BOKEL - Geslacht van
bokel familie
Eigenwebsite: www.deleeuwvanweenen.nl
Bokel, Dirk die in 1200 en 1215 voorde Hollandse graven Dirk VII en Willem I als getuige optrad, was de stamvader van het geslacht; hij was nauw verwant met de burggraven van Leiden en vermoedelijk een broer van burggraaf Jacob (1202-1241). Hij had twee zonen: heer Gijsbrecht I Buekele (1226-1242) en Theodericus Bokel; laatstgenoemde had waarschijnlijk een dochter, die de moeder was van Dirk Bokel
Bokel, Dirk 1273 - 1290), van wie het eerste geslacht der heren van Matenesse afstamde.
BOKEL, Gijsbrecht I, die o.a. ambachtsheer van Bleijswijck (Bleiswijk) was, woonde vermoedelijk op het kasteel Wena, dat binnen zijn ambacht Blommersdijk lag. Zijn zoon en kleinzoon,
BOKEL, Gijsbrecht II en Gijsbrecht III († Veere 1301), traden in 1285 gelijktijdig als borgen op voor de heer van Amstel, tegenover graaf Floris V van Holland; verwantschap van het geslacht met de Van Amstels is dan ook waarschijnlijk.
BOKEL, Gijsbrecht III, die gehuwd was met Catharina, dochter van heer Hubrecht van Vianen, zag zich na de moord op Floris V genoodzaakt de wijk te nemen naar eldersi. Wolfert I van Borssele (Borele), heer van Veere, die als regent voor de jonge graaf Jan van Holland optrad, nam Gijsbrechts goederen en het slot van Wena in beslag en pas bij de dood van de gehate regent in 1299 werd Gijsbrecht III weer in zijn bezit hersteld.
Bokel, Dirk (1305 - 1334), Zijn oudste zoon, volgde hem op en verkreeg in 1327 van de graaf voor zijn enige dochter recht van erfopvolging in zijn leengoederen met uitzondering van zekere goederen te Rotterdam. die 'in 's-Graven boezem terugkeerden’.
BOKEL, Agniese, Zijn dochter had tot eerste echtgenoot de grafelijke gunsteling Simon van Bentheim, die in 1339 met het kasteel van Teylingen werd beleend en voorts de ambachten van Voorhout en Lisse bezat; nadat hij in de slag bij Warns (Hemelumer Oldeferd) tegen de Friezen was gesneuveld (1345}, huwde zijn weduwe Gerrit van Herlaer, heer van Ammerzoden.
Agniese’s enige dochter uit haar eerste huwelijk. Janne. genaamd van Teylingen, huwde heer Willem van der Wateringen († 1366/1367) zij schonk hem echter geen nageslacht.
De jongere tak van de Bokels stamde uit een broer van Gijsbrecht III,
Bokel, Herman ambachtsheer van W.-IJselmonde deze werd opgevolgd door zijn zoon Gijsbrecht, die bij zijn overlijden, dat vóór 13.7.1347 plaatsvond, een nog minderjarige zoon achterliet.
BOKEL, Jacob, zoon van Herman ambachtsheer van W.- IJssclmol1dc, werd in 1365 door heer Sweder IV van Abcoude in diens hoedanigheid van heer van Putten met het slot Wena, dat eertijds aan de hoofdtak had toebehoord, beleend; bovendien verkreeg hij in 1367 van de ruwaard van Holland, Albrecht van Beieren, belening van andere belangrijke goederen, (Bokelsdijk, Blommersdijk, enz.) en daarmee was het voormalige bezit der Bokels weer voor een belangrijk deel in één hand verenigd.
BOKEL, Gijsbrecht, Jacobs zoon werd in 1395 met de vaderlijke erfgoederen beleend, doch met diens zoon Jacob Bokel van der Wena, die in 1447 kinderloos overleed, was ook deze tak in mannelijke lijn uitgestorven. Na het overlijden van het laatste mansoir der Bokels kwamen diens heerlijkheden aan zijn zuster Meijna van Wena, die ze door huwelijk aan het geslacht van haar echtgenoot, Jan van der Bouchorst, heer van Boekenburch, bracht.