B.O.M. moeder
afkorting van Bewust Ongehuwde Moeder
Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig werd er binnen de vrouwenbeweging een soort scheidslijn getrokken tussen emancipatie en feminisme. Emancipatie stond voor het streven naar gelijkberechtiging en gelijke kansen voor beide seksen.
Feminisme, daarentegen, doelde op de bevrijding van mannenonderdrukking. De scheiding tussen beide begrippen is niet altijd duidelijk. Hoewel de vrouwenbeweging ook in de jaren tachtig een veel stromenland bleef, was er vrij algemene overeenstemming over de belangrijkste actiepunten.
De strijd voor de legalisering van abortus werd in 1981 beslecht door een wet waarin de mogelijkheid tot het laten verrichten van abortus vastgelegd was. Hierna richtte de aandacht zich vooral op de bestrijding van allerlei vormen van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Op het punt van het verzet tegen de heteroseksuele norm, vonden de vrouwen- en de homobeweging elkaar.
Door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder het feminisme maar ook de beschikbaarheid van een relatief betrouwbaar voorbehoedmiddel als de anticonceptiepil, werd het huwelijk algemeen minder zaligmakend geacht. Er werd minder getrouwd, meer samengewoond.
De samenstelling van huishoudens onderging wijzigingen; er kwamen meer alleenstaanden en ook woongroepen raakten ingeburgerd. Met de acceptatie van het gebruik van voorbehoedmiddelen hadden vrouwen zelfbeschikkingsrecht over hun vruchtbaarheid verworven.
Kinderen werden niet langer alleen in huwelijksrelaties voortgebracht en opgevoed, maar ook in lesbische relaties, in woongroepverband of door alleenstaande moeders (de zgn. BOM-vrouw = Bewust Ongehuwde Moeder).