Personal tools
You are here: Home B BOE BOENIN, Ivan Aleksejevitsj
Document Actions

BOENIN, Ivan Aleksejevitsj

by admin last modified 2005-11-07 01:38 AM

Russisch prozaïst en dichter (1870-1953)

* Voronezj 10 (Russl. 22).10.1870 – † Parijs 8.11.1953

  Rechts: het graf van Boenin

Hij was bevriend met Tsjechov, was onder de indruk gekomen van Tolstoj en behoorde tot de schrijversgroep om Gorki's uitgeverij Znanije (= Kennis). Zowel literair als politiek was hij een conservatieve figuur. Zijn poëzie is streng traditioneel en staat op een zeer hoog peil. Zijn verhalen en romans dragen eveneens een behoudend en aristocratisch karakter. Het bekendst werden zijn novellen Gospodin iz San Frantsisko (1916; Ned. vert.: De heer uit San Francisco, 1934) en Derevnja (1910; Ned. vert.: Het dorp, 1934) en zijn romans Mitina Ljoebov (1925; Ned. vert.: Mitja's liefde, 1934) en Zjizn Arsenjeva (1927; Ned. vert.: Het leven van Arseniëv, 1934).

Na de revolutie emigreerde Boenin naar Frankrijk. In 1933 werd hem de Nobelprijs voor letterkunde toegekend. Na 1945 trachtte de Russische overheid vergeefs hem tot repatriëring te bewegen.

Werken: (o.a.): Soechodol (1912; Ned. vert.: Soechodol, 1958); Grammatika ljoebvi (= Grammatica der liefde, 1915; Duitse vert. 1935); Roza Jerichona (1924; Duitse vert. 1934); Sobranije sotsjinenij (= Verz. werken, 12 dln., 1934–1939); Vospominanija (= Herinneringen, 1950); Stichotvorenija (= Gedichten, 1956); Sobranije sotsjinenij (9 dln., 1965–1969).

Ned. vert.: Het laatste rendez-vous en andere verhalen (1980); De spraakkunst der liefde (1988, keuze uit liefdesverhalen).

Ivan Boening

Verzamelde werken deel II Verhalen 1913-1930.

Vert. Margriet Berg en Maria Wiebes. Uitg. Van Oorschot. 597 blz,.Prijs! 95

Onder vader en zoon in de provincie van het tsaristische Rusland

Ivan Boenin (1870-1953), van wiens verzamelde werken zojuist het tweede deel verschenen is in de Russische Bibliotheek, was aristocraat in hart en nieren. Voornaam en bedachtzaam was hij, in zijn voorkomen en in zijn schrijven, wars van iedere modegril. Banaliteit schuwde hij, evenals vaagheid of exuberantie. Zijn stijl is vaak uitgesproken koel. Medeleven met zijn personages of intimiteit met zijn lezers permitteert Boenin zich niet. Liever dan zijn personages aan het voord te laten in de onnauwkeurige taal die mensen nu eenmaal spreken, houdt hij zelf het heft in handen. En in plaats van het zicht op de essentie te benemen door uitbundige handeling, laat hij dikwijls de belangrijkste gebeurtenissen voor of na het verhaal plaatsvinden. Want het gaat hem vooral om het vergeefse streven en de uitzichtloze herinnering. Zijn verhalen cirkelen allemaal rond de vluchtigheid van het menselijk bestaan.

Een van de bekendste passages uit zijn hele werk is die uit De heer uit San Francisco, waarin een welgedaan zakenman uit de Nieuwe Wereld opeen cruise door de Oude voor de spiegel zijn weekgezwollen lichaam in galakleding perst voor een zoveelste avond van mondain vermaak. 'Het is vreselijk', meer woorden heeft hij niet voor de verschrikking. Enkele minuten later sterft hij aan een beroerte.

