BOLLAND, Gerardus Johannes Petrus Josephus
kamerlid en wijgeer (1854-1923)
Den Haag 1 september 2003
Bolland, Gerardus Johannes Petrus Josephus
Nederlands wijsgeer
* 9.6.1854 Groningen - † 11.2.1922 Leiden.
Opgeleid voor rooms-katholiek geestelijke, werd Bolland na zijn breuk met Rome {1881), eerst onderwijzer en later leraar Engels te Batavia. Hier leerde hij geheel zelfstandig grondig Grieks, Latijn en oosterse talen en verdiepte hij zich in de litteratuur van het Oude en Nieuwe Testament, patristiek, middeleeuwse en nieuwere wijsbegeerte en mystiek. In 1896 werd hij hoogleraar wijsbegeerte te Leiden.
Door zijn krachtige persoonlijkheid en boeiende, welsprekende voordracht verwierf hij zich onder de academische jeugd een grote aanhang. In wijde kring, ook bij wiskundigen en fysici, wekte hij belangstelling voor de filosofie en hij had zodoende op de wijsgerige ontwikkeling in Nederland een diepgaande invloéd. Gaandeweg begon hij in sommige onderdelen van de tot dusverre vurig aangehangen leer van Hegel af te wijken.
In 1923 verscheen de eerste aflevering van een nieuw hegeliaans tijdschrift, De Idee. Reeds verscheidene jaren tevoren was trouwens een genootschap voor Zuivere Rede opgericht, dat geregeld Handelingen publiceerde.
Werken: Eenheid van tegendeelen (1900), Vorlesungen über die Philosophie der Religion (met commentaar, 1901), Alte Vernunft und neuer Verstand oder der Unterschied im Prinzip zwischen Hegel und E. v. Hartmann (1902), Hegel's Rechtsphilosophie (1902), Het verstand en zijne verlegenheden (1903), Het maatschappelijk vraagstuk en zijne oneindigheid (1904), Zuivere rede (1904), Denkenen werkelijkheid (1905), Het nut der wijsbegeerte (1905), In den strijd om de waarheid (1905), Het schoone en de kunst (1906), Hegel's Encyklopiidie der Philosophiewissenschaften im Grundrisse mit den Zusätzen usw. (1906), Hegel's Phaenomenologie des Geistes {1907).
LITT.: G.A. van den Bergh van Eysinga, G.J.P.J. Bolland (1908); K.J. Pen, Over het onderscheid tusschen de wetenschap van Hegel en de wijsheid van Bolland (1915); G.W. Woethuis, Wijsbegeerte van den godsdienst (1923); G.A. van den Bergh van Eysinga e.a., Bolland herdacht (1932); S.A. van Lunteren, Bolland-herdenkin (1932).
Twee jaar verkeerde hij temidden van grote figuren uit de vaderlandse geschiedenis als koningin Wilhelmina en de staatsgeleerde Thorbecke. Maar sinds kort is de filosoof Gerardus Bolland (1854-1922) uit dit gezelschap verwijderd. Dit na bezwaren van de SP senator Ronald van Raak die hem kende als een antidemocraat en antisemiet.
In de statenpassage van het Tweede-Kamergebouw, staat sinds enkele jaren een serie borstbeelden van historische figuren. In juni gaf van Raak, zojuist beëdigd als Eerste Kamerlid een groepje bezoekers een rondleiding. Tot zijn grote verbazing zag de SP’er een borstbeeld van Bolland, waaraan had hij dit te danken, in ieder geval niet aan zijn verdiensten voor de democratie, melde van Raak, die geschiedenis doceert aan de universiteit van Amsterdam. Het filosofische werk van Bolland is best aardig, maar in politiek opzicht was hij een antidemocraat.
In 1921 had de filosoof Bolland,die toen hoogleraar was aan de Leidse universiteit, een lezing gehouden ‘De tekenen des tijds’ Het was een krachtig pleidooi tegen het algemeen kiesrecht. Nu iedereen mocht stemmen, zo hield Bolland zijn publiek voor, was Nederland weerloos tegen het ‘Internationale Jodendom’ en zou het ‘vol smerigheid, stank en verrotting aan haar einde komen.
Van Raak wees Henk Bakker, directeur Bedrijfsvoering van de Tweede Kamer op Bollands volgens hem misplaatste aanwezigheid in het huis van de democratie. Bakker: “We hadden het instituut collectie Nederland, dat de beelden had uitgezocht, gevraagd om een antecedentenonderzoek. Daar was Bolland blijkbaar niet als grote boosdoener opgevallen.
Bollands borstbeeld wordt vervangen door dat van de bouwmeester Cuypers, schepper van het Amsterdamse Rijksmuseum. Naar het depot van dit museum keert Bolland nu terug.