BONNAIRE, Sandrina
Franse actrice (1967- )
* Clermont Ferrand, 31.5.1967
Sandrina Bonnaire debuteerde op vijftienjarige leeftijd overrompelend in ‘À nos amours'. Nu speelt ze een bijrolletje in 'Resistance’.
Door BIANCA STIGTER 6 maart 2003
Claude Chabrol, die haar regisseerde in La cérémonie, vergeleek haar met transparant graniet en het is een vergelijking die je vrij letterlijk kunt nemen. Sandrine Bonnaire is een actrice die door niets te doen van alles laat blijken. Hoe onbeweeglijker haar gezicht, hoe razender de gevoelens. je zou je zelfs een film kunnen voorstellen die alleen haar gezicht toont. Verder is aan niets behoefte. Zelfs in een bij rolletje als ze nu speelt in Resistance (Todd Komarnicki, 2003) valt dat daar zeker niet meer zo mooie gezicht in ruste op.
Sandrine Bonnaire), een van de elf kinderen uit een arbeidersgezin, kwam klassiek toevallig met film in aanraking. Haar twee jaar oudere zusje deed auditie voor À nos amours van Maurice Pialat en Sandrine ging mee naar de auditie. Zij kreeg de rol, en werd prompt bekroond met een César, de Franse Oscar, voor meest belovend nieuw talent. Ze was vijftien. Tweejaar later kreeg ze er weer een, nu de gewone versie, voor haar rol als zwerfster in Sans toi ni loi, waarin ook een menigte mensen zich laafde aan dat formidabele gezicht.
Bonnaire liet in haar debuut dat nogal wat seksscènes bevat zien dat ze niet bang was. Later ze dat ze toen eigenlijk nog niet speelde. Met de rollen zonk haar zelfvertrouwen. "lk ben de zorgeloosheid van het begin kwijt", zei ze een paar jaar geelden tegen ‘Le Figaro’ “De angst om belachelijk te zijn neemt toe." Het verhinderde haar niet moeilijke rollen aan te nemen. In 1994 speelde ze voor Jacques Rivette de titelrol in Jeanne la Pucelle, een tweedelige film van in totaal vijfeneenhalf uur over Jeanne d'Arc. Ze durfde de vergelijking met Maria Falconetti's Jeanne in Dreyers beroemde versie uit 1928 wel aan."Toen speelde ze alleen maar met hun ogen." Bonnaire kijkt met niets te spelen
Bonnaire heeft inmiddels met veel grote Franse regisseurs gewerkt, van Agnès Varda (Sans toi ni loi, 1985) tot Raymond Depardieu (La captive du désert, 1989), Patrice Leconte (Monsieur Hire, 1989), Jacques Doillon (La pirate, 1986), André Téchiné (Les innocents, 1987) Claude Sautet (Quelques jours avec moi, 1988). Een carrière in Engelstalige films is Bonnaire minder goed bekomen, al hield ze er wel een dochter aan over (van de Amerikaanse acteur William Hurt).
Met een paar regisseurs, zoals Rivette, Chabrol en Pialat, werkte ze meerdere keren. Voor haar rol in La cérémonie kreeg ze in 1995, samen met Isabelle Huppert, de Coppa Volpi op het filmfestival van Venetië. Voor die prijs was in de rol van dienstmeid een klein trekje om haar mond genoeg.
Filmografie
1984 A NOS AMOURS
1984 LA MEILLEUR DE LA VIE
1984 POLICE
1984 TIR À VUE
1985 BLANCHE ET MARIE
1985 VAGABOND/SANS TOIT NI LOI
1986 LA PURITAINE/THE PRUDE
1987 JAUNE REVOLVER
1987 LES INNOCENTS
1987 UNDER SATAN'S SUN/SOUS LE SOLEIL DE SATAN UNDER THE SUN OF SATAN
1988 A FEW DAYS WITH ME/QUELQUES JOURS AVEC MOI
1988 THE INNOCENT
1988 PEAUX DE VACHÉS
1989 LA RÉVOLUTION FRANÇAISE
1989 MONSIEUR HIRE
1990 CAPTIVE OF THE DESERT/LA CAPTIVE DU DÉSERT
Woestijndrama. Sendrine Bonnaire is een mooie vrouw. Maar om haar anderhalf uur door een woestijn te zien ploeteren, nee. Dat is te veel van het goede. Meer is deze film niet. Zij is gevangen genomen door een groep nomaden die onderweg waren naar een oase. Ze heeft zegge en schrijven één dialoog in dit meesterwerk. 'U mag naar huis’ zegt de roverhoofdman op het einde. 'Maar beloof me dat u thuis zult vertellen welk een zwaar leven wij leiden.'
1990 VERSO SERA
1991 THE PLAGUE
1992 THE SKY ABOVE PARIS/LE CIEL DE PARIS
1994 JEANNE LA PUCELLE/JOAN THE MAID
Regie: JACQUESRIVETTE – acteurs: SANDRINE BONNAIRE, OLIVIER CRUVEILLER, JEAN‑LOUIS RICHARD
The plot, surprisingly, skirts around Jeanne/Joan's (Bormaire) trial for heresy at the hands of the dastardly English, preferring to focus on her bid to follow the divine contact that she believes guides her decision to lead the king's armies to victory over the English and their allies, the rebel French. In the film's increasingly desperate second half, attention is concentrated on Jeanne's imprisonment and its psychological effect. Rather than the impeccable martyr saint of medieval‑tore, Bormaire's Jeanne is a reassuringly fallible heroine. Among her pious prayers, we witness her begging God to rescue her, and collapsing in fits of hysteria.
From oft‑used material, Rivette has crafted an original, prowling and restless film with an outstanding central performance from Bormaire. Unabashed by time constraints, he proceeds at his own pace, lingering over a scene long after other directors would have barked "cut", to show the fine detail of the period. Through its simple camerawork and cold, bare landscapes, the film takes on a stark quality. Thoughts of aching rears should be cast aside, for this is a well crafted and hugely successfully attempt to give the 15th Century heroine a vivid retelling.
1994 JOAN THE MAID
1995 A HUNDRED AND ONE NIGHTS