Zijn ontzetting is een andere dan die van Kurtz in Conrads Heart of Darkness, wanneer deze voor zijn dood een blik werpt in de beerput van zijn innerlijk, maar ze is niet minder modern. De heer uit San Francisco behoort tot de grote massa mensen die het contact met de eeuwigheid verloren hebben. 'Wij allen', zo formuleert de hoofdpersoon van het verhaal 'Broeders' het, 'wij allen dwalen op de vlucht voor onze eigen domheid en leegte, over de hele wereld en doen ons best in opwinding te geraken over de bergen en meren van Zwitserland, over de armoede, de schilderijen en overblijfselen van beelden en zuilen in Italië; we varen naar India, China en Japan, en pas daar (-), temidden van vuil, pest, cholera, koorts en veelkleurige mensen die door ons als vee worden behandeld,voelen we enigermate het leven, de dood en de godheid.'

De nietigheid van het individuele bestaan wordt bij Boenin alleen maar benadrukt door de grootsheid van het Universum. Daardoor kan zijn wat koele afstandelijkheid gepaard gaan met een ragfijne sensualiteit; materie, vorm, geur, kleur en klank worden voor hem glashelder beschreven. Boenins landschapsschilderingen zijn de mooiste van de Russische literatuur.

En het gaat niet meer alleen om het Russische landschap, zoals in zijn vroegere werk; sinds hij in 1918 naar let Westen emigreerde, maakte Boenin verschillende grote reizen door Europa en Azië. Hij was sterk beïnvloed door het boeddhisme. Waarachtig schrijverschap -waarover hij het expliciet heeft in de autobiografische verhalen 'Nacht' en 'De grote wateren', behelst onder meer het vermogen zich bijzonder in te leven in vreemde tijden, landen en stammen, 'het vermogen zich te reïncarneren'.

Sommige van de verhalen die in dit tweede deel gebundeld zijn, maken Boenin onsterfelijk. Zijn veel geciteerde uitspraak 'Mijn geboorte is beslist met mijn begin' (in Nacht) had dan ook evengoed kunnen luiden: mijn dood is beslist niet mijn einde.

HELEN SAELMAN

IvanBoenin: Verzamelde werken III  Vertaald door Margriet Berg en Maria Wiebes. Van Oorschot, 600 blz. f 79,-. na I janf95,-

Er zijn waarschijnlijk maar weinig Nederlandse lezers die, gevraagd om enige Russische klassieken op te noemen, Ivan Boenin op hun lijstje zullen zetten. Hoewel hij de eerste Russische schrijver was die de Nobelprijs kreeg (in 1933) is Boenin hier te lande altijd betrekkelijk onbekend gebleven. Zozeer zelfs dat van zijn omvangrijkste werk, Het leven van Arsenjev, de eerste vertaling pas nu is verschenen, bijna zeventig jaar na het origineel.

In Rusland is dat anders. Hoewel hij la de Russische revolutie is geëmigreerd, tot zijn dood in 1953 in Frankrijk heeft gewoond en nooit iets vriendelijks over de bolsjewieken heeft gezegd, is hij zodra dat enigszins mogelijk was, dat wil zeggen na de 'dood' in 1956, ingelijfd bij de grote schrijvers. Boenin is in zijn vaderland 'de laatste der klassieken', en negentiende-eeuwse aristocraat die Tolstoj kende, bevriend was met Tsjechov en, onberoerd door de avant-garde bewegingen van het begin van deze eeuw, het Russische realisme een laatste bloei bezorgde.

Dat Boenin nu eindelijk opgenomen is in van Oorschots Russische Bibliotheek in een zorgvuldige, zeer leesbare, maar soms wel erg nuchtere vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes, is dan ook niet meer dan een daad van rechtvaardigheid. Beter laat dan nooit.

