BLOOYS VAN TRESLONG
(geslacht van)
Jan II van Châtillon († 1381), heer van Tholen, Gouda en Schoonhoven enz. sedert 1372 graaf van Bloys en Dunois, enz., had bij het overlijden van zijn grootvader van moederszijde, Jan van Henegouwen, heer van Beaumont, aanzienlijke goederen in Holland en Zeeland geërfd en vestigde zich aldaar. Bij ten minste acht verschillende vrouwen verwekte hij talrijke bastaarden; zo had hij o.a. van Sophia van Dalem, in 1371 vermeld als echtgenote van Jan Berwoutssoon, behalve een dochter Bertha (gehuwd met Jan van Langerack), ook een zoon, Jan (de Bastaard) van Bloys, heer van Treslong in Henegouwen, enz., baljuw van Gouda en Schoonhoven (ca. 1360-ca. 1435).
Uit diens huwelijk met Maria van Heemstede zijn zeven kinderen bekend. De heerlijkheid Treslong vererfde op de oudste zoon Adriaan, gehuwd met Isabella van Hennin-Bossut. Hun oudste zoon Lodewijk zette de hoofdstam der heren van Treslong voort; hij was gehuwd met Johanna de Ligne (-Barbençon). Hun kleindochter Louise bracht de heerlijkheid Treslong ten slotte aan het geslacht van haar echtgenoot Lodewijk van Merode, heer van Buri en Beaucarmez. Haar zuster Johanna huwde achtereenvolgens de admiraal van Zeeland, Filips van Lannoy († 1573), en Filips III van Croy, hertog van Aerschot († 1595). Een broer van Lodewijk was Gerard van Bloys, heer van Jumigny, gehuwd met Margaretha van Hennin-Cuvilliers. Hun zoon Adriaan zette de tak der heren van Jumigny voort. Zijn huwelijk met de erfdochter van Donstiennes, Catharina van Barbençon, werd met tien kinderen gezegend, onder wie Wi1lem, heer van Donstiennes, wiens tak aan het einde van de 17de eeuw uitstierf, en de bekende Ludovicus Blosius.
Nakomelingen van de volgende zoon van de eerste heer van Treslong (Jan 'de Bastaard'), nl. van Lodewijk, heer van Cabauw, raadslid in den Hove van Holland, die tot echtgenote Maria van Haemstede had, worden beschreven onder de edelen van Holland en Zeeland. Onder hen was de befaamde geuzenadmiraal Willem van Bloys van Treslong, heer van Petegem, Grijsoort, Cabauw; enz. Diens tak stierf uit met zijn achterkleinzoon Jan van Treslong, majoor der Staten en commandeur der Duitse Orde, als laatste mansoir (1683). De tak der heren van Moerendale, die sproten uit Guido van Bloys van Treslong, heer van Moerendale, vierde zoon van Jan van Bloys, heer van Treslong, stierf reeds met zijn kleinzoon uit.
In ver verwijderde relatie met de heren van Moerendale staat het huidige geslacht Bloys van Treslong, door afstamming in vrouwelijke lijn via bastaardij.
Hetzelfde is het geval met het geslacht van Bloys van Ginderdeuren, dat in 1694 van keizer Leopold II een adelsdiploma verkreeg.