onder haar vertolkingen een centrale plaats in. Zij was tevens een fascinerend actrice, die over een volstrekt uniek expressief vermogen beschikte, en een van de grootste operadiva's van de 20ste eeuw. Zij heeft ook aan enige films haar medewerking verleend. Een uitgebreide discografie is beschikbaar met opnamen van Callas waarvan vele vanuit de Scala in Milaan onder Tulio Serafiu en met zangers als Di Stefano en Tito Gobbi.
Maria Callas werd een legende.
Intelligentie, wilskracht en een opmerkelijke stem veranderden een onhandig, eenzaam dikkerdje in een van de meest aanbeden en onvergetelijke operasterren van alle tijden
OP 29 MEI 1965 werd in de Parijse Opéra een galavoorstelling gegeven van Bellini's Norma, met Maria Callas in de titelrol. In de eerste drie akten was ze slecht bij stem en maakte een vermoeide indruk. Voordat het doek zou opgaan voor de vierde akte liet de directie weten dat de voorstelling was afgelopen: de ster van de avond was te uitgeput om weer op te komen.
Op die onzekere toon eindigde de meest bejubelde loopbaan uit de moderne operageschiedenis en begon de legende "Toen, nu vijf jaar geleden, Maria Callas op 16 september 1977 in Parijs onverwacht overleed na een hartaanval, was ze al een mythe geworden voor een generatie van bewonderaars die haar magische vertolkingen op het toneel nooit hadden gezien. In de jaren na haar dood werd de platenmarkt overstroomd met "nieuwe" Callas opnamen: voor het grootste deel illegaal gemaakt, van opera voorstellingen die ze nooit voor handelsplaten had laten opnemen. In Amerika en Europa zijn hele televisieprogramma's aan haargewijd. In Parijs had het Musée Carnavalet in 1979 een speciale tentoonstelling van Callasiana. En de stroom boeken over Callas stijgt al meer en meer.
Een van haar beste biografen, de criticus John Ardoin, heeft er twee geschreven: Callas (samen met Ge- i rald Fitzgerald) en The Callas Legacy. Aanvankelijk was Ardoin geen bewonderaar van Callas. In zijn boek schrijft hij dat hij haar voor het eerst hoorde in een plaatopname van Donizetti's Lucia di Lammermoor en haar vertolking van de titelrol afschuwelijk vond. Hij gaf de platen weg, maar kon de herinnering eraan niet uit zijn hoofd krijgen, kocht weer een set en begon nu "achter de klanken te luisteren naar wat er muzikaal via die klanken gebeurde." Toen hij Callas later ontmoette vertelde hij haar dat. Ze zei: Meestal maak ik de mensen aan het schrikken als ze me voor het eerst horen, maar in de regel weet ik ze te overtuigen van wat ik doe."
Het was bepaald geen conventioneel mooie stem, aldus Ardoin. Ze was donker van klank, resonant, met een soort magnetisch vibrato, en was in staat tot biologerende effecten die niemand die haar hoorde - o6it zou vergeten. En Callas bezat, als geen van de vocalisten van haar tijd, de merkwaardige gave haar stem zo te gebruiken dat ze paste bij elke rol die ze vertolkte. De omvang van de stem was zo groot dat ze op het hoogtepunt van haar carrière, vrijwel alles kon zingen wat voor een vrouwenstem was geschreven
Die buitengewone stem werd geëvenaard door een buitengewone theaterpersoonlijkheid en een rijkdom aan dramatische schakeringen. De dirigent Leonard Bernstein herinnert zich haar als "pure elektriciteit" op het toneel, en de regisseur Franco Zeffirelli merkte dat andere vocalisten naast haar de indruk maakten van "zingende zetels".
“Als ik in een rol sta neemt die me volkomen in bezit," heeft ze eens gezegd; en inderdaad kon ze met een soms verontrustend realisme acteren. Zo overtuigend was haar uitbeelding van de zieke Violetta in Verdi's Traviata, dat het publiek telkens weer bang was dat de zangeres zelf ernstig ziek was geworden.
Welke rol ze ook uitbeeldde, altijd bracht ze in het theater de gemoederen heftig in beweging. De eveneens in 1977 overleden Amerikaanse dirigent Thomas Schippers vertelde over een voorstelling van Cherubini's Medea in La Scala in Milaan, waarbij een anti-Callas-claque op het schellinkje haar begon uit te fluiten. Vervolgens kwam de passage waarin Medea twee keer Jason uitmaakt voor Crudel (..Wreedaard"). Na de eerste keer bracht Callas de voorstelling volkomen tot stilstand. “Ik kon mijn ogen niet geloven toen ze woedend naar het publiek in de zaal staarde en elk paar ogen opnam," zei Schippers. "Haar tweede Crudel zong ze rechtstreeks tot het publiek en dwong het zo tot stilte. Nooit heb ik iemand zo iets zien durven in het theater. Elk protest verstomde. Bij de woorden Ho dato tutto a te (“Ik heb je alles gegeven") schudde Callas met haar vuist naar het schellinkje.
Uit wat voor mysterieuze vermenging van intelligentie, fantasie en innerlijke kracht is de “goddelijke Callas" van de operalegende voortgekomen? Ze werd geboren als Maria Anna Sofia Cecilia Kalogeropoulos, de tweede dochter van Griekse ouders die kort voor haar geboorte in 1923 naar New York waren geëmigreerd. Maria was een eenzaam, stil kind dat een bril met dikke glazen droeg vanwege haar bijziende ogen, en leed aan een onbedwingbare snoeplust. “Ik was het lelijke eendje, dik en onhandig en impopulair," vertelde ze jaren later.
Volgens de legende begon Maria te luisteren naar opera's op de pianola van het gezin toen ze 3 was. Op haar 8ste nam ze zangles en blonk op school uit in concerten. Op aansporing van haar eerzuchtige moeder deed ze mee aan een aantal amateursconcoursen van de radio en won die. Ook deed ze een belangrijke ontdekking: Als ik zong vonden de mensen me aardig.