BOHOSLAV, Jan
Tsjechisch denker en taalkundige (1523-1571)
Hij was bisschop van de Uniteit der Moravische Broederschap. Een grote geest, die hervorming en humanisme in zich verenigde. Hij leverde een belangrijke bijdrage voor de ontwikkeling van de Tsjechische taal.
Beroemd zijn zijn Grammatica van de Tsjechische taal (1533) en zijn vertaling van het Nieuwe Testament (1564) die de grondslag vormde voor een algehele bijbelvertaling, de zgn. Bible Kralicka (1588).