CAEDMON.
Angelsaksisch dichter (627-680)
de eerste religieuze dichter van de Angelsaksen
werkzaam tussen 657 en 680
Hij is tevens de oudste met name bekende Angelsaksische dichter, maar slechts de Caedmon's hymn, een negenregelig Northumbrisch loflied op de Schepper, is met zekerheid van hem. Beda vertelt hoe Caedmon, een ongeletterde veehoeder, op late leeftijd door goddelijke inspiratie dit gedicht zou hebben gedroomd en daarna, in het klooster te Whitby opgenomen, nog velerlei bijbelse dichtwerken zou hebben geschapen. Franciscus Junius meende deze ten dele terug te hebben gevonden in een handschrift van ca. 1000, bevattende de vier gedichten Genesis, Exodus, Daniel en Christ and Satan. Sedert diens uitgave (1655) stond dit geschrift bekend als Junius manuscript of Caedmon manuscript en de inhoud als Caedmon poems. Men schrijft het thans toe aan een ‘school van Caedmon’.
UITG: The Junius manuscript, d. G.P. Krapp (1931).
VERT: (Eng.) d. E.E. Wardale (1955), d. C.W. Kennedy (1965, m. facs.-illustr. Junius-hs)