Personal tools
You are here: Home B Bonf BONIFATIUS VIII, eigenlijk; Benedetto Gaetani
Document Actions

BONIFATIUS VIII, eigenlijk; Benedetto Gaetani

by admin last modified 2006-05-13 06:24 PM

*Rome 1235 – † Rome 11-10-1303, tegenpaus (1294-1303)

 Bonefatius VIII, miniatuur uit de “Cronica” van G.Villiani (1276-1348) Rome, Biblioteca Vaticana.


Hij was een juridisch gevormd en wilskrachtig man, een heersersnatuur. Hij had de bedoeling de vrede te herstellen tussen de christelijke vorsten en deze onder zijn gezag te verenigen. Bonifatius is in zijn opzet niet geslaagd. Als bemiddelaar in de conflicten van zijn tijd heeft hij gefaald en het pauselijk gezag heeft onder zijn pontificaat veel geleden. Zeer bekend is zijn geschil met Filips IV de Schone van Frankrijk. Toen deze de Franse clerus had belast, repliceerde Bonifatius met de bul Clericis laicos (1296), waarin op krachtige wijze de nadruk werd gelegd op de immuniteiten van de geestelijkheid. De strijd die hierop volgde werd in 1297 evenwel bijgelegd en bezegeld met de heiligverklaring van Lodewijk IX. Toen Filips in 1301 een proces aanspande tegen bisschop Bernard Saisset laaide de strijd weer op. In de bul Ausculta fili (1301) bevestigde Bonifatius opnieuw de rechten van de H.Stoel en van de clerus. Filips IV, die de paus onrechtmatige aanspraken verweet, wist de groten van zijn rijk voor zijn inzichten te winnen. Het antwoord van Bonifatius was een banbul tegen de koning en de beroemde bul Unam sanctam (1302), een belangrijk historisch document waarin de pauselijke visie op de verhouding tussen de geestelijke en wereldlijke macht wordt uiteengezet. Voordat Bonifatius de banbul tegen de koning afkondigde werd hij in 1303 te Anagni gevangen genomen door Nogaret, kanselier van Filips, en door Sciarra Colonna. Nadat hij door de bewoners van Anagni was bevrijd, keerde Bonifatius naar Rome terug, waar hij in 1303 overleed.

Litt. T.S.R. Boase, Boniface VIII (1933); H. Grundmann, Bonifatius VIII und Dante (1961).

BONIFATIUS VIII 

Paus van Rome

Eigenlijk: Benedetto Gaetani

* Anagni ca. 1230 – † Rome 11.10.1303

Een van de bekendste middeleeuwse pausen, was een beroemd jurist en een energieke persoonlijkheid. Hij trad vroeg in pauselijke dienst en werd als kardinaal (sinds 1281) pauselijk legaat voor Nicolaas IV in Frankrijk en Sicilië (1290–1291). Hij had grote invloed op de wereldvreemde Coelestinus V. Toen deze zich – niet zonder zijn toedoen – terugtrok, werd Bonifatius eenstemmig tot opvolger gekozen (24 dec. 1294).

Zijn streven naar een herstel van de pauselijke machtspositie moest noodzakelijk in botsing komen met de opkomende nationale machten, vooral met Frankrijk onder een Filips IV. De meeste van zijn politieke bemiddelingspogingen mislukten: zo bijv. in het conflict Venetië-Genua (1295), in de Duitse troonstrijd (1298) en de Hongaars-Boheemse troonstrijd (1301), in de strijd tussen Engeland en Schotland (1301) en in de strijd om Sicilië (1303); door dit alles mislukten ook zijn plannen voor een grote kruistocht.

De rivaliteit tussen Engeland en Frankrijk werd de aanleiding tot zijn meest beruchte conflict. De paus protesteerde tegen de hoge oorlogsbelastingen voor de clerus in zijn befaamde bulle Clericis laicos (25 febr. 1296); Engeland gaf toe, maar Filips nam tegenmaatregelen (o.a. uitvoerverbod van goud en zilver, waardoor de pauselijke inkomsten werden aangetast); een voorlopige vrede werd besloten met de heiligverklaring van Filips’ grootvader Lodewijk IX (1297).

De viering van het eerste Heilige Jaar, in 1300, versterkte Bonifatius’ machtsgevoel. Naar aanleiding van een koninklijk proces van hoogverraad tegen de bisschop van Pamiers vaardigde Bonifatius de scherpe bulle Ausculta fili uit (5 febr. 1301); Filips liet een vervalst exemplaar circuleren om de publieke mening tegen Bonifatius te mobiliseren.

