CALDERÓN de la BARCA, Pedro
Spaans toneelschrijver (1600 - 1681)
* Madrid 17.1.1600 – Madrid 25.5.1681.
Hij genoot zijn eerste onderwijs aan een jezuïetencollege in zijn geboortestad; daarna studeerde hij theologie in Salamanca, maar maakte zijn studie niet af. Hij stond reeds in 1622 te Madrid als vooraanstaand dichter bekend en in 1637 benoemde koning Filips IV, een groot minnaar van het toneel, hem tot ridder in de Orde van Santiago. In 1640 diende hij zijn vorst in het leger dat de opstand in Catalonië ging bedwingen. In 1651 werd Calderón tot priester gewijd; in zijn laatste levensjaren schreef hij nog slechts fantastische en mythologische stukken, die in de paleisschouwburgen werden opgevoerd, en ‘autos sacramentales’, een genre waarin hij een meester was.
Calderón is de laatste van de grote toneelschrijvers van het Spanje der 17de eeuw. Hij is minder spontaan dan zijn grote voorganger Lope de Vega, veel meer cerebraal, een typisch vertegenwoordiger zowel van culteranismo (zie gongorisme) als van conceptisme. Vaak volgde hij oudere schrijvers na; zijn intriges zijn weinig oorspronkelijk, evenmin als zijn ideeën. Hij was een typisch katholiek scholasticus en zag het leven geheel door de bril der katholieke theologen en filosofen.
In zijn autos sacramentales schildert hij het mensenbestaan en ook de toekomst van de menselijke ziel na de dood geheel volgens de katholieke beginselen.
Een belangrijk thema bij Calderón is ook het toenmalige, op de mening van anderen gebaseerde eerprincipe van de Spanjaard: wanneer anderen, zelfs ten onrechte, menen dat een echtgenote ontrouw geweest is, is de man van eer genoopt zijn vrouw en de gewaande minnaar te doden; hoewel Calderón de bedrogen echtgenoten in lange monologen laat wikken en wegen over deze daad, geeft ten slotte de ongeschreven erecode steeds de doorslag.
Tot de stukken die de eer tot onderwerp hebben, behoren: A secreto agravio, secreta venganza (1637), El médico de su honra (1633), El pintor de su deshonra (1650) en El mayor monstruo, los celos (1635), een historisch stuk over Herodes. Behalve de eer is ook de trouw aan de vorst, en boven alles de trouw aan God, Calderóns ideaal. In zijn gehele toneelwerk overheerst een lyrisch element.
Een van Calderóns beste historische drama's is El príncipe constante (1635), waarin de infante Fernando van Portugal als geloofsmartelaar in Noord-Afrika sterft, omdat hij niet kan toelaten losgekocht te worden voor de prijs van een stad die dan van christelijk weer islamitisch zou worden. Onder Calderóns historische drama's zijn verder belangrijk La Cisma de Inglaterra (1651?), dat de scheiding van koning Hendrik VIII van Engeland en Catharina van Aragón behandelt, en El sitio de Breda (na 1625) over Spinola's overwinning op Justinus van Nassau. Belangrijk is ook El mágico prodigioso (1637), een heiligengeschiedenis die zekere overeenkomst vertoont met de Faustsage.
In de ‘comedia de capa y espada’ (mantel-en-degen-komedies) doet Calderón niet voor Lope de Vega en Tirso de Molina onder. De bekendste stukken in dit genre zijn: Casa con dos puertas, mala es de guardar (1629), La dama duende (1629) en Guárdate del agua mansa (1649). Reeds in de 17de eeuw zijn er vele in het Frans bewerkt, terwijl die bewerkingen ook in Nederlandse vertalingen veel succes hebben gehad.
Een van zijn bekendste werken, La vida es sueño (opgevoerd 1635; gepubl. 1636), wordt wel eens een filosofisch stuk genoemd, maar is eigenlijk een intrigeblijspel. De idee: het leven is een droom, is al heel oud, maar het stuk is voornamelijk ontleend aan een weinig bekende Spaanse roman, Eustorgio y Clorilene van Enrique Suárez de Mendoza y Figueroa (1629). Dit boek, dat hem wel zeer geboeid moet hebben, heeft Calderón tot nog een komedie geïnspireerd: Yerros de Naturaleza y aciertos de la Fortuna (1634, samen met A. Coello).
In vele zijner stukken neigt Calderón tot de opera. Een speler zegt een vers, een tweede sluit met een vers hierbij aan, dan wisselen ze weer of een derde voegt er wat aan toe, tot zij ten slotte in koor de lange volzin afmaken. In La vida es sueño (1634) zijn hiervan vele voorbeelden te vinden. De muziek neemt overigens een grote plaats in in Calderóns oeuvre. Hij is de schepper van de zarzuela (ten dele gesproken tekst, ten dele zang).
De waardering voor Calderóns omvangrijk oeuvre – hij schreef ca. 120 stukken, 80 autos en ca. 20 entremeses – is aan veranderingen onderhevig geweest. Tijdens zijn leven werd hij, vooral in Spanje, hoog gewaardeerd. De Fransen hebben in de 17de eeuw zijn intriges overgenomen, maar niet zijn ideeën en niet zijn bloemrijke taal. De Duitse romantiek heeft Calderón opnieuw ontdekt.
UITG: Obras completas, d. A. Valbuena Briones en A. Valbuena Prat (3 dln., 1952–1960); voorts vele afz. uitg.
VERT: Het grote schouwtoneel der wereld, d. J.M.J. Knaapen (1926); De wijnberg des Heren, d. Idem (1927); Het nieuwe gasthuis der armen, d. Idem (1927); De grote wereldmarkt, d. P. Maximilianus (1928); De stomme duivel, d. Idem (1928); De aren van Ruth, d. Idem (1933); Het avondmaal van Baltasar, d. Idem (1935); Het adellijke meisje uit de vallei, d. J. Boon (1954); Stille waters hebben diepe gronden, d. W. Kubbenga (1962); Het leven een droom, d. D. Verspoor (1979).