Personal tools
You are here: Home B Boor BOORSTIN, Daniel
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

BOORSTIN, Daniel

by admin last modified 2006-06-05 02:34 PM

Amerikaans schrijver en publicist

* 1914 -  Washington† 2004

Door MENNO DE GALAN ROTTERDAM, 1 MAART 2004

"We leven in een wereld waarin het beeld interessanter is dan de werkelijkheid, waarin het beeld de werkelijkheid is geworden. De schaduw heeft het origineel vervangen.", Aldus de zaterdag aan de gevolgen van een longontsteking in zijn woonplaats Washington overleden jurist en historicus Daniel Boorstin in The Image (1962), een invloedrijk boek over de rol van het beeld in de Amerikaanse samenleving. The Image was de vrucht van het bezoek dat Boorstin in 1956 bracht aan de Democratische conventie in Chicago. Hij verwachtte er de Democratische presidentskandidaat Adlai Stevenson te aanschouwen, maar in plaats daarvan keek hij naar grote schermen waarop het beeld van Stevenson was geprojecteerd. Hij kreeg hetzelfde geregisseerde schouwspel voorgeschoteld als de toen nog schaarse-televisiekijkers. "We stemmen op een president omdat hij het soort publieke imago heeft dat we graag in het Witte Huis willen zien", schreef Boorstin."Een effectieve president bekommert zich jaarlijks meer om de projectie van zijn beeld." Persconferenties, debatten tussen kandidaten, hoorzittingen, het waren volgens Boorstin politieke pseudo-gebeurtenissen, een woord dat hij in The image introduceerde.

Het intrigerende van pseudo-gebeurtenissen was volgens Boorstin dat ze de werkelijkheid gecompliceerder maakten dan zij was, de spindoctors die ze produceerden waren moderne medicijnmannen. Doel was de politicus bij ieder publiek optreden in een zo gunstig mogelijk daglicht te plaatsen. Zo werden ze, net als filmsterren en sporthelden, celebrities (beroemdheden), waarvan Boorstin de kernachtige definitie gaf: 'Iemand die bekend is omdat hij bekend is.'

The Image bevestigde de reputatie van Boorstin als een originele, dwarse intellectueel. in een van zijn eerdere boeken, The Lost World of Thomas Jeferson (1948) keerde hij zich al tegen de overweldigende invloed van deze founding father op het contemporaine Amerika. Ook toen zette hij zich af tegen het beeld, in dit geval van de derde president en de schrijver van de Amerikaanse ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ als vermeend lichtend voorbeeld voor Boorstins tijdgenoten. Jefferson diende volgens Boorstin in de achttiende eeuw geplaatst te worden. De VS hadden na de Tweede Wereldoorlog andere problemen (en vijanden) dan het post-koloniale Amerika.

Boorstin werd in 1914 geboren in Atlanta, in de staat Georgia. Zijn ouders waren kinderen van joodse immigranten. Hij groeide op in Oklahoma, nadat zijn ouders uit Georgia waren gevlucht vanwege activiteiten van de Ku Klux Klan. Hij studeerde Engelse geschiedenis en literatuur aan Harvard, en rechten in Oxford en Yale. Tijdens zijn studententijd was bij kort lid van de communistische partij. Na de oorlog zwoor hij zijn radicale verleden af. In 1953 verscheen hij voor het beruchte House Committee on Un-American Activities, waar hij leden van zijn voormalige communistische cel bij naam noemde. Herbezorgde hem een slechte naam bij een deel van de academische gemeenschap, vooral bij de radicale studenten die het decennium daarop van zich deden spreken. Boorstin, toen hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit van Chicago, moest op zijn beurt niets van de studentenrebellie hebben. Hij noemde de linkse studenten barbaren en beschreef de destijds modieuze subdiscipline van Amerikaanse geschiedenis als 'racistische rotzooi'. Eindjaren zestig keerde hij de academische wereld de rug toe. Hij vestigde zich in Washington, eerst als medewerker van het Smithsonian Museum, vervolgens als bibliothecaris van de Library of Congress. Tijdens zijn benoeming door de senaat moest hij beloven tijdens kantooruren niet aan zijn boeken te werken. sindsdien schreef hij van vier uur tot negen uur ‘s-ochtends. In 1987 nam hij ontslag, om zich als zelfstandig schrijver te vestigen.

