Personal tools
You are here: Home B Boo BOON Lodewijk(Louis) Paul Aalbrecht,
Document Actions

BOON Lodewijk(Louis) Paul Aalbrecht,

by admin last modified 2006-06-03 06:09 PM

Vlaams schrijver en journalist (1912-1979)

* 15.3.1912 Aalst (Oost Vlaanderen) - † 1979

Sedert 1954 was hij redacteur bij het Gentse socialistische dagblad Vooruit. Van 1942 af, toen zijn eerste roman, De voorstad groeit werd gepubliceerd, heeft Boon een omvangrijk en merkwaardig oeuvre tot stand gebracht.

Hiervoor werd hij in 1967 met de Constantijn Huygensprijs onderscheiden. Zijn eerste romans huldigen nog de formule van de kroniek in de trant van Walschap, maar onderscheiden zich reeds door een onmiskenbaar persoonlijk accent. Van Mijn kleine oorlog (1947) af treedt het subjectieve sterk op de voorgrond. Een wrange humor en een felle opstandigheid transcenderen het (soms platte) realisme.

Boven: Prof. G. Stuyveling reikt de Henriëtte Holstprijs uit aan Louis Paul Boon (links) voor zijn werk ‘De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat’

Amsterdam 1957

De breed opgezette dubbelroman 'van en over de roman', De Kapellekensbaan (1953) Zomer te ter Muren (1956) is uitgegroeid tot een breed fresco van het 'menselijk tekort'. De handeling verloopt op verschillende niveaus en is slechts schijnbaar chaotisch. De grondtoon is sterk pessimistisch, maar niet nihilistisch. De rebel, malcontent en 'anarchist' Boon wordt wel degelijk gedreven door een sterke liefde tot de mens.

In de laatste jaren is de kunst van Boon verder geëvolueerd en beoefende hij genres als de historische parabel (Wapenbroeders, 1955), de fabel (Grimmige sprookjes, 1957, en Vaarwel krokodil, 1959) en de mythische roman (De paradijsvogel, 1958). Zelf beschouwt hij Menuet (1955). waarin  de scheiding tussen het objectieve (de krantenberichten) en het subjectieve (de monologen intérieurs van de drie hoofdpersonen) ook in de typografie tot uiting komt, als zijn beste werk.

Links: Prof. Dr. G. Stuiveling reikt de Henriëtte Roland Holst prijs uit Louis Paul Boon. aan Naast romans en verhalen publiceert Boon ook essayistisch en journalistiek werk die ons beeld van deze boeiende en grimmige figuur aanvullen.

Na zijn in 1970 aangekondigd afscheid van de litteratuur zijn er nog verschillende boeken verschenen. Voor zijn boek Pieter Daens (1971; over de arbeidersbeweging in zijn geboortestad Aalst) kreeg hij in 1972 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor het proza en de Multatuliprijs.

In 1973 verscheen Zomerdagdroom, erotisch poëtisch proza.

Andere werken: De voorstad groeit (1942), Abel Gholaerts (1944), Vergeten straat (1946), Boontjes Uitleenbibliotheek (1950; verhaal), De bende van Jan de Lichte (1953), Niets gaat ten onder (1956), De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat (1956, gedicht), Boontjes Reservaat 1-5 (1954-57), De zoon van Jan de Lichte (1961), Dag aan dag (1963, journalistiek), Het nieuwe onkruid (1964), Dorp in Vlaanderen (1966), Wat een leven (1967), 90 mensen (1970), Mieke Maaikes obscene jeugd (1972).

 

LITT.: H. Claus, L.P. Boon (1964; met bloemlezing); L.P. Boon (1966; bijdragen van J. Weisgerber, P. de Wispelaere e.a.); H. Leus, Boonboek (1972).

