BOIE, Heinrich
Duits natuurjundige (1794-1827)
Reeds vanaf zijn jeugd gevoelde hij zich aangetrokken tot de studie der natuur, doch na de dood zijns vaders, ging hij naar de wil zijner voogden in de rechten studeren te Göttingen en te Heidelberf, waar hij in 1817 promoveerde, doch had hij de gelegenheid verworven van de hoogleraar Tiedemann, die zijn nijging to natuuronderzoek aanmoedigde en hem tot conservator aan het Zoölogisch kabinet te Heidelberg aanstelde. Drie jaar later werd hij door voorspraak van Temminck tot conservator aan het Rijksmuseum van natuurlijke historie te Leiden aangesteld, waar hij zich verdienstelijk heeft gemaakt door het rangschikken van gewervelde, bijzonder van kruipende dieren, Nadat hij daat vijf jaar ijverig werkzaam was geweest, vertrok hij als lid der Natuurkundige Commissie met Macklot naar Java, waar hij slechts zeer korte tijd aan dew bevordering der natuur historie arbeidde, doordat hij aldaar bezweek