Personal tools
You are here: Home B Bonn BONTEKOE, IJsbrandtszn
Document Actions

BONTEKOE, IJsbrandtszn

by admin last modified 2006-05-15 10:59 PM

Zeevaarder (1587- )

* 1587 Hoorn - † (?)

Hij is bekend door zijn avontuurlijke reizen in dienst van de Oostindische Compagnie.  In december 1618 van Texel vertrokken geraakte zijn schip op 19 november 1619 Straat Sunda in brand en vloog met 119 opvarenden de lucht in. Bontekoe overleefde de ramp. Bontekoe wist zich met een aantal ovan zijn lotgenoten te redden een belanbde op Sumatra. Bedreigd door de inboorlingen zong hij psalmen voor hen. Ma veel avontuur bereikte zij na enige omzwervingen Java, vanwaar hij vervolgens op last van de gouverneur‑generaal Jan Pietersz. Coen nog enige reizen volbracht, o.a. naar China en Formosa.

Na een avontuurlijke terugtocht bereikte Bontekoe ten slotte op 15 november 1625 Texel.

Sindsdien is niets meer van hem bekend. In 1646 verscheen te Hoorn zijn journael ofte gedenkwaerdige beschrijvinghe van de Oost‑Indische Reyse van Bontekoe van Hoorn. Begrijpende veel wonderlijcke en gevaerlijcke saecken hem daer in wedervaren (vele malen heruitgegeven, o.a. door G. J. Hoogewerff in de Herdrukken  van de Maatschappij der Ned. Letterkunde 1915). Het journaal genoot eeuwenlang een grote populariteit.

TENTOONSTELLING: De rode baard van Bontekoe

De Chinese uitgave van het reisjournaal van Willem IJsbrantsz Bontekoe (Wei Yi Bangteku) kwam in 1982 niet uit de lucht vallen: die schipper was een der eerste Europese China‑vaarders geweest. De kustbewoners hadden zich tegenover hem 'als lammeren' gedragen, want volgens een profetie zou hun land worden ingenomen door roodharige mannen 'en alsoo ick een roode baert had, schenen sij dieshalve mij met vreese te aanschouwen'.

Eigenlijk wilde hij niet naar China. Op 28 december 1618 voer zijn schip, de Nieuw Hoorn, 'gemant met 206 eters' bij oostenwind het zeegat uit op weg naar Indië. Op de tentoonstelling over Bontekoe in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam zie je in een register vermeld wat zo'n schip aan victualiën meenam: 98 duizend pond brood, 23 duizend pond vis (stokvis vooral), 270 pond kaarsen, 1250 zoetemelkse kazen en ‑ het staat er zo onschuldig ‑ een paar vaten brandewijn. De eters waren nu eenmaal ook drinkers.

Dat oorlam werd Bontekoe noodlottig. Toen het kaarsje van de botteliersmaat omviel vatte de alcohol vlam, het vuur stak de olievoorraad aan, sloeg over op de 300 vaten kruit 'en het schip sloeg aen hondert duysent stucken'.

De 56 duizend zilveren realen die het meevoerde stoven als een regen door de lucht. De schipper had nog maar één wens, '0 Heer weest mij arme sondaer genadigh', en die ging in vervulling. Hij overleefde de ramp.

De ondergang van Bontekoe’s schip. De man aan het roer van de boot links is de schipper, hij heeft een hoofdwond en daarom een kussen op zijn hoofd.

 

Met een handvol matrozen dobberde hij op een vlot over de Indische Oceaan, waar ze zich enkele dagen voedden met meeuwen en vliegende vissen; toen die uitbleven, kwamen de manschappen overeen de scheepsjongens bij toerbeurt te verorberen. Met moeite belette Bontekoe dat, en na veertien ellendige dagen bereikten zij een eiland met kokospalmen.

Ze stortten zich meteen zo gretig op de noten dat ze buikloop kregen, 'het scheen of wij barsten mosten'. Ze werden gered, de meesten monsterden in Batavia aan voor de thuisreis, maar de schipper zelf kreeg nieuwe opdrachten, bezeilde de Molukken en China, en keerde pas in 1625 naar zijn thuishaven Hoorn terug. Op een paar Chinese kommen na hadden zijn avonturen hem niets opgeleverd.

Hij zette voor de Oostindische Compagnie een verslag op papier, dat na twintig jaar in handen van een uitgever viel. Die zag meteen brood in deze Gedenckwaerdighe beschrijvinghe; hij liet het journaal een beetje oppoetsen, want het kon altijd nog dramatischer, en terwille van de lezers kreeg ook de Vinger Gods wat meer te doen.