Vanaf de jaren vijftig tot en in de jaren negentig schreef Boorstin, twee populaire trilogieën, de eerste over Amerikaanse geschiedenis, de tweede over wereldgeschiedenis. Onder vakhistorici werden deze boeken met de nodige reserves ontvangen. Ze zouden oppervlakkig zijn, en te veel aandacht schenken aan materiele historie ten koste van ideeëngeschiedenis. Boorstin beantwoordde deze aanvallen op gepaste wijze: hij deed het zwijgen toe

“De oogst van onze eeuw”

In de zomer van 1956 bezocht de Amerikaanse historicus Daniel Boorstin de Democratische Conventie in Chicago. Vanaf de hem toegewezen plaats kon hij vrijwel niets zien van wat zich op de 'vloer' afspeelde. In plaats daarvan keken hij en de andere gasten naar grote schermen die de organisatie voor de bezoekers had neergezet. Hij kreeg hetzelfde geregisseerde schouwspel te zien als de - toen nog schaarse - televisiekijkers thuis.

'We leven in een wereld', schreef Boorstin vijfjaar later in The Image, 'waarin het beeld interessanter is dan de werkelijkheid, waarin het beeld de werkelijkheid is geworden. De schaduw heeft het origineel vervangen. 'We stemmen op een president omdat hij het soort publieke imago heeft dat we graag in het Witte Huis willen zien (...). Een effectieve president bekommert zich jaarlijks meer om de projectie van zijn beeld'.

In 1950 bezat elfprocent van de Amerikaanse gezinnen een televisie- toestel. Tien jaar later was dat bijna negentig procent. In 1950 zat Harry Truman in het Witte Huis. Begin jaren zestig had Amerika in John Kennedy zijn eerste telegenieke president.

De man en het medium hadden elkaar gevonden. Niet alleen Boorstin kwam overigens tot die conclusie. Beginjaren zestig portretteerden ook de journalisten Norman Mailer en Theodore White-de een in zijn essay Superman Comes to the Supermarket, de ander in The making of the President 1960, het eerste van een serie campagneboeken - Kennedy als held van een nieuw tijdperk.

Schijndebatten, inhoudsloze persconferenties, zogenaamd spraakmakende hoorzittingen: de televisie kon er geen genoeg van krijgen. Volgens Boorstin ging het hier om variaties van pseudo-gebeurtenissen,een woord dat hij in The Image introduceerde. Kern van de pseudo-gebeurtenis is, aldus de schrijver, de dubbelzinnigheid ervan: diepzinnig noch oppervlakkig, geen complete flauwekul en juist daarom intrigerend en vooral voor journalisten onweerstaanbaar. Communistische propaganda moet of moest het volgens hem hebben van het versimpelen van de werkelijkheid - Het intrigerende van de pseudo-gebeurtenis daarentegen is dat de werkelijkheid er gecompliceerder door lijkt. Ontleding leidt niet tot ontluistering maar juist tot bewondering: degenen die dergelijke rookgordijnen produceren zijn moderne medicijnmannen.

De pseudo-gebeurtenis belooft alle feiten te geven, of nieuwe feiten, en doet daarom een beroep op onze nieuwsgierigheid en hongernaar informatie. De inhoud en betekenis van deze feiten blijkt weliswaar achteraf altijd tegen te vallen, maar bij wijze van paradox wordt de magie van de pseudo-gebeurtenis er alleen maar groter door. Journalisten kunnen er in commentaren en analyses eindeloos over uitweiden en speculeren over de ware bedoeling van zinnenfrases en gezichtsuitdrukkingen. De meester van de pseudo-gebeurtenis is een tovenaar die de media, en dus het volk, in zijn ban houdt met uitspraken die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Hij weet de aandacht vast te houden met de belofte bij een volgende gelegenheid door hemzelf opgeworpen vragen te beantwoorden: nog even geduld en het is zo ver. De spanning loopt intussen op, het wachten is op de volgende persconferentie. Tot dat moment is aangebroken worden we tevreden gehouden met losse informatieflodders: het nieuwslek. Is de meester van de pseudo-gebeurtenis in de verdediging gedrongen, dan schakelt hij volgens Boorstin over op een andere techniek: die van 'het ontkennen van de waarheid, zonder te kunnen worden betrapt op een leugen'.

Een voorbeeld waaruit blijkt dat Boorstins analyse niets aan geldigheid heeft verloren. Toen Bill Clinton onlangs tijdens een ingelaste persconferentie zei 'Ik had geen seksuele relatie met deze vrouw, miss Lewinsky', was dat een juweel van een pseudo-gebeurtenis. Allereerst was er het beeld: kwam de president geloofwaardig over, wezen de inktpotjes onder zijn ogen op chronische slapeloosheid, vrat het aan hem? Vervolgens werd een peloton analisten opgetrommeld dat deze zin op de taalkundige pijnbank legde. Alles eraan bleek boeiend en op een weegschaal  te kunnen worden gewogen. Loog hij? Sprak hij juist uit de grond van zijn hart de waarheid? Was er, zoals zijn  vrouw beweerde, sprake  van een rechtse samenzwering tegen haar echtgenoot die zoveel goeds voor de natie had gedaan? Hij had het weer geflikt: de druk was van de ketel, zonder dat hij categorisch had ontkend dat er iets was gebeurd dat niet door de beugel kon.


