BOLLANDISTEN
groep geleerden vanaf 1837
Een naar Jean Bolland genoemde groep geleerden, vóór de Franse Revolutie bestaande uit Zuid-Nederlandse jezuïeten te Antwerpen en sinds 1837 uit Belgische jezuïeten gevestigd te Brussel (St.- Michielscollege).
Zij publiceren de Acta Sanctorurn, een kritische uitgave van de oude heiligenlevens met commentaar.
Heribert Rosweyde (1569-1629) vatte het eerst het plan daartoe op. Bolland bracht het ontworpen werk ten uitvoer en gaf met Godfried Henschenius (1601-1681) in 1643 de eerste twee delen uit van de Acta Sanctorurn. Onder de impuls van , Daniel Papebrochius (1628-1714), die zich in 1659 bij de twee voornoemden aansloot, nam het werk een hoge vlucht. Na de opheffing van de jezuïetenorde verhuisden de Bollandisten naar Brussel (abdij Coudenberg), waar zij in 1788 hun werkzaamheden moesten staken.
In 1837 begon het werk opnieuw te Brussel met de stichting van de 'Société des Bollandistes' onder leiding van Victor de Buck (1817-1876). De groep telt specialisten voor de diverse taalgebieden (Keltisch, Byzantijns, Oosters en Latijn).
Behalve de Acta Sanctorurn geven de Bollandisten sedert 1882 tevens een (thans) zesmaandelijks tijdschrift uit: Analecta Bollandiana. Hierin wordt sedert 1891 het Bulletin des publications hagiographtques opgenomen.
Grotere publicaties verschijnen in een aparte reeks : Subsidia hagiographica.