BOGARDE, Dirk
Brits filmacteur en schrijver (1921-1999)
AKA naam: Dirk Van den Bogaerde
* 28.3.1921, Londen Hampstead – Londen 8.5.1999eigenlijk: Derek Jules
Gaspard Ulric Niven van den Bogaerde
Hij was de zoon van een Hollandse kunstredacteur van de Times, werd
opgeleid als ontwerper, maakte als toneelrequisiteur in 1939 zijn speldebuut
als invaller van een zieke acteur. Hij speelde in 1947 zijn eerste filmrol in
Esther Waters.
In de jaren vijftig werd hij, na eerst getypecast te zijn als
jonge crimineel, de populairste Britse acteur door een serie komische
doktersfilms naar verhalen van Richard Gordon. Daarna veranderde hij zijn image
en kwam hij tot artistieke bloei. In 1961 speelde hij een homoseksuele advocaat
in de film Victim, de eerste Engelstalige productie over homoseksualiteit.
Zijn
opmerkelijkste rol speelde hij in de film Morte a Venezia (1971), naar een
novelle van Thomas Mann. Bogarde speelde in films van vooral Joseph Losey (The
Sleeping Tiger, 1955; The servant, 1963; King and country, 1964; Modesty
blaise, 1966; Accident, 1966) en Luchino Visconti (La caduta degli dei, 1969). Voorts was hij te
zien in o.m. Darling
(1965, J. Schlesinger), The fixers (1968, J. Frankenheimer); Justine (1969, G.
Cukor), Il portiere di notti (1973; L. Cavani), A bridge too far (1976; R.
Attenborough), Providence (1977; A. Resnais) en Despair (1978; Rainer Werner Fassbinder). In 1990 keerde hij na twaalf jaar afwezigheid weer
terug naar de film (Daddy nostalgie).
Filmografie Dirk Bogarde
1939 COME ON GEORGE
1947 DANCING WITH CRIME
1948 ESTHER WATERS
1948 ONCE A JOLLY SWAGMAN
1949 BOYS IN BROWN
1949 DEAR MR. PROHACK
1949 QUARTET
1950 THE BLUE LAMP
1950 SO LONG AT THE FAIR
1950 THE WOMAN IN QUESTION/FIVE ANGLES ON MURDER
1951 BLACKMAILED
1951 PENNY PRINCESS
1952 THE GENTLE GUNMAN
1952 THE STRANGER IN BETWEEN/HUNTED
1953 APPOINTMENT IN LONDON
1953 DESPERATE MOMENT
1953 THEY WHO DARE
1954 DOCTOR IN THE HOUSE
1954 FOR BETTER, FOR WORSE
1954 THE SEA SHALL NOT HAVE THEM
1954 THE SLEEPING TIGER
1955 CAST A DARK SHADOW
1955 DOCTOR AT SEA
1955 SIMBA
1956 THE SPANISH GARDENER
1957 DOCTOR AT LARGE
1957 NIGHT AMBUSH/ILL MET BY MOONLIGHT
1958 CAMPBELL'S KINGDOM
1958 DOCTOR'S DILEMMA
1958 A TALE OF TWO CITIES
1958 THE WIND CANNOT READ
1959 LIBEL
1960 THE ANGEL WORE RED
1960 SONG WITHOUT END
1961 THE SINGER NOT THE SONG
1961 VICTIM
1962 DAMN THE DEFIANT!
1962 THE MIND BENDERS
1962 WE ARE IN THE NAVY NOW/WE JOINED THE NAVY
1963 DOCTOR IN DISTRESS
1963 I COULD GO ON SINGING
1963 THE PASSWORD IS COURAGE
1963 THE SERVANT
1964 KING
AND COUNTRY
1965 AGENT 8H/HOT ENOUGH FOR JUNE
1965 DARLING
1966 MCGUIRE, GO HOME!/A DATE WITH DEATH/THE HIGH BRIGHT SUN
1966 MODESTY BLAISE
1967 ACCIDENT
1967 OUR MOTHER'S HOUSE
1968 THE FIXER
1968 RETURN TO LOCHAVER
1968 SEBASTIAN/MR. SEBASTIAN
1969 THE DAMNED/LA CADUTA DEGLI DEI
1969 JUSTINE
1969 OH! WHAT A LOVELY WAR
1970 UPON THIS ROCK
1971 DEATH IN VENICE/MORTE A VENEZIA
De componist in Venetië wordt niet met name genoemd, maar ongetwijfeld gaat het over de licht homoseksuele componist Gustav Mahler. Weliswaar trouwde hij in 1901 met zijn secretaresse Alma Schindler maar deed dat slechts omdat hij anders niet in aanmerking kwam voor een aanstelling bij de Metropolitan in New York.
Visconti verfilmde de laatste levensdagen van Mahler, als hij in Venetië een beeldschone Poolse jongen ziet die alles heeft waar hij zo naar verlangd heeft. Hoewel de cholera de stad bedreigt, blijft de componist bij zijn idool in de buurt. Een liefde die hem uiteindelijk de dood zal brengen.
