BOETTICHER, Karl Augustus
Duits Archeoloog (1760-1835)
* 1760 Reichenbach Saksen – Weimar 17.11.1835
Hij studeerde te Leipzig en Göttingen, werd rector te Güben, waar hij een vermaard opvoedingsgesticht opende. Later werd hij door invloed van Herder directeur van het gymnasium te Weimar; welk ambt hij tot 1791 bekleedde.
Hier genoot hij de omgang met Wieland Schiller en Goethe; De geleerde kunstenaar Meyer boezemde hem smaak voor de archeologie in. Van 1795 tot 1803 gaf hij onder de naam Bertuch het ‘Journaal van pracht en mode’ uit; in 1797begon hij de nieuwe ‘Duitschen Mercurius’ die later door Wieland geredigeerd werd. Ook schreef hij vele artikelen in de ‘Algemeine |eitung’
In 1804 werd hij directeur van het instituut der pages, dat later verenigd werd met de militaire school, vervolgens van het Museum van Oudheden.
Hij hield toen te Dresden lezingen over de archeologie voor aanzienlijk hoorders. Veler lezingen zijn gedrukt, zoals zijn gedachten over de geschiedenis en de schilderkunst en zijn verhandelingen over de ‘Aldobrandijnsche bruiloft’. Zijn ‘Sabina oder Morgenscenen einer reichen Römerin’ (Leipzig 1803) werd in het Frans vertaald.
Boetticher bzat grote geleerdheid, grondige kennis der oude en nieuwe talen en heeft een menigte duistere punten in de archeologie, mythologie en de toneelkunst der Ouden opgehelderd.
In 1830 begon hij zijn ‘Amalthea’ uit te geven, die later vervolgd werd onder de titel ‘Journaal van archeologie en kunst’