BOGERMAN, Johannes
Nederlands predikant en theoloog (1676-1687)
Een kleinzoon van Reinier Bogerman
* 1676 Opleeuwert in Oost-Friesland - † Franeker 11.11.1687
Rechter prent: Gravure door
Claes Jzn Visscher (Atlas van Stolk)
Hij studeerde in de godgeleerdheid en werd achtereenvolgend predikant te Sneek, Enkhuizen en Leeuwarden.
Terwijl hij daar predikant was, werd hij tot voorzitter van de Dordtsche synode benoemd waar de gevoelens der Remonstranten, die hij hevig tegenstond, veroordeeld werden. Lof en laster heeft hij in ruime mate ondervonden en hemelsbreed verschilt het oordeel over zijn handelingen. beschreven door Uitenbogaard of door Trigland, door Brandt of door Regenboog.
In 1683 werd Bogerman tot hoogleraar in de godgeleerdheid te Franeker aangesteld, doch de gewichtige taak, het nazien der zogenaamd Statenvertaling van de Bijbel, belette hem zijn ambt vóór 1634 te aanvaarden.
Onder zijn geschriften behoren: “de Jezuïtische Catechismus", opgedragen aan de Staten van Friesland, die hem daarvoor tweehonderd gulden vereerden; “de Practijk van Boetvaardigheid”; een vertaling van Beza's boek “Over 't ketterdooden" en een “Tractaat van de Lijdzaamheid."
LITT.: H. Edema van der Tuuk, J. Bogerman (1868).