1973 NIGHT FLIGHT FROM MOSCOW/LE SERPENT/THE SERPENT
1974 THE NIGHT PORTER
1975 PERMISSION TO KILL
1977 A BRIDGE TOO FAR
1977 PROVIDENCE
1979 DESPAIR
1981 THE PATRICIA NEAL STORY
1987 THE VISION
1990 DADDY NOSTALGIA
Bij het overlijden van Dirk BogardeDe Engelse acteur Dirk Bogarde is zaterdag op 78-jarige leeftijd in Londen
aan een hartaanval overleden. Zijn bekendste films waren onder meer The Servant
(1963). Dood in Venetië (1970) en De Nachtportier (1973).
Hoewel hij het imago had van de onmiskenbare Britse gentleman, werd Bogarde geboren als zoon van een Vlaming met Nederlandse bloed die als kunstredacteur bij The Times werkte. Zijn moeder was Spaans. Toen hij als acteur in het Londense theater ging werken veranderde Bogarde zijn geboortenaam Derek van den Bogaerde, omdat die niet op de affiches paste.
Dirk Bogarde begon zijn carrière in matige politiefilms en flauwe komedies. Door een succesvolle filmreeks over rokkenjagende dokters, de zogenaamde Doctor at Large-serie, werd hij in de jaren 50 een tieneridool. Bogarde werd toen soms zo heftig door horden fans belaagd, dat hij zijn gulp liet dichtnaaien voordat hij in het openbaar verscheen.
Op latere leeftijd begon de acteur aan zijn serieuze karakterrollen, onder regie van gerenommeerde cineasten als Joseph Losey. Rainer Werner Fassbinder, Luchino Visconti en Henry Verneuil.
Dirk Bogarde was nooit bang geweest voor controversiële rollen. Het keerpunt in zijn carrière vormde de hoofdrol in Victim (1961), waarin hij een homoseksuele advocaat speelde. Het was de eerste keer dat in Engeland dit onderwerp onverbloemd in een film aan de orde kwam. Voor Bogarde betekende de thriller een breuk met zijn toenmalige leven als tieneridool.
Na Victim maakte de acteur kennis met de Amerikaanse regisseur Joseph Losey die als gevolg van de heksenjacht op communisten in zijn vaderland naar Europa was gevlucht. Met hem maakte Bogarde onder meer The Servant (1963), een beklemmende confrontatie over een aristocraat (James Fox) en zijn bediende (Bogarde) die in een meesterlijk spel van overheersing en onderdanigheid langzaam maar zeker de rollen omdraait. Ook deze film zat vol met homoseksuele verwijzingen. Met Losey maakte Bogarde naar eigen zeggen ook zijn beste film. Accident (1966), waarinhij een op en top Engels- man speelt die wordt geplaagd door grote schuldgevoelens.
Door deze karakterrollen kreeg hij steeds meer aanbiedingen van de belang- rijkste regisseurs van zijn generatie en werd hij langzamerhand beschouwd als een van de beste acteurs van Europa. Van groot belang was zijn samenwerking met de Italiaanse gigant Luchino Visconti met wie hij The Damned (1969) maakte, waarin Shakespeare's Macbeth naar nazi-Duitsland werd verplaatst. en Death in Venice (1970). een meesterlijke bewerking van de gelijknamige roman van Thomas Mann. Met die rol van de componist Von Aschenbach die in Venetië geobsedeerd wordt door een onbeschrijflijk mooi jongetje verwierf Bogarde zijn recht op onsterfelijkheid.
In een van zijn autobiografieën, Snakes and Ladders. beschrijft Bogarde hoe moeilijk het voor Visconti was om zijn meesterwerk te financieren. Zijn Amerikaanse producenten stelden voor om het object van Von Aschenbachs fascinatie maar in een meisje te veranderen omdat dit commercieel beter zou uitpakken. De film werd uiteindelijk gedraaid door een team dat met weinig of geen salaris genoegen nam.
Een andere geruchtmakende film was De Nachtportier (1973) in regie van Liliana Cavani, waarin Bogarde de rol van een ex-nazi speelde die met een van zijn voormalige slachtoffers (Charlotte Rampling) een sado-masochistische verhouding begint. De film zorgde destijds voor een groot schandaal, maar Bogarde heeft hem altijd verdedigt.
Minder te spreken was hij over het eindresultaat van Despair (1978). een Nabokov-verfilming van Rainer Werner Fassbinder die volgens Bogarde de film met de montage verprutste. Voor de hoofdrolspeler was dit aanleiding om jarenlang geen films meer te maken. Pas met Daddy Nostalgie (1991), waarin hij een stervende Engelsman in Zuid-Frankrijk speelt, keerde hij weer voor even terug in de bioscoop.
Op dat moment was Bogarde al bezig met een bloeiende schrijverscarrière. Hij schreef behalve autobiografieën ook romans, zoals zijn debuut A gentle occupation, dat zich afspeelt in 1945 op Java, waar Bogarde als soldaat een tijdlang verbleef
Van zijn 18de tot zijn 26ste heeft Bogarde in het leger gezeten en was hij getuige van vele oorlogsgruwelen.
Over zijn leven is hij in zijn boeken heel gedetailleerd. Hij beschreef onder meer hoe hij als jongen werd misbruikt door een student die hij in een bioscoop had ontmoet. Zijn vaste levenspartner was zijn 'manager Tony Forwood, met wie hij tientallen jaren op een boerderij in Zuid-Frankrijk woonde. De relatie was volgens de acteur zuiver platonisch, maar intens. Toen zijn vriend kanker kreeg, verhuisde het tweetal naar de Londense wijk Chelsea. waar Bogarde ooit zijn acteercarrière begon.