BOHLAU, Helene
Duits schrijfster (1859-1940)
* 1859 te Weimar - † 1940 Widersberg.
Overtuigd feministe, niet slechts theoretisch, maar ook met de daad.
Om een door haar beminde, maar gehuwde man te kunnen trouwen, werd zij Turks onderdaan en droeg sindsdien de naam Frau Al Raschid Bey.
In haar werken treedt dezelfde tendens: strijd tegen benauwende conventie en vóór de vrijmaking van de persoonlijkheid der vrouw naar voren, o.a. in de realistische roman Der schöne Valentin 1886, duidelijker nog in de scherpe satire Verspielte Leute 1898.
Als feministe verschijnt zij ons in de wrange roman Der Rangierbahnhof 1896 en in de minder goed gelukte beschrijving van een om vrijheid worstelend jong meisje in Halbtier 1899.
Een geheel andere toon slaat zij aan in haar bekoorlijke novellen uit de Weimarse kring om Goethe Ratsmädelgeschichten 1888.
Op rijpere leeftijd werd de schrijfster zachter en milder, zoals in haar sterk, autobiografisch werk lsebies 1911.
Ook later heeft zij nog veel gepubliceerd, o.a. de van een kostelijke humor doortrokken roman Die leichtsinnige Eheliebste (1925) en Die drei Herrinnen (1937), een historische roman, die ons Weimar ten tijde van Napoleon beschrijft. B. is de belangrijkste dichteres van het impressionisme.
LITT.: A. Nuri, H Böhlau (1933)