Op een Romeinse synode, waar ondanks koninklijk verbod 39 Franse bisschoppen aanwezig waren, werd de bulle Unam Sanctam (18 nov. 1302) voorbereid, die eigenlijk niet meer was dan een samenvatting van traditionele theocratische stellingen, maar die in de concrete situatie gemakkelijk geduid kon worden als een eis tot directe macht in wereldlijke (lees: koninklijke) zaken. Op instigatie van Guillaume de Nogaret, Filips’ voornaamste juridische adviseur, hield Filips een synode (1303), waarin Bonifatius zwaar beschuldigd werd. Nog voor Bonifatius de koning kon excommuniceren, werd hij in Anagni op 7 sept. 1303 gevangengenomen en beledigd door Nogaret, met behulp van de Colonna-familie, die zich door de paus gepasseerd voelde.

Door de burgers van Anagni bevrijd (9 september), stierf hij kort daarna; hij werd opgevolgd door zijn trouwe aanhanger Benedictus XI.

Het oordeel over ‘de laatste middeleeuwse paus’ is sterk bepaald door de eenstemmige publiciteitscampagne van diverse belanghebbenden, m.n. de twee Colonna-kardinalen, de minderbroeders spiritualen en het Franse hof. De interne werkzaamheid van Bonifatius ten gunste van zielzorg (bijv. in de bulle Super cathedram, 18 febr. 1300) en geestelijke leven (bijv. ten opzichte van de minderbroeders) is daardoor te veel op de achtergrond gedrongen. Ook voor kerkelijk recht en kerkorganisatie heeft Bonifatius grote betekenis: vele hervormingsdecreten zijn opgenomen in het Corpus Iuris Canonici. In zijn La Divina commedia plaatst Dante hem, wegens geldzucht, in de hel (Inferno 19, 52–117), maar veroordeelt ook Filips en de aanslag van Anagni (Purgatorio 20, 85–93). Zijn grafmonument is van Arnolfo di Cambio en bevindt zich thans in de Grotte Vaticane.

WERK: Liber sextus Decretalium (1298).

BONIFATIUS VIII  De onbekende

No Island is an Island is voor een boek een verleidelijke titel. Ik kocht het De naam van de auteur bracht van vrij ver goede herinneringen aan: Carlo Ginzburg heet hij; hij schreef al weer lang geleden in zijn moedertaal, het Italiaans, De haas en de wormen, over een van ketterij verdachte molenaar die door de inquisitie werd verhoord als was hij een Arius of Donatus. Maar daar was vooral het omslag van het uiterst fraai uitgegeven boekje. Daarop stond een fragment van het Portret van een kartuizer van Petrus Christus. Het was gebeurd. De broeder bleef mij aanstaren, ook als zijn portret niet in de buurt was. Met een haast verwijtende rust.

Het gaat Ginzburg, in een beschouwing over Thomas More's Utopa, niet om de monnik, maar om een vlieg. Aan de onderzijde van het portret - dat maar klein is: 29 bij 22,5 centmeter - is een stenen richel, waarachter de kartuizer zit. Het oog wil bedrogen worden. In de richel heeft Petrus Christus zijn naam geschilderd als gebeiteld. Op de richel zit een vlieg. Die maakt alles nog 'echter': het portret wordt een momentopname, want hoelang blijft een vlieg zitten. Maar de vlieg kan de kijker ook in de verleiding brengen hem te vangen of te verdrijven en zich dus te laten bedriegen, ook in de echtheid van de geportretteerde. De vlieg is uiteraard ook een symbool: van verval en sterfelijkheid. Elk mens is ook niet meer dan een eendagsvlieg. De monnik is nog jong, des te sterker de symbolische kracht van de vlieg!

Het portret is een van de vroegst bekende, gesigneerde en gedateerde werken van Petrus Christus. Hij schilderde het in 1446, twee jaar nadat hij zich in Brugge had gevestigd, komend uit het Brabantse Baarle. Hij stierf rond 1475, vijftig jaar of iets ouder. Zijn oeuvre is weinig omvangrijk. Kunsthistorici meten hem aan jan van Eyck en Rogier van der Weyden, wier invloed hij heeft ondergaan. Hij wordt dan kleiner bevonden. Maar beiden evenaart hij toch minstens in het portret van de kartuizer en dat van een jong meisje, dat in de nieuwe Gemäldegalerie in Berlijn hangt. Een halfjaar geleden keek zij mij daar met haar schelpvormige ogen vrij hooghartig aan en na tegelijk. Zij wil niet gezien worden!