Hoewel Boenin een zeer kosmopolitisch man was, die een groot deel van zijn leven op reis was en die verhalen liet spelen op Ceylon, in Palestina of op een oceaanstomer, is de plaats van handeling van het overgrote deel van zijn werk toch ie midden-russische streek waar hij is geboren en opgegroeid, en de tijd van handeling het Rusland van voor de revolutie. In de zeshonderd bladzijden van dit deel, dat geheel in Frankrijk in de jaren dertig tot en met vijftig is geschreven, is het aantal plaatsen waarin het 'heden' voorkomt op de vingers van één hand te tellen. Boenins werk was in zijn laatste periode uitsluitend gewijd aan het verleden en je zou hem dan ook de schrijver van de nostalgie kunnen noemen, ware het niet dat de manier waarop hij dat verleden beschrijft zo weinig nostalgisch is.

Doodgeschrokken

Het leven van Arsenjev, dat de helft van dit deel in beslag neemt, is een bijzonder geval in Boenins oeuvre omdat het niet alleen verreweg zijn langste werk is, maar hem laat hem zien van een kant die in zijn verhalen minder geprononceerd is. Het werk is een soort gefingeerde autobiografie, een Op zoek naar de verloren jeugd, hoewel Boenin het autobiografische karakter ervan altijd heeft ontkend. Maar autobiografisch of niet, het is een bijna Proustiaanse oproeping van een voorgoed voorbije tijd.

'... wanneer iets in de mode is,' schreef Boenin in 1936 in een brief aan een vriend, 'dan keer ik mij daar met opzet vanaf. Zo was het ook met Proust, pas onlangs heb ik hem gelezen, en ik ben me doodgeschrokken: want er zijn in Het leven van Arsenjev heel wat ronduit Proustiaanse passages! Bewijs dan maar eens, dat ik nog geen letter van Proust had gelezen toen ik dat schreef!.

Vanuit zijn emigratie probeerde hij, gelijk Proust vanuit zijn geluidsgeïsoleerde kamer, een verleden op te roepen dat,voorgoed verloren was gegaan: het Rusland van het einde van de negentiende eeuw, zijn sterk verarmde, maar onverminderd aristocratische familie op hun steeds verder inkrimpende familielandgoed, het leven in de Russische provincie, 'Ik groeide op te midden van de totale verarming van de landadel, die een Europeaan al evenmin ooit zal kunnen begrijpen omdat de Russische hartstocht voor zelfvernietiging hem 'vreemd is', schrijft hij in het begin om de lezer voor te bereiden op het exotische dat gaat volgen.

Het beeld van deze verloren gegane wereld wordt opgeroepen door een overvloed van details en beschrijvingen, van personen, landschappen, stadsgezichten, luchten, natuurtaferelen. Geen schrijver die zo gedetailleerd beschrijft als Boenin. De mens is bij hem letterlijk een kind van de natuur, ook als hij in de stad woont. Door de nadruk te leggen op de omgeving waarin de mens woont, benadrukt Boenin 's mensen afhankelijkheid van die omgeving. Een kind der natuur is de hoofdpersoon, een jongeman op een verwaarloosd landgoed in de Russische steppe die zijn school niet heeft afgemaakt en maar wat rondhangt, in hoge mate. Paardrijden, jagen, en langzamerhand ook vrouwen, dat zijn, naast boeken lezen, zijn interesses. Dood, liefde, seks, ziekte, daar draait het leven om. En de mens ,verschilt niet veel van het dier, ook bij hem is het instinct sterker dan de ratio.

