BOKASSA, Jean-Bédel
keizer Congo (1921-1996)
Tijdens de 2de Wereldoorlog vocht Bokassa in het Franse leger en daarna in Indo-China. In 1963 werd hij chef-staf van het leger van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Op 31 dec. 1965 zette hij president David Dacko af, stuurde het parlement naar huis en benoemde zichzelf tot president. Op 4 dec. 1976 riep hij zichzelf uit tot keizer van het Centraal-Afrikaanse Keizerrijk, dat hij met terreur regeerde, maar nog geen drie jaar later werd hij, op 20 sept. 1979, afgezet door ex-president Dacko. Bokassa vluchtte naar Frankrijk, waar hij in eerste instantie niet werd toegelaten, waarna hij naar Ivoorkust uitweek. In 1986 werd Bokassa bij verstek ter dood veroordeeld op beschuldiging van o.a. kannibalisme, kindermoord en massamoord. Tijdens zijn ballingschap in Ivoorkust schreef hij zijn memoires waarin hij uitvoerig zijn persoonlijke relatie met Frankrijk en president Giscard d'Estaing beschreef.