BOERKIBA, Habib
Tunesische staatsman (1903-2000)
* Monastir 1903 -
† Monastir 6.4.2000
Hij studeerde te Tunis en aan de Sorbonne (rechten) en nam reeds vroeg (1922) deel aan de activiteiten van de Destoer, de Tunesische onafhankelijkheidsbeweging.
Na zijn terugkeer in Tunesië (1927) gaf hij zijn advocatenpraktijk op en wijdde zich verder geheel aan de politiek. In 1933 kwam hij in het bestuur van de Destoer. De passieve houding van deze partij leidde tot een conflict en in 1934 stichtte hij de Neo-Destoerpartij, die een gematigd socialisme en de onafhankelijkheid van Tunesië nastreefde. Kort daarna werd hij gearresteerd en tot 1936 in Bordj Lebreuf geïnterneerd. Na zijn , vrijlating voerde hij onderhandelingen met de Franse overheid die echter op een mislukking uitliepen. Begin 1938, na een poging tot opstand, werd hij opnieuw gearresteerd en naar Frankrijk overgebracht. De Duitse militaire overheid, stelde Boerkiba weer op vrije voeten en wees hem een verblijfplaats te Rome aan.
Hij collaboreerde echter niet met de Duitsers. In het voorjaar van 1943, kort voor de Duitse nederlaag in N.-Afrika, keerde hij clandestien naar Tunesië terug, waar hij met de 'vrije Fransen' trachtte samen te werken. Deze wantrouwden hem echter en wezen hem een verplichte en bewaakte verblijfplaats aan.
In 1945 herkreeg hij zijn bewegingsvrijheid. Hij vertrok als secretaris-generaal, later voorzitter, van de Neo-Destoer naar Cairo waar hij bij vooraanstaande figuren van de Arabische Liga steun zocht voor zijn politieke opvattingen. In de volgende jaren bezocht hij tal van Aziatische en Europese landen, alsook de VS, waar hij probeerde het geval Tunesië voor de algemene vergadering van de VN te brengen.
In 1952, na zijn terugkeer in Tunesië, kreeg hij opnieuw huisarrest en hij werd tenslotte naar Frankrijk overgebracht. In 1954 kon hij echter aan besprekingen deelnemen, die in 1955 leidden tot de erkenning van de Tunesische autonomie en in 1956 tot de onafhankelijkheid. Boerkiba keerde als een nationale held naar Tunesië terug en werd premier. In 1957 werd hij president van de republiek Tunesië. Een jaar later reeds ontstond een conflict met Frankrijk door de aankondiging van de onteigening van Franse bezittingen in Tunesië.
Ook met betrekking tot de Franse marinebasis Bizerta ontstonden scherpe diplomatieke en militaire geschillen die, voor Tunesië en Boerkiba, eind 1963 triomfantelijk, eindigden met het vertrek van de Franse strijdkrachten.
In okt. 1964 riep Boerkiba, voor het eerst sinds 1959, een congres van de Neo-Destoer bijeen. Op zijn voorstel werd de naam gewijzigd in Socialistische Destoerpartij.
Boerkiba's opvattingen over het Israëlisch-Arabisch conflict veroorzaakten moeilijkheden met de regeringsleiders van Egypte, Irak en Syrië. In de loop van 1965 en 1966 kwam het herhaaldelijk tot scherpe onenigheden die zelfs tot het tijdelijk verbreken van de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Arabische Republiek leidden. De betrekkingen werden pas hersteld na de oorlog van juni 1967, doch de spanningen bleven bestaan: zo werden op 7.5. 1968 de betrekkingen met Syrië verbroken. Om dezelfde reden sloot de Chinese volksrepubliek haar ambassade te Tunis.
Op 20.6.1968 ontvouwde Boerkiba in een toespraak tot de algemene vergadering van de VN een vredesplan voor het Midden-Oosten, dat echter bij geen van de oorlogvoerende partijen gehoor vond. Niet alleen zijn afwijzende houding tegenover het Arabische nationalisme maar ook zijn politiek tegenover het Westen, waarmee hij nauwe betrekkingen onderhield, brachten hem met zijn buurlanden in conflict. Zo is Tunesië sedert 1969 geassocieerd lid van de EEG, zodat het land naar verhouding meer ontwikkelingshulp ontvangt dan andere landen uit de derde wereld.