Het boekje werd een wereldsucces, dat nu al 350 jaar voortduurt. Het Scheepvaartmuseum toont vitrines vol vertalingen en varianten: Bontekoe's leven verscheen met rijk gestoffeerde explosies op centsprenten waarmee kinderen leerden lezen, de dichter Potgieter schoof hem de bundel Liedekens van Bontekoe in de schoenen, en in 1924 kondigde uitgeverij Leopold 'een door en door Hollandsch boek' aan, De scheepsjongens van Bontekoe door Johan Fabricius. Ook dat avonturenboek maakte een zegetocht door heel Europa.

Dat legde het Scheepvaartmuseum een verplichting op.

Het 350‑jarig jubileum van Bontekoe's journaal mocht geen droge bedoening worden, maar iets voor het hele gezin: via de beroemde scheepsjongens moesten ook kinderen worden geboeid door de Oostindiëvaart met haar kraaienesten, scheepsbeschuit en kielhalen. Nu voert het museum al jaren een kindvriendelijk beleid, het heeft vaker met dit scheepsbijltje gehakt en stelt dus niet teleur. Er staan prachtige kijkkasten, compleet met vliegende vissen, soms mogen kinderen een schimmenspel helpen opvoeren, en aan het slot slaken ze opgewonden kreten bij de levensechte explosie van de Nieuw Hoorn met rode spotjes. Daarna beklimmen ze de replica‑op‑ware‑grootte van een oud zeilschip en willen botteliersmaat worden.

Maar het museum kent ook zijn informatieplicht. Voor de volwassenen ligt er een schal aan documenten over de schipper met de rode baard: ze lopen van het authentieke journaal uit het bezit van de Oostindische Compagnie, via de Soendanese en Chinese vertalingen er. van tot een strip waarin Bontekoe en zijn scheepsjongens zich van hun bontste kant vertonen. Dat stripverhaal op basis van Johan Fabricius' boek is zojuist opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Terra Incognita is ook het journaal herdrukt, en naar aanleiding van de expositie verscheen bij De Walburg Pers het boek Bontekoe, de schipper, het journaal, de scheepsjongens, benevens een wetenschappelijke bibliografie van alle uitgaven en bewerkingen van het journaal. Hadden de haaien en matrozen in 1615 hun honger drastischer gestild, dan waren we dat allemaal misgelopen. (Wim Zaal)

 

Nog een verslag van onze zeeheld: Bontekoe, Willem Ysbrantz.

* Hoorn, ged. 27.6.1587 – Hoorn ? na 1630

Nederlands zeeman, vertrok in dec. 1618 als kapitein van de Nieu-Hoorn naar Indië. Op 19 nov. 1619 brak in Straat Sunda aan boord van zijn schip brand uit en dit vloog met 119 mensen de lucht in. Bontekoe wist zich met een aantal van zijn lotgenoten te redden en landde op Sumatra. Bedreigd door inboorlingen, zong hij psalmen voor hen, een voorval dat door Potgieter is gebruikt voor zijn Liedekens van Bontekoe (1840). Na vele wederwaardigheden werden de mannen door een Hollandse vloot onder bevel van Frederik de Houtman opgepikt en naar Batavia gebracht. Na enkele kleinere reizen keerde hij in 1624 vanuit Batavia naar Nederland terug. Onderweg werd zijn schip, de Hollandia, met de twee begeleidende schepen door storm overvallen; alleen de Hollandia bereikte op 15 nov. 1625 de rede van Texel. In 1646 verscheen te Hoorn het Journael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische Reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn, Begrijpende veel wonderlijcke en gevaerlijcke saecken hem daer in wedervaren, een levendig en laconiek verhaal, dat in de 17de en 18de eeuw zeer veel gelezen werd. Het enige bekende exemplaar van de eerste druk van dit werk bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek te Leiden.

 

BONTEKOE, Willem Ysbrandtsz

Steile calvinist

* Hoorn

Het journaal van Bontekoe. Vertaald door Thomas Rosenboom. Ingeleid en geannoteerd door Vibeke Roeper. Athenaeum-Polak & Van Gennep-137 blz.   fl 35,92 (plaatjes onder: Ondergang van de Nieuw Hoorn

Het tafereel is even onvergetelijk als gruwelijk - en dat ik me het niet uit De scheepsjongens van, Bontekoe herinner is ongetwijfeld een kwestie van verdringing. Twee weken nadat hetVOC-schip van Willem Ysbrantsz Bontekoe de lucht in is gevlogen, dobberen de schipper en de andere overlevenden in een sloep op de Indische Oceaan.

