Personal tools
You are here: Home C Ca CADALSO Y VÁZQUEZ DE ANDRADE, José
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

CADALSO Y VÁZQUEZ DE ANDRADE, José

by admin last modified 2004-04-06 07:32 PM

Spaans dichter en essayist (1741 - 1782)

 

* Cádiz 10.10.1741 - † vóór Gibraltar 27.2.1782.

Hij werd opgevoed te Parijs. Na reizen door Engeland, Duitsland en Italië kwam hij op zijn 20ste jaar eerst in Spanje terug en werd cavalerieofficier. Van 1771 tot 1774 lag hij in garnizoen te Salamanca, vaar hij gedichten publiceerde onder de naam Dalmiro. Zijn Ocios de mi juventud (1773) bevatten geenszins onverdienstelijke verzen. De voornaamste bronnen van de dichter zijn Villegas en Queredo.

Daarvóór had Cadalso reeds in de trant van let Franse klassieke drama doen opvoeren zijn Don Sancho Garcia, Conde de Castilla (1771). De Noches lugubres, geschreven bij de dood van zijn maîtresse, de actrice Maria Ignacia Ibáñez (1746-1771), de "Filis'. van zijn verzen, zijn geïnspireerd op de Night Thoughts van Young. Het is een typisch pre-romantisch werk. De posthume Cartas marruecas (1793), zijn in verband  gebracht met de lettres persanes (1721) van Montesquieu. Zij vormen het belangrijkste deel van het oeuvre van de auteur. .In deze brieven houdt Cadalso zich met allerlei bezig, o.a. met het probleem Spanje, en de oorzaken van het verval des lands. En dat nog vóór Manano José de Larra! Van veel minder betekenis dan de nog, altijd lezenswaardige Cartas marruecas is de satire in proza, Los erudltos a la violeta (1772), waarin de draak gestoken wordt met de verregaande ijdelheid van sommige Spaanse schrijvers van de tweede helft van de 18de eeuw. Op 27.2.1782 sneuvelde hij als kolonel bij het beleg van Gibraltar.

Voor het nageslacht is Cadalso vooral een aantrekkelijke en belangwekkend figuur om zijn woest romantisch leven en om zijn Cartas marruecas.

Bibl: Uitgaven v.z. werken: Obras, 3 dln (Madrid 1818); Poesias, in de Bib.

de Aut. Esp., dl LXI (Madrid 1869), en ed. L.A. Cueto, rnarqués de Valmnar.

LITT.: E. de la Iglesia y Carnicero, Gareia de la Huerla y el coranel Cadalso (Madrid 1889) en de Próloga van J.Tamayo Rubia in de uitg. van de Cartas rnarrueeas in de ‘Cláslcos castellanos. (Madrid 1935).


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004