CAESAR
Romeins geslacht
Oorspronkelijk familienaam van een tak van het Romeinse geslacht van de Julii, daarna erenaam van de Romeinse keizers en troonopvolgers. Octavianus, als aangenomen zoon van Julius Caesar, en na hem zijn afstammelingen (ook de ‘prinsen’) voerden hem als familienaam. Na het uitsterven van de Julisch-Claudische dynastie (met Nero) werd hij sinds Vespasianus (69–79) door de keizers naast Imperator en Augustus als titel gebruikt en als zodanig in de regel tussen Imperator en de persoonlijke naam geplaatst. Sedert Hadrianus (117–138) diende de titel, gewoonlijk na de persoonlijke naam, ook ter aanduiding van diegenen die door de keizers tot hun opvolgers bestemd waren of die (sedert Diocletianus, 284–305), ieder onder leiding van een van de twee Augusti ( ‘opperkeizers’), als bestuurders (onderkeizer én ‘kroonprins’) van een deel van het rijk waren aangesteld. Onder de Oost-Romeinse keizers namen de Caesares de tweede plaats na de keizer in, tot in de 11de eeuw, toen Alexius Comnenus tussen de keizer en de caesar een nieuwe, hoger staande waardigheid, onder de naam sebastokrator, invoerde.
Het woord keizer is afgeleid van caesar, evenals tsaar.