BOERS
Afstammelingen van de Nederlandse kolonialisten aan de Kaap de Goede Hoop.
Zij onderscheiden zich later als graan- vee- en wijnboeren. Zij spreken en schrijven de Nederlandse taal.
‘Zij onderscheiden zich door groote lichaamskracht, vaardigheid in alle bedrijf, grooten moed en vrijheids-zucht, wilskracht en volharding, enigszins ruwe zeden en rechtzinnige godsdienstbegrippen. Zij konden zich door dit alles biet schikken in het Britse bewind, dat sinds 1796 aan de Kaap meester is, en zijn daarom sinds 1835 voor het groote meerendeel Noordwaarts, buiten het Britse gebied naar de overzijde der Oranjerivier getrokken en hebben eerst Port Natal en daarna Oranjevrijstaat en de Transvaalse republiek gesticht.