In de Bibl.: Het Geuzenboek – Mieke Maaike’s obscene jeugd

 

'Boon!', staat met grote letters op het omslag van de nieuwste Maatstaf gedrukt. Wie zal bij het zien van een dergelijk opschrift nog twijfelen aan het onderwerp? Louis Paul Boon, de in 1979 over.leden schrijver van grote romans als De kapellekensbaan en Zomer te Ter-Muren, schreef ruim zestien jaar lang 'Boontjes' voor het Vlaamse dagblad Vooruit. Tijdens deze periode voelde hij zich 'als iemand die piano moet spelen met één vinger, de andere hand op de rug vastgebonden'. Toch moet hij aan deze dagelijkse verplichting gewend zijn geraakt, want toen hij eind 1977 met zijn 'Boontjes' stopte, begon hij in zijn agenda dagboekaantekeningen te maken.

Niet veel later kreeg Boon van een oplettende buurvrouw als nieuwjaars geschenk een schrift met de opdracht: 'Beperk u niet meer tot één bladzijde per dag, het zou kunnen gebeuren dat ge soms iets méér te zeggen hebt.'

Gedurende twee maanden schreef Boon bijna dagelijks in dit cahier om vervolgens het schrift een jaar lang terzijde te leggen tot aan de periode vlak voor zijn dood. Dit dagboek is onlangs teruggevonden en de volledige tekst is nu inclusief schrijffouten en 'ontsporende zinsconstructies' voor het eerst gepubliceerd in Maatstaf. Het is een curieus geheel, vol scherpe observaties, doorspekt met losse opmerkingen over te maken schilderijen, over zijn 'geuzenboek', zijn slechte gezondheid en over zijn met veel zorg omgeven verzameling erotica: 'Voor mijn kerstavond ga ik nog wat blote meisjes uit de seksboekjes knippen, om ze aan mijn Feminateek toe te voegen.'

Een van de in het dagboek meest genoemde personen is de altijd gereed staande dokter Le Compte, 'ondanks al zijn show een soort genie'. Iedere week laat Boon zich door zijn dochter Luciënne naar Knokke rijden om bij deze geriater en gerontoloog gratis spuitjes te krijgen. Alleen na deze bezoekjes voelt Boon dat 'dat eeuwig verdriet en die altijddurende kou binnen in mij nu totaal verdwenen zijn.'

Wat Boon kreeg toegediend, is nooit duidelijk geworden en misschien wist Boon het zelf ook niet. Na zijn dood ontstonden echter al snel geruchten over verouderde geneesmiddelen en over injecties op basis van hormonen. Ook in het interview met Boons oude vrienden Marcel Wauters en Albert Bontridder komen deze verhalen ter sprake, al willen zij de dokter 'die aan zijn cliënten vertelde dat ze duizend jaar oud zouden worden' nergens van beschuldigen.

Boon-biograaf Kris Humbeeck is minder voorzichtig, maar stelt in zijn lichtelijk ronkende inleiding dat de dood van Boon ook zelfverkozen kan zijn geweest. Wauters en Bontridder houden eveneens rekening met deze mogelijkheid, al is hun argument nogal merkwaardig: op de dag na zijn dood werd Boon verwacht op de Zweedse ambassade, 'wellicht in verband met de Nobelprijs'.

Dit bezoek moet de teruggetrokken levende Boon hebben tegengestaan en ook de gedachte om bij een eventuele toekenning de Zweedse Academie te moeten toespreken, zou voor deze 'eenvoudige man die alleen maar dialect sprak' een nachtmerrie zijn geweest.

Verkeerde medicijnen, zelfmoord, slijtage, overvloedig drankgebruik, wat de oorzaak ook geweest is, het dagboek geeft geen uitsluitsel. Wel maakt het duidelijk dat Boon ondanks zijn slechte gezondheid en ondanks zijn geestelijke ellende tot op het laatst zijn scherpte behield. Op 24 februari 1978 schreef hij; 'Maar ik weet nu de vergankelijkheid van alles en waar juist dát mijn wanhoop was, heb ik het gevoel me eindelijk erbij neergelegd te hebben. Ik ben een beroemd oud mannetje. Meneerke Bointje leeft nog en zal straks, door iedereen gegroet, in zijn tuin rondwandelen. Het is bespottelijk, het is afschuwelijk. Maar dit is de rol die ik nu spelen moet.'

Peter Swanborn Maatstaf, De Arbeiderpers.

jaargang 47, nummer 1. f 25.-.

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004