De nood is hoog, de honger ondraaglijk, en de schipbreukelingen besluiten om de scheepsjongens op te eten. Alleen het verzoek om drie dagen uitstel van Bontekoe (en het bevrijdende ‘land-inzicht’ op de derde dag) zorgt ervoor dat de drie scheepsjongens - driehonderd jaar later door de kinderboekenschrijver Johan Fabricius vereeuwigd als Hajo, Rolf en Padde - niet aan stukken worden gescheurd.

Hoe de scheepsjongens zich die dagen in december 1619 gevoeld hebben, beschrijft Bontekoe niet. Maar zijn ‘Iournael’, dat nu door Thomas Rosenboom 'hertaald' is, bevat genoeg horrorverhalen om ook de verwendste thrillerlezer tevreden te houden. Zo is er een stuurman die zijn oog verliest door een wegspringende broekschroef van zijn vogelroer (geweer); een nietsvermoedende buffel die in zijn hielen wordt gehakt om te zorgen dat hij niet weg kan komen; een scheepsbakker die blauw uitslaat als hij is geraakt door een giftige pijl; en een jongen die een ongeluk met een kanon overleeft om te sterven aan de amputatie die erop volgt. Wie gevoelig is voor dé vernietiging van ecosystemen kan in Het journaal van Bontekoe ook zijn lol op. Vooral de foerageringstocht op het eiland Réunion leest als een holocaust van schildpadden en blauwe duiven.


Bontekoe, de steile calvinist uit Hoorn, betoont zich in zijn journaal een smulpaap. De duiven worden gebraden in het vet van zeeschildpadden, de landschildpadden worden gekookt met damastpruimen, oesters worden gegeten met pepers, 'want dat gloeide lekker in de maag. 'Meeuwen en vliegende vissen smaken zoet 'als honing', en alleen voor geroosterde sprinkhaan (waar eerst de vleugels van zijn afgetrokken) haalt de schipper naast God zijn neus op. Dat is meer iets voor de zwarte inboorlingen van Madagaskar.

       De aandacht voor lekker eten is, natuurlijk de spiegel van de ontberingen

die Bontekoe, meer dan welke VOC schipper ook, had doorstaan tijdens zijn zevenjarige reis naar en door de oost. Op weg naar Indië om gouverneur-generaal Jan Pietersz. Coen te voorzien van manschappen, buskruit en geld, was zijn expeditie geplaagd door stormen (de eerste begon al ter hoogte van Frankrijk) en scheurbuik, door aanvallen van handelsconcurrenten en moordaanslagen van onwillige natuurvolkeren.

En dan was. er natuurlijk de grote explosie van 19 november 1619, toen kaarsvuur via een brandewijnvat oversloeg op de kruitvoorraad en het schip de Nieuw Hoorn 'in honderdduizend stukken sprong'. Na zijn avonturen als schipbreukeling zou Bontekoe met nieuwe schepen nog vechten tegen de Portugezen, de Spanjaarden en de Chinezen, maar dit tweede deel van zijn journaal is net als het verslag van zijn terugkeer veel minder spectaculair dan de tocht naar Java. De plundertochten op de Chinese kust, waar steevast 'buffels, varkens en hoenderen' buitgemaakt worden, gaan op de  duur zelfs vervelen.

Thomas Rosenhoom, wiens hertaling misschien wel de honderdste uitgave is van dit immens populaire journaal,heeft het zeventiende-eeuwse Nederlands van Bontekoe op een natuurlijke en ongedwongen manier omgezet. De rustige verteltrant van de kapitein, laconiek en onbedoeld (?) humoristisch, zou niet misstaan in Rosenbooms eigen boeken. Een goed voorbeeld is Bontekoes bespiegeling over het verlangen om thuis te kunnen opscheppen over je avonturen: 'het is alleen deze hoop die ons reizen tot 'reizen' maakt, zonder die hoop zou er niet veel verschil zijn tussen reizen en ballingschap'. En wat te denken van: 'Het schipverbrandde en vervolgens ontplofte het met bemanning en al een uiterst treurige zaak? Van zo'n zin is het maar een kleine stap naar de terloopse gruwel van Gewassen vlees en Publieke werken.

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004