BOHR, Niels Hendrik David
Deens fysicus (1885-1962)
* Kopenhagen 7.10.1885 – † Kopenhagen 18.11.1962
Hij was een zoon van Christian, studeerde te Kopenhagen,
vervolgens te Cambridge onder J.J. Thomson en te Manchester onder Ernest
Rutherford.
In 1913 publiceerde hij, op grond van zijn spectrografische
onderzoekingen, een geheel nieuw model van het waterstofatoom door de
quantumtheorie van Max Planck toe te passen op de atoomtheorie van Thomson en
Rutherford; hij breidde dit in 1921 uit tot een algemene theorie (zie atoom).
Het atoommodel van Bohr heeft de grondslag gevormd voor de gehele
moderne atoomfysica.
De kloof tussen de klassieke fysica en zijn quanteuze beschouwingswijze overbrugde Bohr gedeeltelijk door zijn correspondentiebeginsel. In 1916 werd Bohr benoemd tot hoogleraar in de theoretische fysica te Kopenhagen en in 1920 tot directeur van het Instituut voor Theoretische Fysica aldaar.
In 1922 ontving hij de Nobelprijs voor natuurkunde. Tot de ontwikkeling van de quantummechanica leverde hij belangrijke bijdragen. In 1943 ontsnapte hij uit het bezette Denemarken naar de Verenigde Staten, waar hij meewerkte aan het Manhattanproject (atoombom) en kernfysisch onderzoek verrichtte.
Naast Einstein, met wie hij overigens van mening verschilde over de interpretatie van de grondpostulaten van de quantumtheorie, wordt Bohr gerekend tot de grootste fysici van het begin van de 20ste eeuw.