Wil de kartuizer worden gezien? Als hij toevallig, zoals de vlieg het wil, uit een raam kijkt, zeker niet. Hij zal een monnik uit het klooster in Brugge zijn geweest, en daar leefde hij, afgewend van de wereld, de meeste tijd alleen in een huisje, de ogen naar boven of naar binnen gericht ('binnen' volgt uit 'boven'). Maar hij kijkt ons toch aan, twee zeer ernstige ogen in een heel gaaf gezicht, waarin misschien de eeuwigheid, maar zeker niet de tijd een spoor heeft achtergelaten. Alleen een heel lichte rimpel loopt over het voorhoofd; eerder een overblijfsel dan een begin. Zijn huid is lichtbruin, zijn kruinsgewijs geknipte haar heel donker. Hij heeft veel van een zuiderling. Ook om de smalheid van het gezicht. (Al die kanunniken en monniken bij de Vlaamse primitieven hebben gezonde bolle gezichten; Bourgondië lag niet ver). Hij heeft een lange baard, die, gesplitst in tweeën, n alle rust over zijn borst hangt. De schilder heeft het gezicht enigszins in de schaduw gehouden, wat de monnik nog terug getrokkener maakt. Ik geloof dat ik nooit een stiller gezicht heb gezien.

De richel wordt een muur. Hij kijkt uit een andere wereld. En zijn ogen gunnen een blik achter de muur, waar elke voetstap niet alleen de stilte vergroot, maar waar men ook het grootste deel van de dag alleen zichzelf hoort bewegen: het geluid van de door Christus zo schitterend geschilderde pij. De muur wordt, door die ogen, een scheiding in de tijd. Het is niet verwonderlijk dat men het gezicht later met een lijn-dun aureool heeft omgeven: de afgebeelde was een heilige. (Ik ken reproducties niet en zonder aureool; Ik zou naar het Metropolitan Museum in New York moeten om te zien of het origineel het eeuwigheidsteken dat de cirkel ook is, heeft of niet heeft).

Dit is het ongewoonste: het portret waarin de schilder zo graag - zie de richel, zie de vlieg - het fictionele wilde doorbreken, lijkt de afbeelding van een niet bestaand iemand! Het is te zuiver, te stil, te tijdloos, het is de verbeelding - mens wordt voorbeeld - van een nooit te bereiken ideaal. Alleen de stenen richel is menselijk. En de vlieg houdt ons bij de tijd. En toch houden die ogen dat verwijtende: aan alle onrust, alle tijdelijkheid, alle gedoe en gemaak, alle geld en alle goed. Want dat is die monnik in de allereerste plaats: een verstorvene, met slechts één raam op de wereld, maar daar komen wij allemaal langs. Al zesenhalve eeuw.

De titel van het boekje van Ginzburg, No Island is an Island, staat op het omslag dwars over de pij van de kartuizer geschreven. Die titel heeft te maken met de inhoud ervan: vier unieke literaire werken worden in hun internationale context beschreven. Maar op het omslag wordt die monnik er ineens zeer tijdelijk door, minder uniek ook, misschien zelfs minder voorbeeldig. Hij lijkt een eiland, zoals zijn klooster dat ook is. Maar eilanden bestaan niet: ze, zijn met van alles verbonden, al is het maar met de zee en haar gevolgen. Elk eiland heeft zijn geschiedenis, bewoners ervan zijn van, elders gekomen. De geportretteerde draagt eeuwen in zich mee, uit zijn verleden en uit zijn toekomst, die minstens tot ons reikt. Hij maakt deel uit van een orde zonder wie hij niet kan leven. Hij is een kluizenaar, maar met verbintenissen naar overal. Zo is de titel van het boekje, die een karakteristiek van de monnik met raam en richel wordt, een variant op de regel van de Engelse dichter John Donne: 'No man is an island.'

      Volgens sommigen is de geportretteerde kartuizer een lekenbroeder. Ik vermoed dat de baard een aanwijzing daarvoor is. Hij was dus nog nederiger dan velen dachten. Waarom schilderde Petrus Christus een in de kloosterhiërarchie laagstaande figuur? We zouden het de monnik zelf moeten kunnen vragen. Als dat kon, zou hij geen antwoord geven. Zijn regel verbiedt hem het spreken.

 

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004