BOHEMUND
naam van 7 koningen van Antiochië
BOHEMUND I
Bijgenaamd van Tarente
± 1050 – 7.3.1111
Hij was een van de voornaamste leiders van de eerste kruistocht. Eerst na de dood van zijn vader, de Normandiër Robert Guiscard, verkreeg hij in 1085 Apulië en Bari. De eerste kruistocht bood hem de geschikte gelegenheid om naar machtsuitbreiding in het oosten te streven. De verovering van Antiochië op de Seldjoeken in 1098 was aan zijn listige optreden te danken.
Bohemund kon zich ondanks de tegenstand van Raymond van Toulouse als vorst van Antiochië algemeen doen erkennen. Hij nam eerst nog deel aan de verovering van Jeruzalem (15 juli 1099) en installeerde zich daarna te Antiochië. Hier had hij echter grote moeite zich tegen de Grieken en de muzelmannen staande te houden. In 1101 werd hij door deze laatsten op een krijgstocht gevangengenomen en hij moest in 1103 tegen een hoge losprijs worden vrijgekocht. In Frankrijk huwde hij in 1106 met Constantia, dochter van koning Filips I, en trok toen met nieuwe troepen weer oostwaarts. In 1107 belegerde hij tevergeefs de Byzantijnse stad Durazzo. Hij leed hierbij de nederlaag en keerde niet meer terug naar Antiochië.
Bohemunds mausoleum bevindt zich in Canosa di Puglia.
BOHEMUND IIkoning van Antiochië
± 1108 – februari 1130
Hij was de zoon van Bohemund I en van Constantia, regeerde van 1126 tot 1130. Hij huwde met Alix, dochter van Boudewijn II van Jeruzalem. Bohemund sneuvelde in Cilicië tegen de Turken en werd opgevolgd door zijn dochter Constantia.
BOHEMUND III
koning van Antiochië
Bijgenaamd de Stotteraar
* 1144 – † 1201
Hij was de zoon van Constantia en van Raymond I van Poitiers, regeerde van 1163 tot 1201. Hij werd in 1164 gevangengenomen door de Ajjoebide Noer al-Din, maar spoedig onder Byzantijnse druk bevrijd.
Zijn lichtzinnig gedrag lokte opstanden uit te Antiochië. Ten gevolge van de nederlaag van de christenen te Hattin (1187) viel het grootste gedeelte van Bohemunds vorstendom in handen van Noer al-Dins opvolger Saladin.
BOHEMUND IV
koning van Antiochië
* 1187/89 - † 1233
Hij was de zoon van Bohemund III, regeerde van 1201 tot 1216 en van 1219 tot 1233. In 1201 werd Bohemund, sedert 1187 graaf van Tripoli, tevens vorst van Antiochië, maar in 1216 bracht een complot Raymond Roupen, zoon van een in 1200 overleden oudere broer van Bohemund, aan de macht.
Een nieuw complot in 1219 herstelde Bohemund op de troon. Hij sloeg al de goederen aan van de hospitaalridders van de johanniterorde, die Raymond Roupen hadden gesteund. De twist tussen Bohemund en deze orde werd, na pauselijke tussenkomst, pas in 1231 bijgelegd.
BOHEMUND V
koning van Antiochië
* 1198 - † 1251
Hij was de zoon van Bohemund IV, regeerde van 1233 tot 1251.
Hij huwde met Lucia, nicht van paus Innocentius III. Bohemund werd sterk beïnvloed door zijn vrouw, die de vorstendommen onder de invloed bracht van haar familieleden en relaties uit Rome.
BOHEMUND VI
Koning van Antiochië
* 1235 - † 1275
De schone
Hij was de zoon van Bohemund V, regeerde van 1251 tot 1268, aanvankelijk onder de invloed van zijn moeder, Lucia.
Hij ontpopte zich tot een zeer begaafd vorst. Hij huwde met Sibylla, dochter van de koning van Armenië. Bohemund raakte echter verstrengeld in de belangenstrijd tussen Venetianen en Genuezen te Antiochië, waarbij hij in 1258 door Bertrand van Gibelet, zijn vazal en aanhanger van de Genuezen, ernstig gekwetst werd.
Hij verleende in 1260 zijn steun aan de Mongolen in hun strijd tegen de islamieten. In mei 1268 werd Antiochië door Baibars, leider van de islamitische Mamelukken, veroverd. Bohemund bleef toen alleen nog graaf van Tripoli.
BOHEMUND VII
± 1255 - † 1287
In naam vorst van Antiochië en graaf van Tripolis (1275-1287), zoon van vorst Bohemund VI en van Sibylla van Armenië.
Hij kon niet verhinderen dat bijna het hele graafschap Tripolis door de mammelukken uit Egypte werd veroverd. Hij kon met moeite het hoofd bieden aan de 'commune' van Tripolis. Hij stierf juist toen deze 'commune', die hem van elke werkelijke macht had beroofd, een laatste poging deed om de mammelukken die de stad belegerden te verdrijven. Zijn zuster en erfgename Lucia kwam niet meer in het bezit van Tripolis, dat enige dagen later door de mammelukken werd bezet.