Ideeën zijn bij Boenin dan ook van zeer ondergeschikt belang. Zelfs als de 'ik' in kringen van revolutionairen vertoeft, vernemen wij meer over hun uitstapjes bij het vallen van de schemering dan over hun politieke overtuigingen. Het gaat Boenin niet om ideeën maar om beelden. Wanneer de jonge Arsenjev een verhaal heeft geschreven, luidt het commentaar: 'het ging over het afgezaagde thema van de verpaupering van een landeigenaar, terwijl ik eigenlijk alleen maar wilde schrijven over een reusachtige zilverpopulier die voor het huis van de arme landeigenaar groeit, en ook over de onbeweeglijke opgezette havik die met zijn wijd uitgespreide, bruingespikkelde vleugels op een kast in zijn studeerkamer staat..;'

Geen sociale verhalen dus, zoals zoveel van Boenins tijdgenoten produceerden, maar beelden, met een maximum aan details, want de beschrijving van die havik gaat nog enkele regels voort..

Provinciegat

Deze bijna totale esthetisering van de wereld heeft Boenin in ieder geval met Proust gemeen. Maar Boenin blijft dichter bij het realisme en hij schrijft bovendien niet over Parijs, maar over de Russische provincie waardoor het 'raadselachtig schone' bij hem altijd vermengd wordt met een flinke scheut provinciale treurigheid. Bij Proust krijgt de lezer een voorstelling van de Parijse opera, bij Boenin een amateur-gezelschap in een provinciegat.

Hoewel het beeld dat Boenin geeft van zijn verleden en van het wegkwijnende Russische platteland tegelijkertijd prachtig en huiveringwekkend is, laat Het leven van Arsenjev bij mij toch gemengde gevoelens na, omdat Boenins absolute egocentrisme en beschrijfzucht op den duur de neiging hebben wat te gaan irriteren.

Maar Arsenjev beslaat maar de helft van dit boek, de tweede helft bevat korte verhalen, het genre waarin Boenin een meester was, zoals ook hier blijkt. Een typisch Boenin-verhaal gaat alsvolgt: een (jonge)man en een (jonge)vrouw hebben een korte, maar zeer heftige liefdesrelatie, waarna de omstandigheden hen weer uit elkaar drijven en zij elkaar nooit meer terugzien. De man, de verhalen zijn bijna allemaal geschreven vanuit het perspectief van de man, jaren later, blijft de rest van zijn leven een gevoel van pijn, van gemis houden. De liefde komt als een natuurverschijnsel, een stormvlaag die buiten hun wil over de mensen komt en is volkomen instinctief. Opmerkelijk is dat de vrouw dikwijls superieur is. Wil de man, als slaaf van sociale conventies, aanvankelijk nog wel eens weerstand bieden aan zijn instincten, de vrouw kent dergelijke aarzelingen nooit en neemt zo nodig,  en het is bij Boenin vaak nodig, het initiatief.

Bij Boenin geen langdurige hofmakerij. De duur van dergelijke liefdesexplosies is natuurlijk niet lang, één of enkele nachten en het einde komt niet omdat de liefde verflauwt, maar omdat de omgeving er een stokje voor steekt. De ouders willen niet dat de jonge huisleraar het met hun oudste dochter doet, de oom wil niet dat zijn neef, die de zomervakantie op zijn landgoed doorbrengt, met de gouvernante van zijn jonge kinderen vrijt. Het aantal variaties bij Boenin is eindeloos en het einde is even abrupt als het begin. De neef wordt naar huis teruggestuurd, de gouvernante ontslagen en ook een enkele zelfmoord gaat de schrijver niet uit de weg. Het hoogtepunt van een Boenin verhaal valt samen met het hoogtepunt van de liefde. De seksuele daad wordt bij hem zo openhartig beschreven als in de jaren dertig maarmogelijk was. Wat dat betreft heeft Boenin in de zo kuise Russische literatuur een taboe doorbroken en de erotiek er eindelijk een plaats gegeven.

Het is niet aan te bevelen om de veertig verhalen van deze bundel allemaal achter elkaar te lezen, omdat de eenvormigheid van thematiek dan wel erg gaat opvallen. Boenins verhalen zijn juweeltjes die in kleine porties tegelijk genoten moeten worden. Dan blijkt zijn grootheid en originaliteit.

Arthur Langeveld

 



Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004