Als dit het tijdperk van de pseudo-gebeurtenis is, dan is Bill Clinton de verpersoonlijking ervan. Met zijn weergaloze vocabulaire van net niet ontkenningen en quasi-bevestigingen prikkelt hij de verbeelding zonder de waarheid geweld aan te doen.

Ooit, schreef Boorstin, geloofden Amerikanen in dromen; nu alleen nog in illusies. Het verschil is tekenend: waar de droom als onbereikbaar werd gezien en kon worden afgezet tegen de (onplezierige) werkelijkheid, heeft de illusie die werkelijkheid vervangen. Alin 1962 constateerde Boorstin dat een volk collectiefwas gevallen voor virtual reality. Waar andere naties lees: de Sovjet-Unie en haar satellietstaten. volgens hem zuchtten onder van boven opgelegde ideologieën, daar waren Amerikanen in de ban of beter: de slaaf- van het geprojecteerde beeld.

Hij betwijfelde of dit een goede ontwikkeling was. In de propagandaslag die de Koude Oorlog ook of  vooral was, zou Amerika volgens hem daardoor wel eens het onderspit kunnen gaan delven tegen de Sovjet-Unie. De alomtegenwoordigheid van beelden, de 'kanker van pseudo-gebeurtenissen' zouden de VS onbegrijpelijk en onaantrekkelijk maken voor de rest van de wereld. Hoe meer Amerikanen zich gedroegen volgens het cliché van de cowboy, superman of de vacuüm verpakte marinier die vreemde kusten onder de voet loopt om er schoon schip te maken, des te meer weerstand zouden ze volgens Boorstin in het buitenland oproepen. De Sovjet-Unie, waar een boer nog een ziel had en de arbeider idealen, zou de strijd om de sympathie van de wereldbevolking wel eens kunnen gaan winnen. Amerikanen, concludeerde hij somber, hebben 'de waarheid ingeruild voor geloofwaardigheid' en de 'wil te overtuigen voor de hypnotische aantrekkingskracht van het beeld'.

Zo kunnen we vaststellen dat Boorstins analyse van de pseudo-gebeurtenis messcherp was, maar dat de conclusies die hij eraan verbond de plank missloegen. De door hem verfoeide beelden bleken een gewild Amerikaans exportproduct. Ze hebben wellicht hun steentje bijgedragen bij de afwikkeling van de Koude Oorlog.

Niet voor niets diende Rambo van de Baltische staten tot de Kaukasus tot voorbeeld van vrijheidsstrijders, zoals Che Guevara twee decennia daarvoor in posterformaat de slaapkamers van westerse jongeren sierde.

Het aardige is dat Boorstin dit in The Image zelf ook constateert. Tijdens een bezoek aan het zuiden van India zag hij tot zijn verbazing dat de vele bioscopen waar Amerikaanse films werden gedraaid altijd bomvol zaten, terwijl de plaatselijke bibliotheek van het Amerikaanse Information Agency misschien 250 bezoekers per dag kende, waarvan de meesten ‘aan het stof van de straat wilden ontsnappen of er hun huiswerk deden'.

Geen Indiër die zich wilde verdiepen in de inhoud van de redes van presidentskandidaten Nixon en Kennedy, of in de betekenis van het begrip vrijheid in de Onafhankelijkheidsverklaring. De verbeelding van de vrijheid volgens het recept van Hollywood, in de ogen van Boorstin ergerniswekkend of onbegrijpelijk voor andere volken, bleek een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen.  

Dat geldt ook voor de pseudo-gebeurtenis. De hele wereld heeft meegenoten van het lied van schijn en wezen dat zich dit voorjaar in het Oval Office heeft gespeeld. De lippen van Monica Lewinsky vormen nu eenmaal een aantrekkelijker beeld en een boeiender gespreksonderwerp dan de realiteit van de Russische modder. In 1962 kon Boorstin nog schrijven dat alleen het seksleven van politici nog niet in een pseudo-gebeurtenis was veranderd. Die barrière is nu geslecht.

Daniel J. Boorstin: The Image. A Guide to the Pseudo-Events in America.      Vintage Pocket. f 33,65


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004