BONONCINI
Italiaanse componisten familie
Italiaanse componistenfamilie waarvan de werken nog niet voldoende zijn bestudeerd, zodat er enige onzekerheid heerst omtrent het toeschrijven van sommige werken aan een bepaald lid van de familie.
- Antonio Maria
* Modena 1677 - † Modena 1726),
dikwijls bij vergissing Maria Antonio genoemd
2de zoon van Giovanni Maria, broer van Giovanni Battista.
Hij werkte in dezelfde stijl als zijn broer, zodat men zich dikwijls in het auteur
schap van hun werken vergist. Antonio speelde tussen 1704 en 1711 een zeer
belangrijke rol aan het hof van Wenen. Daarna verdeelde hij zijn aandacht tussen Rome en Modena, terwijl zijn broer meer in het buitenland bekend was.
Hij schreef hoofdzakelijk opera's en oratoria, maar ook cantates, een vijfstemmige mis en een vierstemmig Stabat Mater. Zijn opera Camilla, regina dei Volsci is in historisch opzicht van grote betekenis door de degelijkheid van de algemene opbouw en door de rijkdom en de vrijheid van de orkestratie.
- Giovanni Battista
* Modena 1670 ‑ † Wenen 1747
Zoon van Giovanni Maria
Hij was een wonderkind. Hij woonde achtereenvolgens te Bologna, Rome, Berlijn, Parijs, Lissabon en Wenen. Naar Londen geroepen (1720‑1727), moest hij het met zijn opera's tegen Händel opnemen.
Toen hij echter in 1733 een madrigaal van Lotti onder zijn naam had uitgegeven, volgde er een schandaal dat hem noodzaakte Engeland te verlaten. Op het vasteland liet bij nog enige opera's uitvoeren, waarvan men niet met nauwkeurigheid weet welke men aan hemzelf dient toe te schrijven, een verwarring die mede het gevolg is van de voorkeur van die tijd voor de pasticcio (een opera, samengesteld met aria's van verschillende auteurs).
Hij componeerde melodrama's, concerten, symfonieën en duetten, alsmede enkele achtstemmige missen.
- Giovanni Maria
* Montecarone, bij Modena 1642 - † Modena 1678
Componist aan het hof van Modena, daarna koordirigent te Bologna en later te Modena. Hij liet kamer‑ en kerkmuziek na: balletten, sonaten, symfonieën, madrigalen, aria's en cantates. Hij schreef ook een verhandeling, Musico prattico (1673).